Steeds diervriendelijker?

Gaat het goed met het dierenwelzijn in de landbouw? Nou, er worden wel bijzondere afspraken gemaakt, doordat de spelers in de sector samenwerken – maar niet iedereen, en ook niet over de grens… Het 7e deel in de serie Hete Hangijzers, samen met Foodlog.

Varkens bij een biologische varkens- en rundveehouder in Oirschot © Joris van Gennip / ANP

Afgelopen maand tekenden boeren, slachtbedrijven, vleesverwerkers en retailers het ‘Convenant stappen naar dierwaardige veehouderij’. Daarin staan niet alleen gezamenlijke principes, maar ook een aantal maatregelen die de veehouderij de komende vijftien jaar wil nemen. Ook de overheid en de Dierenbescherming doen mee.

Wat we hier zien gebeuren is een nieuwe vorm van samenwerking, zegt Han Swinkels, expert varkenshouderij, tijdens een debat van Foodlog in Ede over het onderwerp. ‘De collectiviteit van vroeger, met productschappen, en een institutioneel cluster van onderzoek en landbouw, bestaat niet meer. Het is een vrije markt geworden met diverse samenwerkingsverbanden. Maar de afgelopen jaren zien we toch steeds meer samenwerking binnen ketens, van supermarkten met hun eigen vleesverwerkers en eigen leveranciers, die zelfs een eigen cultuurtje hebben. Daar ontstaat vertrouwen. Partijen spreken elkaar regelmatig over hun waarden en ambities. Ze kijken naar elkaar omdat ze niet willen achterlopen. Er zijn activistische ngo’s die hen scherp houden. En collaboratieve ngo’s die meehelpen met verandering, zoals de Dierenbescherming met het Beter Leven sterrensysteem. Ik ben daar heel positief over.’

Eén van de stemmen die wat activistischer is – ook al werkt ze goed samen met boeren – is van Lesley Moffat, oprichter van Eyes on Animals. Zij pleit hartstochtelijk voor het einde van de industriële landbouw. ‘Een varken hoort niet in zijn eigen stront te staan’, zegt ze. ‘Varkens horen buiten te leven, waar ze kunnen wroeten in de grond. Een neus is zo belangrijk voor een varken, als een varken niet kan wroeten dan vind ik het niet dierwaardig.’ Dat kost ruimte, en dus veel geld. ‘Maar je moet beginnen bij je waarden. Als dat dan meer geld kost, en we daardoor minder vlees kunnen eten, dan is dat maar zo.’

Maar zelfs als een organisatie als Eyes on Animals een meerderheid van het publiek zou kunnen meekrijgen in deze visie, dan nog is dit ideaal niet van bovenaf af te dwingen, zegt Annechien ten Have, varkenshouder in Groningen. We hebben nu eenmaal open grenzen. ‘Ik wijs dan altijd naar het voorbeeld van Engeland. De overheid verplichtte varkenshouders tot groepshuisvesting van de dieren. Maar wat was het gevolg: het Engelse vlees werd uit de markt geprijsd door goedkoop vlees uit andere landen. De eigen boeren moesten stoppen en de leefomstandigheden voor de dieren werden slechter.’

De enige manier om verandering te krijgen, zegt Ten Have, is door kleine stapjes te zetten, door samen te werken met ketenpartners, en door eigen concepten en niches te creëren. ‘Noem dat dan een wroetvarken, en creëer een eigen keten.’ Zelf nam ze ooit een gangbaar bedrijf over, maar ze besloot bij het bouwen van nieuwe stallen om naar een ‘vrijloopsysteem’ over te gaan. Ze maakte zich hard voor een varken met een ster, en levert tegenwoordig vlees met twee Beter Leven-sterren. ‘En nu gaan we weer verder, we gaan over op biologisch. We leren steeds meer over varkens, en wat varkens eigen maakt. We laten nu biggen samen eten met de zeug, en daardoor ontstaan er allerlei natuurlijke interacties. Het lijken kleine stappen, maar ik zie dat het echt tegemoetkomt aan de behoeften van het dier. Ik ben heel positief over de veranderingen, en dat wordt mogelijk door afspraken te maken met ketenpartners.’

Een bottleneck is wel de ruimte in Nederland. Er is vaak een spanning tussen dierenwelzijn en milieu. Dieren buiten houden leidt tot meer uitstoot en andere overlast, en dat is lastig in dichtbevolkte gebieden of bij kwetsbare natuur. ‘Ik heb veel studenten die op de Veluwe wonen’, zegt Jan Harm Borger, die lesgeeft aan de Agrarische Hogeschool Aeres in Dronten. ‘Binnen de huidige milieugebruiksruimte kunnen ze geen vergunningen krijgen voor extensievere veehouderij. Dan zijn er namelijk nieuwe, grotere stallen nodig, en dat leidt alleen al van omwonenden tot allerlei bezwaren. Alleen intensievere concepten zijn dus mogelijk in zulke gebieden.’

Dat is niet de kant die we op moeten, vindt Gemma Willemsen van de Dierenbescherming. ‘Wij zijn voorstander van een grondgebonden veehouderij,’ zegt ze, doelend op landbouw waarbij er niet meer dieren worden gehouden dan wat de grond en omgeving aankunnen. ‘Maar door de wettelijke en ruimtelijke kaders kan dat nu niet. We moeten dus in kleine stapjes werken aan de volgende ster. Die verandering krijgen we in Nederland van onderop voor elkaar. Dat is niet niks: het wordt zelfs in het buitenland bestudeerd!’

Bijna alle kenners zijn het erover eens dat dierenwelzijn alleen maar belangrijker zal worden – ook in de varkenshouderij, die een geschiedenis kent van dieren in hokken. ‘De overgang naar vrijloopstallen staat nu in het convenant’, zegt varkenshouder Ten Have. ‘En ook het einde van het krulstaarten knippen. Dat zijn substantiële verbeteringen.’

Han Swinkels loopt al vijftig jaar mee in deze sector. ‘Ik zie duidelijk dat de mens zijn rol steeds meer ziet als rentmeester in plaats van als heerser over de natuur. Vroeger vond ik het als kleine jongen heel normaal om antibiotica in het voer te geven als er een zeug verkouden was. Nu denk ik: hoe heb ik dat kunnen accepteren? De uitdaging is nu om de ketens te verbreden en in de rest van Europa tot vergelijkbare standaarden te komen.’

Maar dat zal heel lastig worden, zegt de Wageningse onderzoeker Karel de Greef. ‘De samenwerking tussen de partners krijg je niet georganiseerd in Europa. Verandering moet uit Brussel komen, en dat gaat alleen over de minimale eisen. Er zijn geen ketens die samenwerken. Er is een vrije markt met allerlei ketenachtige arrangementen.’

Gaat dat uiteindelijk de diervriendelijkere lapjes Nederlands vlees uit de markt drukken? ‘Nee’, zegt Swinkels resoluut. ‘De maatschappelijke druk door de Nederlandse consument is te hoog geworden. Er is steeds minder buitenlands vlees in onze winkels te vinden. Het publiek vindt lokale productie steeds belangrijker.’

Althans, in de winkel. De helft van het vlees eten we intussen buitenshuis, bij een restaurant, een snackbar of een afhaalwebsite. En daar zit wel een probleem. Hun brancheorganisaties hebben het nieuwe convenant niet getekend. Er zijn natuurlijk restaurants met aandacht voor lokaal kwaliteitsvlees, maar de meerderheid bestaat uit cateraars en fastfood die daar niet over nadenken. ‘Dat is een cruciaal deel van de markt’, zegt Ten Have. ‘Van een varken kan ik nu veertig kilo vers vlees verkopen, met een keurmerk en een meerprijs, maar de andere zestig kilo gaat goedkoop naar de vleesverwerker. Biologisch vlees zou veel goedkoper worden als ik meer onderdelen kan verwaarden.’ Biofrikandellen dus? ‘Ja, bijvoorbeeld. De horeca en de cateraars zijn de grote afwezige in dit convenant, daar zouden consumenten best eens wat meer druk op mogen zetten.’

Serie Hete hangijzers in het voedselsysteem


Geplaatst

in

door