Wie redt de grond van de marktgekte?

Nergens is agrarische grond zo duur als in Nederland. Voor extensieve en natuurlijke landbouw bestaan prachtige plannen, maar de prijzen zijn te hoog om tegenop te kunnen boeren. Hoe red je de grond van de markt?

Zes uitwegen om landbouwgrond minder duur te maken.

beeld Marlin Daneman

Akkerbouwer Jelle Knoot pacht zijn grond langdurig van Aardpeer-Grondbeheer om biologisch te kunnen boeren. Hij teelt achttien gewassen. Numansdorp, Zuid-Holland

Landbouw is wel een heel dure hobby geworden. Voor een hectare agrarische grond mag een Nederlandse boer intussen gemiddeld bijna honderdduizend euro neerleggen. Het is afhankelijk van de grondsoort en de regio: een stuk Fries grasland zit dichter bij de zestigduizend euro, terwijl een akkerbouwer in Flevoland al richting de tweehonderdduizend moet denken. Peperduur, in elk geval, in vergelijking met de landen om ons heen. Agrarische grond kost in de meeste landen nog niet een derde van wat het in Nederland gemiddeld kost.

Als je wil weten waarom de Nederlandse landbouw is zoals hij is, moet je naar de prijsgrafiekjes kijken. De prijs van grond stijgt al decennialang zo’n zes procent per jaar, dat is twee keer zoveel als de inflatie en ook meer dan de prijsstijging voor kunstmest, veevoer en zelfs arbeid. En dat terwijl de prijs van melk alleen maar daalt. Het resultaat is een enorme druk om te intensiveren. Dat is de enige manier om de hypotheek op dure grond te kunnen afbetalen.

We willen allemaal dat onze landbouw meer rekening gaat houden met de natuur. We willen dat akkerbouwers ruimte maken voor bloemenranden, dat boerenbedrijven divers en vitaal zijn en dat koeienmest op het eigen weiland blijft. We hebben de prachtigste doelstellingen. Maar als de grondprijzen blijven stijgen, dan zal dat allemaal bij illusies en beleidsplannen blijven. De wet van het geld is bikkelhard. Met als gevolg: jonge boeren komen er niet meer tussen en de gewenste extensivering wordt onbetaalbaar. Grond is alleen toegankelijk voor wie al grond heeft.

Aan de oever van de Gein, een lieftallig riviertje tussen Abcoude en Weesp, zit het kantoor van stichting Wij.land. Het staat op het erf van een oude zuivelboerderij, Anna’s Hoeve, met ook een restaurant met lokale producten. Vanuit deze plek werkt Wij.land met boeren in het Groene Hart aan verschillende projecten die de landbouw en het platteland duurzamer en vitaler maken.

Er zijn heel veel innovatieve boeren en prachtige initiatieven, zegt oprichter Danielle de Nie. Maar ze wordt er weleens moedeloos van: alles loopt stuk op de grondprijzen. ‘Als we daar met elkaar niet snel iets aan doen, dan houden we in Nederland alleen nog maar een paar grote boeren over en geen enkele ruimte om landbouw en natuur samen te laten gaan’, zegt ze. ‘Wij zijn hier hard aan het werk om groene boeren te helpen geld te gaan verdienen aan natuurbeheer en ecosysteemdiensten. Dat helpt hen, maar als ze dat geld in grond steken, stuwen we de prijs van grond alleen maar verder omhoog.’

Nederland is drukbevolkt. De steden zijn vol en daarom kijken we naar het platteland voor de oplossing van onze ruimtelijke problemen. Op de 54 procent Nederlandse grond die gebruikt wordt voor landbouw willen we ook wonen, recreëren, energie opwekken, datacentra bouwen of militaire oefeningen doen. Maar dat verklaart niet volledig de gekte die nu is ontstaan.

De grondprijzen zijn jarenlang voortgestuwd door de intensivering van de landbouw, aangejaagd door de overheid en de banken. De landbouw werd aangemoedigd om zo veel mogelijk uit de grond te persen met chemische middelen en mechanisering. Dat is voordeliger als je grote oppervlaktes hebt en zo werd de groei van landbouwbedrijven gestimuleerd.

Maar grond komt helemaal niet zo vaak te koop en daarom bieden boeren meteen als er wat vrijkomt. Je weet dat je ooit moet groeien, en bovendien mag je steeds minder mest per hectare uitrijden, dus extra grond is de beste investering in je toekomst. Daar komt nog bij dat er geen pensioenregeling voor boeren bestaat en grond is een geliefd appeltje voor de dorst. De hogere prijzen leiden tot meer intensivering en meer intensivering leidt tot hogere prijzen. Een vicieuze cirkel omhoog.

En er zijn niet alleen boeren actief op de grondmarkt, ook beleggers en speculanten stappen in. Zij lopen geen enkel risico met het investeren in grond, want de prijzen stijgen toch wel. In de Bovenkerkerpolder onder Amstelveen is een kwart van de grond in handen van projectontwikkelaars. Die hopen op woningbouwprojecten. Ze verpachten de grond in de tussentijd, maar de agrariërs hebben geen enkele prikkel om te investeren in de bodem of het ecosysteem, het is immers toch maar voor korte termijn. En zo verschijnt er rond Schiphol vooral veel lelieteelt en andere vormen van landbouw die helemaal niet bijdragen aan bodemvruchtbaarheid.

De pachtprijs is in korte tijd bijna dertig procent gestegen, vertelt een biologische akkerbouwer in Flevoland, die anoniem wil blijven. Hij pacht van het rijk. ‘De ambtenaren van het Rijksvastgoedbedrijf zeggen dat ze verplicht zijn de marktwaarde te volgen, omdat het anders gezien wordt als staatssteun’, klaagt hij. ‘Maar er zit een grens aan wat mensen willen betalen voor hun biologische erwtjes. Met andere woorden: het kan gewoon niet meer uit.’

De grondgekte wordt versterkt door bewust beleid dat uitgaat van de belangen van grondbezitters. Zo krijgen zij in Nederland allerlei fiscale voordelen. Voor agrarische grond betaal je geen overdrachtsbelasting, en je betaalt ook geen winstbelasting over waardestijgingen. Daarbij komt dat landbouwsubsidies per hectare worden berekend en dat veeboeren die worden uitgekocht, hun grond mogen houden. Sterker nog: de uitkoopvergoeding wordt in één keer uitbetaald, dus wat doet de stoppende boer als hij slim is? Nog meer grond kopen.

Grond is gewoon een belegging geworden. Wie belegt in grond, loopt amper risico. Als de grond wordt afgewaardeerd, krijg je compensatie, als de grond nodig is voor woningbouw win je de jackpot. Het is een risicoloze loterij waar je geen belasting voor betaalt.

De overheid bemoeit zich nauwelijks met grondbeleid, is de conclusie van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in een recent advies. ‘In de landen om ons heen is het heel normaal dat de overheid meebeslist over de grondmarkt’, zegt landbouweconoom Krijn Poppe, die leidinggaf aan de adviescommissie. ‘Wij zouden dat ook kunnen doen, daar zijn heus wel instrumenten voor. We zouden transacties kunnen goedkeuren of op andere manieren de ruimtelijke ordening kunnen sturen. We doen het alleen niet, en dat is gewoon dom. We leven in het dichtstbevolkte land van Europa, maar we hebben het liberaalste grondbeleid van iedereen.’

De huivering om zich te bemoeien met de grondmarkt komt deels door de belangen van de bezittende klasse. De continue stijging van de (fictieve) marktwaarde lijkt een recht geworden. We zijn eraan gewend dat grond, net als een koophuis, altijd meer waard wordt. En met die extra waarde kun je weer bijlenen. Grond als pinautomaat, net als een huis. Maar is dat echt het ‘recht’ van de bezitter? Blijkbaar wel. Toen het centrum-linkse kabinet-Den Uyl in 1977 wilde morrelen aan dit idee, door te stellen dat grondeigenaren bij uitkoop niet de volledige (fictieve) marktwaarde zouden moeten krijgen, werd het subiet naar huis gestuurd.

Het woord ‘bezittende klasse’ klinkt misschien wel iets te negatief. Deze groep bestaat niet alleen uit renteniers die slapend rijk zitten te worden, maar ook uit melkveehouders die elke dag om vijf uur uit hun bed stappen om de koeien te melken voor lage opbrengsten, zonder pensioen. En toch groeit er iets ongenadig scheef, zeggen experts. Het is cruciaal dat we iets gaan doen aan die prikkel om altijd maar grond bij te kopen.

De huidige grondprijs kost de belastingbetaler kapitalen. We moeten namelijk van alles in ons land: nieuwe woonwijken, extra defensieterreinen, meer duurzame energie en groter bos. Voor de grond die daarvoor nodig is betalen we veel meer dan nodig.

Pim Clotscher pacht grond van BD Grondbeheer. Hij heeft een gemengd biodynamisch bedrijf. Sint Philipsland, Zeeland
Het land van boer Pim Clotscher in Sint Philipsland, maart 2026

Het platteland betaalt bovendien nog een extra rekening. Jonge bedrijven, die nodig zijn voor een vitale economie, komen er niet meer tussen. Beginnende boeren hebben geen kans in deze markt, zegt Merel Straathof van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (najk). ‘Een jonge boer die een bedrijf overneemt, heeft extra grond nodig om klaar te zijn voor de benodigde extensivering. Maar we kunnen nooit zo veel bieden als gevestigde boeren die meer kunnen lenen, of agrarische bedrijven die kiezen voor grootschalige intensieve teelten. Het stelt jonge boeren voor een moeilijke keuze: uit het boerenbedrijf stappen of naar het buitenland vertrekken.’

Door de druk uit de markt, de fiscale prikkels, de verkeerde subsidies en het gebrek aan sturing door de overheid ontstaat een ratrace. De winnaars zijn de mensen met de diepste zakken, die steeds meer platteland in handen krijgen. ‘Dat moeten we vooral laten gebeuren, als we dat willen’, zegt Krijn Poppe van de Rli. ‘Maar dan moeten we stoppen met praten over een vitaal platteland waar ruimte is voor landbouw én natuur. Want dat kan dan niet meer.’

Hoe redden we de grond uit de marktgekte? Wie durft in de markt te stappen en de grond eruit te halen? Er zijn uitwegen uit de vicieuze cirkel, meestal door de functie van de grond aan beperkingen of duurzame voorwaarden te binden. Daarmee daalt de marktwaarde. Maar moet de boer daarvoor opdraaien? Of zijn er andere partijen die bereid zijn af te zien van de fictieve waardestijging waar iedereen zo aan gewend is? Wie neemt het zogenaamde ‘verlies’?

1. Boer en overheid komen tot een vrijwillige beperking

Noord-Brabant is een dichtbevolkte provincie met veel intensieve landbouw die geroemd wordt om haar vooruitstrevende en actieve ruimtelijke ordening. De druk van de intensieve landbouw wordt hier meer dan elders gevoeld, geeft Jan Buys als verklaring. De strateeg landbouw en voedsel heeft op de begane grond van het provinciehuis een bankje gevonden en klapt zijn laptop open. Op een kaart laat hij zien waar alle landbouwgebieden in de provincie zitten en welke gebieden dicht bij kwetsbare natuur liggen.

De provincie wil liever niet van bovenaf bepalen waar precies wat voor soort landbouw moet komen. Maar Brabant heeft wel een troef in handen, zegt Buys. ‘Brabant is rijk, door de verkoop van elektriciteitsbedrijf Essent. Met dat geld kunnen we grond kopen, verkopen, ruilen en verpachten, en daarmee kunnen we ook invloed uitoefenen. Niet via onze publieke rol, maar via onze private rol.’

Zo kunnen boeren rond kwetsbare natuurgebieden hun grond aan de provincie verkopen, als ze dat willen. ‘Die verpachten we dan aan hen terug, maar mét gebruiksvoorwaarden. Ze moeten daar extensief gaan boeren. Dit is een win-winsituatie, de boer kan met het geld elders grond kopen en hier kan hij extensief gaan boeren tegen een lage pacht.’ Bovendien werkt de provincie aan nog een andere regeling. Daarin kan de boer ervoor kiezen om de grond in bezit te houden, maar om een ‘kwalitatieve verplichting’ te accepteren. ‘Dat is een contract waarin staat dat de grond voor eeuwig extensief beheerd moet worden.’

Deze verplichting gaat dan mee bij een eventuele grondverkoop en dat drukt de marktwaarde van de grond. De provincie betaalt daarbij compensatie en neemt dus feitelijk het ‘verlies’. Maar dat kun je ook anders oplossen. ‘Soms kun je een ondernemer compenseren via een maatwerkregeling. Dan verlenen we planologische medewerking, zeggen we dan, om bijvoorbeeld meer woningen te mogen bouwen, ter compensatie van de afwaardering.’ In sommige regio’s van Nederland heet dat de Rood voor Groen-regeling. Meer extensieve landbouw, meer woningen, als je dat verstandig doet, is dat gunstig voor iedereen en hoeft niemand de portemonnee te trekken.

Met honderd miljoen euro van het rijk hoopt de provincie de ‘kwalitatieve verplichtingen’ komend jaar open te stellen voor alle Brabantse boeren in kwetsbare gebieden, als Brussel het niet ziet als ongeoorloofde staatssteun. Maar we moeten ons niet vergissen, zegt Buys. ‘Het lijkt veel geld, maar je kunt er maar vijftienhonderd hectare mee extensiveren. We doen hooguit iets aan de scherpe randjes van het probleem.’ Daarbij moet je opletten voor het waterbedeffect: als de boer het extra geld in nieuwe grond steekt, stuw je de prijzen verder op. Maar de geëxtensiveerde grond is wel goedkoper geworden en dat is een begin van een doorbraak uit de vicieuze cirkel.

2. De verpachter kiest eigen voorwaarden

Bij de boerderij in Westbroek vieren kieviten de lente en buitelen om elkaar heen. Hier is het erf van De Bonte Parels, een biologische melkveehouderij. Aad van der Meer weet nog hoe hij hier het erf op fietste en het boerenechtpaar verraste met een onverwacht aanbod: een stuk land. ‘Ik zei: ik ben diaken van een pkn-kerk in De Bilt. We hebben zes hectare grond en we zoeken een biologische boer om het aan te verpachten. Ze waren stomverbaasd. Het water stond hun tot de lippen, ze hadden meer grond nodig maar konden alleen knetterduur huren van een belegger. Dit was voor hen een geschenk uit de hemel.’

Meer dan een kwart van de Nederlandse landbouwgrond pachten boeren van een andere eigenaar. Het Rijksvastgoedbedrijf en Staatsbosbeheer hebben bijvoorbeeld elk ongeveer vijftigduizend hectare landbouwgrond in bezit. Onder de beleggers is verzekeraar a.s.r. de grootste, met veertigduizend hectare. De pachtprijs stijgt mee met de marktwaarde van de grond, dus voor boeren kan dat flink in de papieren lopen. A.s.r. biedt wel een kleine korting voor duurzame boeren, maar het doel van beleggen blijft geld verdienen.

De boer in Westbroek, Rutger Hennipman, ligt niet eens van de prijs wakker. ‘Dat is wel een obstakel als je nog moet omschakelen, maar wij zijn al biologisch en hebben dus ook de hogere inkomsten van biologische melk.’ Het grote probleem is dat er altijd wel iemand is die meer biedt. En dan is er nog de pachttermijn. ‘Sommige stukken land kunnen we maar voor één jaar pachten’, vertelt Hennipman. ‘Dat maakt het wel heel moeilijk om duurzaam voor de grond te zorgen of kruiden in te zaaien, want ik weet niet of ik er volgend jaar nog wat aan heb.’ Een eigenaar zoals de kerk, waarmee hij een langetermijnrelatie heeft, is dan veel beter.

Ook voor de kerk doet financieel rendement ertoe, zegt Van der Meer. ‘Het is ooit door iemand aan ons geschonken om er diaconale projecten mee te betalen. We steunen er bijvoorbeeld projecten mee voor klimaatslachtoffers in ontwikkelingslanden. Maar we willen een groene kerk zijn en hebben daarom besloten om met onze grond bij te dragen aan verduurzaming.’

De pkn-kerk in De Bilt verpacht nu een stuk land aan De Bonte Parels en ook aan een gangbare boer die investeert in natuurbeheer. ‘Wij kunnen ook bijspringen als er een probleem is’, vertelt Van der Meer. ‘Vorig jaar stortte de stalvloer van De Bonte Parels in. Zestig koeien zaten tot hun nek in de mest, echt een bedrijfsramp. Wij hebben toen een crowdfundingsactie opgezet en we hebben de pacht een jaar niet geïndexeerd.’

Een lapje grond van zes hectare lijkt misschien onbeduidend, maar alle lokale kerken bij elkaar hebben veertigduizend hectare landbouwgrond. En dan heb je nog alle andere stichtingen, fondsen en families die land bezitten. Een deel van hen is intrinsiek gemotiveerd voor andere waarden, zoals duurzame landbouw of vitale boerenbedrijven. Zij hoeven niet te sturen op maximale winst, hebben de grond al eeuwen in bezit en hoeven zich van de markt niet veel meer aan te trekken.

Weidegrond van biologisch melkveebedrijf De Bonte Parels. Westbroek, Utrecht

Jelle Knoot inspecteert zijn land

3. Burgers kopen de grond uit de markt

Als je geen grondeigenaar bent, kun je dat natuurlijk wel worden. Groepen burgers kopen de laatste jaren grond om ruimte te maken voor duurzame landbouw. Er zijn een paar initiatieven, zoals stichting Aardpeer, Lenteland en Land van Ons. De mensen die geld inleggen krijgen een lage rente en zien af van vermogenswinst. Het land wordt zo bevrijd van hoge rendementseisen.

Het is geen nieuw idee. Stichting BD Grondbeheer kreeg een halve eeuw geleden al een boerderij in het Groene Hart geschonken om blijvend biodynamisch te gaan verbouwen. Met donaties kochten ze nieuwe grond op.

Hun kantoor staat op Landgoed Kraaybeekerhof in Driebergen, naast een grote biologische zelfoogsttuin. Vinken en zanglijsters bevolken de monumentale bomen. Bestuursvoorzitter Kees van Biert heeft een lang leven als consultant en commissaris voor grote bedrijven achter de rug en doet dit nu pro bono. ‘Een paar jaar geleden besloten we dat het tijd was voor een verbreding van de doelgroep. We zaten wel erg in de donkergroene hoek, met onze biodynamische criteria’, vertelt hij. Samen met Triodos Regenerative Money Center, Herenboeren en Danielle de Nie van Wij.land hebben ze Aardpeer opgericht. ‘Met obligaties tegen een lage rente hebben we een paar miljoen euro opgehaald. De grond die we daarmee konden kopen, verpachten we nu langjarig aan boeren die biologisch willen worden.’

In totaal beheert BD Grondbeheer, deels via Aardpeer, zeshonderd hectare grond. De grote uitdaging nu is om het kapitaal op peil te houden. ‘De obligaties lopen na vijf of tien jaar af’, zegt Van der Meer. ‘Welke mensen kopen dan weer nieuwe obligaties? Als een deel niet door wil, moeten we dan toch naar wat kortere pachttermijnen?’

Eigenlijk wil hij de grond voor eeuwig uit de markt halen. ‘De indianen dachten zeven generaties vooruit bij het maken van keuzes. Wij willen ook dat boeren zo voor de bodem kunnen zorgen dat die voor minstens zeven generaties vruchtbaar blijft.’ Dat gaat heel moeilijk met reguliere pachtprijzen die richting de drie procent gaan. ‘Ik denk dat een prijs tussen de 1,2 en 1,8 procent gezond is. Dan heeft de boer speelruimte om ook voor het ecosysteem te zorgen.’

4. De boerenfamilie houdt de grond uit de markt

En dan is er nog het oude vertrouwde overerven. ‘Een familie hoeft zich natuurlijk niet mee te laten nemen door de marktgekte’, zegt Krijn Poppe van de Rli. ‘Vroeger was het heel normaal in een boerenfamilie om een paar kinderen naar de stad te sturen, voor een opleiding. De ene die geen studiebol was, bleef achter en zorgde voor zijn ouders. De rest gunde dat aan die ene.’ De grond blijft dan volledig buiten de markt, de opvolger heeft geen last van de hoge prijzen. Die kan natuurlijk alsnog kiezen voor intensieve landbouw, maar er zijn ook mensen die juist heel natuurlijk konden gaan boeren doordat ze niet zo veel vaste lasten hadden.

Maar de tijden veranderen, zegt Poppe. ‘De broers en zussen die gaan studeren hebben geld nodig voor hun studie en hun huis. En kan die ene achterblijver wel het familiebedrijf runnen, dat met al die grond op een enorm kapitaal leunt?’ De afweging wordt zakelijker, broers en zussen willen nu uitgekocht worden. ‘Als het om zoveel vermogen gaat, wordt het steeds moeilijker om alles aan die ene te gunnen. Maar er zijn nog steeds veel families waar dat wel gebeurt.’

Danielle de Nie van stichting Wij.land kent boeren die dit model zouden willen uitbreiden naar een opvolger buiten de familie. ‘Zij vinden het gek dat zij als ze stoppen alle waardestijging zouden mogen cashen. Ze hebben duurzaam voor hun land gezorgd en hebben liever dat er een opvolger komt die zonder veel schulden hun bedrijf kan voortzetten. We zijn bezig met een studiegroep, om te onderzoeken hoe je dat juridisch goed regelt.’

Boy en Wendela Griffioen, biologische melkveehouders in Weesp, hebben zich alvast opgegeven voor deze groep. ‘Wij doen allerlei investeringen in het landschap en in de grond’, zegt Boy. ‘Het zou heel erg zijn als onze opvolger al onze voedselhagen weer omkapt omdat hij zo veel mogelijk moet verdienen. We zouden dit wel willen overdragen in een stichting die onze randvoorwaarden bewaakt.’ Een soort functiebeperking, net als in Brabant dus, maar dan vrijwillig geregeld door de boer zelf. ‘Onze opvolger zou dan gaan pachten van de familiestichting. Door de pacht laag te houden, kan hij duurzaam blijven boeren, en voor ons is het een mooie pensioenregeling of een erfenis voor onze kinderen. Ik vind het wel mooi: mijn kinderen krijgen dan niet in één keer een groot bedrag, maar een vergoeding per maand of per jaar.’

5. De eigenaar verandert de functie

Sander Bosman leidt me enthousiast rond over Landgoed Middenbos dat sinds kort van zijn familie is. Het is grijs en druilerig, in de verte zien we tussen de kale bomen door de kerktoren van Zutphen. Het land is zich aan het voorbereiden op de lente. De jonge boompjes van zijn nieuwe bos beginnen uit te lopen, de bomen in het veld voor agroforestry krijgen al knoppen. Bosman laat zien waar hij natuurgebied aan het aanleggen is, en waar de natuurcamping komt met tentplekken en trekkershuisjes.

We lopen tussen rijen zwarte bessen, frambozen en kornoelje, staan stil bij de szechuanpepers waarmee Bosman experimenteert. ‘We zijn nog maar een paar jaar bezig, maar er komt nu al zo ongelooflijk veel voedsel van dit land. Overal waar ik kom stop ik allerlei peulvruchten en granen in de grond. Dat komt op en draagt vrucht, en dat eten we dan, of we laten het weer verrotten en dan verrijkt het de bodem. Ik plant fruit- en notenbomen die water en voedingsstoffen uit diepere lagen naar boven brengen.’

Bosman wil ruimte maken voor nieuwe agrarische ondernemers die willen experimenteren met regeneratieve landbouwmethodes, zoals meerjarige groenten of paddenstoelen in de oude mestsilo. ‘Het is ook onze wens om tiny houses te bouwen voor deze ondernemers.’ Er moet ruimte komen voor een nieuw soort plattelandsgemeenschap waar mensen kunnen verblijven, wonen en voedsel produceren. ‘Want niemand is gemaakt om onder een systeemplafond te zitten.’

Het landgoed was een paar jaar geleden nog gewoon weiland. Bosman heeft een deel van het land samen met zijn familie van de melkveehouder gekocht. Een ander deel werd gekocht door een natuurorganisatie. In totaal wordt nu 25 hectare omgezet naar een multifunctioneel landbouwbedrijf waar ze natuur, voedsel, wonen en recreatie gaan combineren.

De truc is het gebruik van de juridische term ‘landgoed’. ‘De gemeente Brummen heeft daar een regeling voor als het meer dan 25 hectare betreft’, vertelt Bosman. ‘Je moet dan wel minstens vijf hectare natuur realiseren. Daarvoor mogen we dan ook woningen toevoegen. Dus we kunnen er een huis voor mijn ouders op zetten.’

De oude eigenaar doet ook mee in het plan. In de oude keuken, die tot voor kort van hem was, zit hij te lunchen samen met Bosman die voor beiden een eitje heeft gebakken. ‘Ik wilde graag afbouwen’, zegt boer Pieter, ‘maar ik had geen opvolger. Ik heb na de verkoop mijn handen weer vrij om dingen te gaan uitproberen. Ik ben 63. Ik was altijd al bezig met kruidenrijk grasland en bloemenstroken. Maar nu kan ik weer verder experimenteren. Hoeveel opbrengst kun je halen met agroforestry? Welke gewassen doen het nog in de schaduw van bomenrijen?’

Met de landgoedconstructie gaat de grond voor altijd van de markt. Bosman neemt het ‘verlies’ van het niet meer kunnen doorverkopen. Op de lange termijn betaalt dit zich uit, is zijn overtuiging. ‘We experimenteren met beplanting die water vasthoudt, waar de grond anders zou gaan uitdrogen door klimaatverandering. We planten notenbomen die 120 jaar lang opbrengst geven en bouwen aan een gemeenschap die hier voor altijd voor kan gaan zorgen.’

6. De overheid gaat functies beperken en transacties toetsen

Als we echt iets willen veranderen in Nederland, zal het rijk daar ook een rol in moeten pakken, schrijft de Raad voor de leefomgeving in zijn advies van februari. ‘We hebben gewoon heel weinig beleid voor ruimtelijke ordening’, zegt landbouweconoom Krijn Poppe. ‘Als de overheid zich daar meer mee zou bemoeien, zou dat de prijsstijging van grond flink drukken. Dat kan prima, want er zijn veel instrumenten beschikbaar.’

Zo zou je bijvoorbeeld gebieden kunnen aanwijzen waar alleen een bepaalde landbouw mag plaatsvinden. ‘Op bedrijventerreinen heb je ook allerlei milieucategorieën, die je vastlegt in het bestemmingsplan. Waarom niet bij landbouw? We kennen alleen de bestemming “landbouw” of “natuur”. Je zou ook kunnen differentiëren, en vastleggen dat je rond natuurgebieden alleen een bepaalde vorm van landbouw wil hebben. Dat is dan ook meteen een helder kader voor subsidieregelingen.’

De ene boer kiest voor nieuwe technologie of precisielandbouw, de ander zoekt het in minder dieren per hectare. ‘Ook dat kun je per gebied vastleggen’, zegt Poppe. ‘Elke overheid mag een omgevingsvisie maken. Ze durven het alleen vaak niet!’

Maar wie neemt dan het verlies? Boeren met grond zijn als de dood voor een overheid die de functie van hun grond beperkt, want dat drukt de waarde. Hoe kan de overheid dat compenseren?

‘Dat kan door het te verbinden aan de lokale opgaven’, zegt Poppe. ‘In het ene gebied wil men woningbouw, elders defensieterreinen. Dat zijn ook inkomstenbronnen. Gebruik dit geld om de afwaardering van de grond mee te betalen.’

Belangrijk is dan dat de compensatie niet in één keer wordt uitgekeerd, want dan vloeit het geld naar nieuwe grondaankopen. ‘Maak hiervan langlopende vergoedingen voor landschapsbeheer’, adviseert Poppe. ‘Dat kan nu al. Maar het zou helpen als het rijk de subsidies daarop zou aanpassen. Verleid de regio’s om keuzes te maken en vast te leggen in hun omgevingsvisie.’

De Rli pleit er tevens voor dat de overheid de grondverkopen ook gaat toetsen. Boerderijen kunnen bijvoorbeeld een label krijgen, vergelijkbaar met energielabels van een huis. Als een ‘E-boer’ die veel stikstof uitstoot grond wil kopen, dan gaat dat langs de toetsingskamer. ‘Die gaat kijkt of er ook een A- of B-boer in de buurt zit die minder uitstoot’, geeft Poppe als voorbeeld. ‘Als dat zo is, dan neemt de overheid de grond over en regelt het met de duurzamere boer. Naasting, heette dat vroeger, of indeplaatsstelling. De vraag is dan wie het verschil betaalt tussen wat de A- en de E-boer biedt. Moet de overheid betalen, of de boer? Of moet hij het wel betalen maar mag hij extra inkomsten genereren met extra woningen?’

Dit is minder communistisch dan het klinkt. ‘Het is heel normaal in de landen om ons heen. In Frankrijk heb je de Safer, een regionale commissie waarin ook boeren zitten. Die kijken of een bepaalde transactie goed is voor het platteland en voor kleine gezinsbedrijven. In Duitsland moeten de deelstaten transacties goedkeuren.’

In Nederland regeert de markt, maar dat hóeft niet. ‘We hebben nog steeds een wet die hierin voorziet’, zegt Poppe. ‘Dat is de Wet agrarisch grondverkeer. Die is deels buiten werking gesteld, maar de minister kan dat zo weer terugdraaien, daarvoor hoeft hij niet eens langs de Kamer. De basis voor een beter grondbeleid, en een uitweg uit deze crisis, ligt gewoon klaar.’


Geplaatst

in

door

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *