Een vrederijk in de Ardennen

In het ontkerstende België trekt een nieuwe kloostergemeenschap veel jonge mensen aan. Terug naar het gebed en naar de handen in de modder.

Beeld: Roger Cremers

België, Pondrôme, 3 december. De mis in de kapel bij de zusters

Midden tussen de bossen en velden van de Belgische Ardennen, niet ver van het stadje Rochefort, ligt het erf van Tiberiade, een kleine katholieke leefgemeenschap. Het is zondagochtend en ik ben uitgenodigd voor een mis. Eerlijk gezegd verwacht ik er niet zoveel van, je gaat naar de Ardennen voor het natuurschoon en niet voor het bruisende sociale leven. Als er iets bruist hier dan is het de Lesse. De meeste glorie van weleer is vergaan, de jeugd is vertrokken naar de stad, veel kroegen zijn dicht en dat geldt al helemaal voor alle kerkjes die zich nog in ieder dorp groot staan te houden, stug, maar leeg.

Maar op het boomrijke erf van Tiberiade, net buiten het dorpje Lavaux-Sainte-Anne, betreed ik een ander België. Ik zie kunstig gevormde houten gebouwtjes, een stal, een werkschuur, een paar vakwerkhuizen en een groot kruis. Hier is aandacht voor schoonheid. Een koe loeit, een ezel balkt, en in een houten torentje luidt de bel voor de mis.

Aan de rand van een veld staat een enorme witte tent. Binnen, op een vloer van houtsnippers, staan meer dan tachtig mensen. Ze zingen meerstemmig op melodieën die iets gregoriaans hebben, maar dan vrolijker, moderner, met een vleugje Taizé, voor wie dat kent. Een paar mannen, eentje oud, de rest nog jong, leiden de mis, en een paar vrouwen leiden de muziek, op piano, gitaar en kora, een snaarinstrument uit Senegal. Het is de gewone eucharistieviering, blijkt, en die houden ze hier elke dag, alleen zondag wat groter. De priester maakt een grapje, kinderen kruipen onder bankjes door en een van de zusters heeft voeten die verraden dat ze al in de moestuin zijn geweest.

Voorin, op de grond, zit een dertigtal mensen in blauw habijt, de leden van de gemeenschap. Op de festivalbankjes erachter zitten veertig of vijftig andere bezoekers, gelovigen uit de regio. Achterin zit een boer, op vieze wandelschoenen, met een hond op schoot. Naast me zit een nette mevrouw met geblondeerd haar uit een naburig dorp. Ze komt hier een paar keer per week bidden en vieren, zegt ze. Iemand fluistert dat de koning van België soms achterin op een bankje zit, als hij op zijn vakantieadres is.

Er wordt weinig gepreekt of gemoraliseerd hier. Een mis bestaat vooral uit gebeden, liederen en liturgische teksten die uiteindelijk maar om één ding draaien: eer aan God, eer aan Christus die ons heeft bevrijd, en nu koning is, tot in eeuwigheid, amen. Het gaat helemaal niet zo over mij, mijn zorgjes en mijn beslommeringen, wat best gezond aanvoelt. Maar dat betekent niet dat we hier zitten om een vroom mystiek leven te hebben, zegt de priester, want het goede nieuws is voor de wereld buiten de kerk, ‘dus ook de oma’s, de tiktokkers, de mensen die geen tijd hebben voor de kerk, de mensen in Gaza en de mensen die denken dat hun oorlog rechtvaardig is, allemaal’, aldus de priester, ‘want Jezus gaat iedereen samenbrengen in zijn vrederijk.’

Ik kijk naar de broeders en zusters die op de grond hun instrumenten bespelen, jong, oud, sportief, kaal of met flaporen, met in hun midden een vrouw met Down die heel hard staat mee te zingen, en op een bepaalde manier denk ik dat ze hier het vrederijk aan het uitbeelden zijn waar ze in geloven.

Bij de uitgang nodigt een Vlaamse broeder ons uit om te blijven eten. Met de leden van de gemeenschap en een paar gasten eten we aan lange tafels, waar een aardappelstoof wordt geserveerd met gehaktballen, allemaal biologisch en uit eigen tuin. Tiberiade is een jonge loot aan de kloosterbeweging, vertelt een jonge vrouw naast me. Het is opgezet als een soort boerderij, of twee boerderijen om precies te zijn: eentje voor mannen, hier in Lavaux-Sainte-Anne, en eentje voor vrouwen, een paar kilometer verderop. Ze leven apart, maar sommige activiteiten doen ze samen.

Een jaar of vijftig geleden had hij een droom, vertelt broeder Marc, de oudste man hier aan tafel. Hij voelde de roeping om hier, op het erf van zijn ouders, een gemeenschap te beginnen. Hij ging naar de bisschop van Namen en die zei: prima, als je mensen weet te vinden en als je een leefregel vaststelt, een soort missiedocument. Marc koos voor een franciscaanse spiritualiteit, want hij wilde leven in armoede en gebed, in harmonie met de natuur, en ging vervolgens wachten. Hij probeerde een soort ecologische gemeenschap uit, er kwamen vrienden langs, gasten en heel veel vreemde vogels, maar er was niemand die zijn roeping deelde en echt wilde blijven. En zo gingen de jaren voorbij en vroeg Marc zich af of hij zich misschien had vergist.

Marc is beeldend kunstenaar en bouwde alles zelf. Op een dag kreeg hij hulp van een timmerman bij het plaatsen van een dak. Na een maand vroeg die of hij er mocht blijven wonen. Hij heette nog Jozef ook. Toen waren ze met z’n tweeën. Een tijd later kwam er een jongen van twaalf die ook wilde meedoen. Marc zei: kom maar terug als je volwassen ben. En dat deed hij. Toen waren ze met z’n drieën. En dat, zegt Marc, is de man die hier tegenover me zit, een forse vent die nu de leiding heeft van het boerenwerk van de gemeenschap en verantwoordelijk is voor de zorg van dertig vleeskoeien, dertig schapen, zes varkens en drie ezels.

In de loop van de jaren is er een echte, vaste gemeenschap ontstaan. Intussen zijn er meer dan twintig broeders en meer dan tien zusters, plus heel veel vrienden en bekenden die meedoen met de jeugdkampen, de familieweken, het studentenpastoraat en de retraites die ze organiseren. De Walen zijn in de meerderheid, maar er zijn ook Vlamingen, Fransen, Congolezen en Litouwers: allemaal plekken waar de gemeenschap actief is. In Litouwen is zelfs een tweede gemeenschap gestart.

Tiberiade trekt een bonte verzameling gasten aan. Als het eten op is, krijg ik een spons in mijn handen gedrukt en moet ik de afwas doen, samen met een boeddhist, die onderweg is naar de Canarische Eilanden om daar in een grot te gaan leven, zonder bezit, en deze plek gebruikt voor een voorbereidende retraite. Hij vindt het heel inspirerend hier, zegt hij.

Maar de kern van de gemeenschap bestaat uit mensen die echt de oude kloostergeloftes hebben afgelegd van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Die doen dat op jonge leeftijd al, als twintiger vaak. Dat is nogal wat, intreden voor de rest van je leven, dat verwacht je niet in het tijdperk van TikTok, maar misschien is het wel precies de reden dat het zoveel jongeren trekt, als het niet voor het leven is dan wel voor een retraite of voor een tussenjaar tijdens je studie.

Lavaux-Sainte-Anne. Klooster van de broeders. Broeder Gustave begeleidt de jongeren en de gasten bij de bijbelstudie
In de kippenren van de zusters

In de koude decemberwind is het leven in de natuur een stuk minder paradijselijk. De bomen zijn kaal, de heuvels zijn grijs, de vogels zijn stil en de ezels die eerst nog in het weiland liepen, staan nu bij de stal. Er hangt een lichte mist tussen de bomen en de houten huizen, en de zon doet er heel lang over om op te komen. De velden staan leeg, net als de meeste gastenkamers en ook de festivaltent. Het gemeenschapsleven speelt zich binnen af. De houtketels zijn al aangestoken, het terrein ruikt naar rook.

Als de bel luidt voor de Lauden en de ochtendmis, schuifelen de broeders de kapel binnen. De muren zijn gemetseld met platte keien van een oude boerderij in de buurt. De pilaren zijn van dik, ruw eikenhout. Alles eigenhandig gemaakt. Een van de broeders treedt op als priester achter een altaar dat is gebouwd als bootje, net als Jezus dat deed aan de oever van het meer van Tiberias, waar de naam van deze plek ook vandaan komt. Een jonge broeder van Congolese afkomst leest voor uit het boek Jesaja, over de toekomst van vrede die gaat komen, als alle volken samen aan tafel gaan zitten en God de sluier die ons allemaal het zicht belemmert zal wegnemen.

Na de ochtendmis ontbijten we samen met andere gasten en een paar jongeren die een tussenjaar doen, in hun eigen ruimte. De meeste mensen hier komen vaker, gewoon voor de inspiratie, het zijn vaste vrienden van de gemeenschap die af en toe meedraaien. We eten zelfgemaakt brood, van tarwe dat hier zelf is geteeld en gemalen, en bij een flinke kop koffie komen de bijbels op tafel. ‘Voordat we gaan werken, doen we samen bijbelstudie’, vertelt Gustave, een Rwandese Belg uit Brussel. Hij heeft de ‘tijdelijke geloften’ afgelegd, zegt hij. ‘Als je wil intreden, mag je nog niet meteen je geloften afleggen, daar moet je minstens zes jaar over nadenken.’

Waarom zou een jonge man van dertig daarvoor willen kiezen, in plaats van voor een carrière en een gezin? ‘Dat idee begon pas na een tussenjaar dat ik hier deed. Toen dat klaar was, besefte ik dat ik heel blij en gelukkig was. De eenvoud en de broederschap, dat maakte wel indruk op me.’ En zo besloot hij na zijn studie sociologie op een gegeven moment om terug te gaan en novice te worden. Dat is nogal een breuk met het stadse studentenleven van daarvoor. ‘Ja, misschien ben ik wel een beetje gek. Maar het contact met de natuur, en die manier van leven, dat wil ik niet meer kwijt.’

Een oudere broeder, Emmanuel, vertelt over de achtergrond van Tiberiade. Hij zit bij een kaars en een icoon in een oud kamertje, het eerste kamertje dat ooit door broeder Marc is gebouwd en dat alleen bereikbaar is via het raam. Emmanuel was 31 jaar geleden de vierde die zich aansloot bij Tiberiade, zegt hij. ‘Ik had dat zelf nooit kunnen bedenken. Ik kwam uit een conservatief Vlaams gezin, waarvoor geloof vooral een traditie was. De mis vond ik saai. Maar wat ik hier bij Marc en de anderen zag was anders. Dit was authentiek, hier werd geleefd wat ze geloofden. En ik zag hier dat het mensen echt gelukkig maakte. Ik ontdekte hier een heel andere god, niet god als concept, maar als iemand waar je mee kunt spreken.’

Dit hernieuwde geloof betekende nog niet dat hij broeder wilde worden. Emmanuel studeerde rechten en had een vriendin. ‘Maar ik had op een bepaald moment wel een heel intieme ervaring tijdens een nacht van gebed. Ik voelde dat Jezus me uitnodigde om mijn leven aan hem te wijden. Ik maakte mijn keus in twintig seconden.’ Dat betekende niet dat hij nooit meer twijfelde. ‘De optie van trouwen en advocaat worden bleef nog een tijdje heel reëel. Tiberiade was ook nog best een aparte gemeenschap, het had ook een sekte kunnen worden. Ik ben toen eerst afgestudeerd en een tijdje advocaat geweest voordat ik de definitieve beslissing nam. Ik was er kaar voor, in de trein hierheen dacht ik dat het mijn laatste rit ooit zou zijn.’

Dat pakte net wat anders uit. De groep begon te groeien en werd warm onthaald op verschillende continenten. En nu is Emmanuel vaak op reis, niet alleen voor pastorale gesprekken met Belgische studenten, maar ook voor ontwikkelingsprojecten in de Filipijnen, medebroeders in Litouwen of bezoekjes aan kerken in landen waar geloof verboden is.

Ondanks al deze contacten staat het lokale samenleven centraal. ‘We horen niet officieel bij een grote kloosterorde, maar we noemen onze spiritualiteit wel franciscaans, met veel ruimte voor stilte, gebed, handenarbeid. Er komen veel jongeren hier die een heel snel leven hebben. Maar God werkt helemaal niet zo snel. Als je God wil ontmoeten, in het diepste van je hart, moet je vertragen. Ik geef jongeren hier altijd het advies om eerst maar eens Netflix uit te zetten en te leren om te slapen als het donker is en wakker te zijn als het licht is. Ga die basis weer terugvinden. Ga terug naar de dieren, werk met pasgeboren lammetjes en maak je eigen voedsel. Die eenvoudige dingen moeten ze weer leren. Brood bakken en je eigen deeg kneden. Dat lijkt grappig, maar het is fundamenteel. Het geeft geluk, en zelfwaardering, in een wereld waarin arbeid steeds meer is ontdaan van zingeving. Ik vind het niet gek dat mensen daar depressief van worden.’ Emmanuel had een rijke, onafhankelijke, getrouwde advocaat kunnen zijn, zegt hij. ‘Nu ben ik celibatair, arm en gehoorzaam – maar ik ben diep gelukkig. Daar wil ik van getuigen, dat God mensen gelukkig maakt. Doordat we tijd nemen voor God en voor elkaar, die twee dingen. Ik ken mensen die gewoon komen kijken hier. Zitten en kijken. En dat is goed. Iedereen mag hier langskomen en komen kijken. Ik hoop dat mensen daardoor hun antwoorden kwijtraken en weer vragen krijgen. Mensen zijn misschien bang voor de kerk of voor religie, dat begrijp ik wel. Maar voor Jezus hoef je niet bang te zijn.’

De jonge generatie staat daar open voor, ziet Emmanuel. ‘Er is een toestroom van dopelingen in de kerk. In Frankrijk laten tienduizenden per jaar zich dopen. Maar we moeten wel oppassen: veel jonge mensen komen af op het sacrale, omdat ze dat zo missen in de cultuur, maar dat kan ook doorslaan in een soort traditionalisme. Hier leren we dat de relatie met God altijd vergezeld moet gaan van een relatie tot de armen.’

Er zijn trouwens niet alleen jongeren, maar ook nogal wat politici die zich tegenwoordig ineens katholiek of christelijk noemen om hun nationalistische agenda te ondersteunen. Emmanuel schudt zijn hoofd. ‘Ik wil geen namen noemen, maar laat ik het zo zeggen: er zijn veel politieke leiders die uit het evangelie een paar bladeren plukken die ze leuk vinden. Je kunt niet zeggen dat je katholiek bent maar dat je geen migranten wilt. Dan heb je nog niet het hele evangelie verteerd. Het evangelie is heel revolutionair. Jezus ging op zoek naar rijken, armen, joden, niet-joden. En iedereen is gelijk.’

In deze broederschap is ook iedereen gelijk, zegt Emmanuel. ‘Iedereen weet dat de democratie uit Athene komt, maar wist je dat het de abdijen waren die het weer naar Europa brachten? In het klooster heeft iedereen een gelijke stem, dat is ook vastgelegd in het kerkelijke recht. Ook als iemand is gekozen tot overste, dan mag hij maar één keer worden herkozen, en daarna wordt hij weer gewoon een medebroeder. Onze oprichter ook. En dat is heel gezond.’

Broeder Marc schept soep voor de broeders
Het klooster van de broeders

In het eetverblijf wordt intussen de soep al opgediend, door de oprichter, die dus allang geen overste meer is. Naast me zit broeder Jozef, de architect die hier ooit als tweede intrad. Ik vraag hem wat het moeilijkste is van samenleven. Hij schrikt even van zo’n directe vraag. ‘Moet ik dit nou aan tafel hardop gaan zeggen? Laat ik het zo zeggen: elke avond moeten we afsluiten met vergeving. En vergeving vragen. Aan de ander, aan God. En: aan mezelf. Dat hoort er ook bij.’ Jozef lacht breeduit en prikt nog een stukje vlees op zijn bord. Biologisch vlees van eigen koe.

Over dat vlees weet Emmanuel overigens nog wel wat te vertellen. ‘Het is van een speciaal ras, Limousin’, zegt hij. ‘Dat is heel smaakvol vlees, maar het is wel een wild ras. Nu hebben wij gemerkt dat ze hier veel minder wild worden. Dat komt door onze stal. De meeste stallen zijn van beton, maar beton galmt en is koud. Dieren worden daar echt gestrest van. Wij hebben de wanden van hout gemaakt. Het is hout dat we lokaal inkopen, bij familiebedrijven die we kennen. We merken dat de dieren veel beter gedijen in een houten stal. Daar komt natuurlijk bij dat ze ons al vanaf hun geboorte kennen. Handelaren die hier komen zijn soms wel verbaasd dat wij gewoon blijven staan als er zo’n stier van een ton aan komt rennen.’ Zelfs runderen komen tot rust in dit klooster.

De dieren zijn belangrijk hier, dat zeggen ook de gasten waar ik mee spreek. Zoals Mohammed, een Iraanse man met een brede lach, die hier een maand heeft gewoond bij wijze van retraite, na een periode van verslaving en criminaliteit. Het eerste wat hij vertelt over zijn ervaring is dat hij vriendschap heeft gesloten met de ezels, en dat ze uit zijn hand eten. Maar daarna volgt nog wat anders: ‘Wat het hier zo mooi maakt is dat de mensen hier écht zijn. Ik zie vaak mensen die van buiten religieus zijn, maar zichzelf beter voordoen dan ze zijn. Hier niet, hier is geen theater. Ik heb hier ongelooflijk veel geleerd.’

Een paar kilometer verderop, in het dorpje Pondrôme, op het erf van de vrouwen van Tiberiade, staat Benedicte de kippen te voeren. Ook hier is het winter en dus is alles wat donkerder en saaier dan in de zomer. Er zijn weinig gasten. Maar daardoor heeft Benedicte alle tijd om te vertellen over het leven hier, terwijl ze de geiten hooi geeft en tussendoor nog een paar stuks prei uit de grond trekt voor het avondeten. De eerste jaren woonden ze nog vlak naast de broeders, vertelt ze, maar op een gegeven moment besloten ze dat het beter was om op een aparte plek te leven. En ook hier is ruimte voor gasten en medebewoners en voor allerlei missionaire activiteiten. Dat kan een vakantieweek voor families zijn, maar ook het bezoeken van mensen in de buurt die dat nodig hebben.

Benedicte draagt een habijt met een hoofddoek, zoals alle zusters. ‘Dat doe ik niet uit masochisme. We dragen het als teken, een teken van een ander leven, van het rijk van God waar we naar willen verwijzen. We dragen ook een ring, omdat we het zien als een soort huwelijk, maar dan niet met een persoon, maar met God.’

Word je dan nooit meer verliefd als je hier intreedt? ‘Verliefdheid is iets heel normaals. Maar als dat gebeurt, heb ik wel een keuze. Of ik mijn tijdelijke gevoel volg, of dat ik de weg volg waar ik ooit voor heb gekozen. Is dat heel anders dan wanneer je trouwt met één partner? Dan kun je ook weleens een gevoel krijgen voor iemand anders. Een gelofte houden is altijd ook een strijd. Maar het is ook een bron van vreugde. Soms is het makkelijk vol te houden, dan voel ik Gods liefde dichtbij. Maar er zijn ook momenten dat ik niets voel als ik bid. Dat is de strijd die je moet voeren.’

Middaggebed in de kapel van de broeders
De broeders verlaten de kapel op weg naar de lunch

Iedereen staat open voor een gesprekje in Tiberiade, tijdens het werk, tijdens het koken, of bij het begin of einde van een van de gebeden. Ik spreek gasten, jongeren die een tussenjaar doen, jonge novicen en de mensen van het eerste uur.

Zoals zuster Agnes, de eerste vrouw in de gemeenschap, die met pretoogjes vertelt over haar geschiedenis hier. Hoe ze eigenlijk gewoon een romantisch leven ambieerde, hoe God haar riep, en hoe ze mocht intreden bij de broeders en hoe ze uiteindelijk een eigen boerderij zijn gaan opbouwen. Ze vertelt over de blijdschap bij scholieren die hier komen. ‘Pas was er een driedaagse retraite van een grote groep scholieren. Wat een plezier kregen ze van het eenvoudige leven. Zonder telefoon. Eten maken. Vuur stoken. En ja, ook bidden. Dat vonden ze heel mooi.’

Of zoals Rania, een Vlaamse studente uit Antwerpen, die hier een week doorbrengt bij wijze van retraite, als onderbreking van een druk studentenleven. ‘Ik vind het altijd heel fijn om hier een tijdje te zijn, de smartphone uit, tijd nemen voor de schepping van God, en voor gebed. Het zingen hier kan ik niet anders omschrijven dan engelengezang. Je denkt bij gemeenschappen vaak aan het beeld van zure zusters in een klooster. Maar het is het tegenovergestelde hier. De vrouwen hier zijn vol vuur en vrijheid. De vreugde spat ervan af.’

Aan het eind van de middag loop ik de heuvel op, richting een kruis dat uitkijkt over de boerderij. Het is al bijna donker. Rondom de vallei liggen de hellingen met kale bossen stil in de winterkou. In de verte bromt een tractor. Beneden aan de bosrand zie ik caravans staan, die worden gebruikt als een soort kluizenaarshutjes voor stiltedagen die ze hier regelmatig hebben. Een beekje sijpelt over het terrein, tussen de groentetuintjes door. Als de bel klinkt, verzamelt iedereen zich in de kapel voor de viering. Een mooie plek om rustig te worden en te staren naar de lampen, de natuurstenen muren en naar Agnes die het ‘engelengezang’ begeleidt op gitaar en kora. Ook hier zijn de gebeden gericht op het koninkrijk van God. Wat dat inhoudt, legt Benedicte uit. ‘Dat het leven meer is dan wat ik om me heen zie. Dat het niet alleen gaat om nut of plezier maar om een liefde die de essentie is van alles. We geloven hier dat Christus de koning is. Die iedereen liefheeft, oneindig. Als ik dat ga zien, om me heen, dan let ik niet meer op de slechte dingen, die me depressief maken, maar dan ga ik mooie dingen zien. Dat verandert het hele leven.’

Warm aanbevolen

Warm aanbevolen: dit artikel staat in het kerstnummer van de Groene Amsterdammer, een special over de terukeer van God

Editie 51-52 / 2025


Geplaatst

in

door