Regendansen tegen de machine

‘Het Westen is mijn thuis—maar het Westen heeft mijn thuis ook verslonden’, zegt Paul Kingsnorth. We leven in een beschaving die de mens op de maan kan zetten en ons voorziet van alles wat ons hart begeert. Maar intussen vreten we de oudste bossen kaal en laten we via miljoenen schermpjes onze kleinste kinderen leegzuigen.

Kingsnorth windt er geen doekjes om in zijn nieuwe boek Tegen de machine. Hij is het een zachtaardige Engelsman die het liefst warme boeken leest van romantische dichters en Ierse monniken, maar als hij schrijft gaat hij er met gestrekt been in. Hij is vol emotie over de aarde die hij ziet veranderen. Je kan hem uitschelden voor romanticus, asceet of technofoob – maar dat deert hem allemaal niet. Of hij reactionair is? Nee hoor, zegt hij: hij is ‘radicaal reactionair’. Vooruitgang is een religie geworden en we moeten stoppen om ervoor te buigen.

Bekering

Er zijn intussen aardig wat mensen in ons land die Kingsnorth volgen. Dat komt doordat hij heel mooi en raak kan schrijven over verschillende bekeringen die hij heeft doorgemaakt. En daarbij houdt hij zich niet aan wat er in de mode is. Hij was jarenlang een linkse antiglobalist, totdat hij ontdekte dat hij liever in de natuur wilde leven dan haar proberen te redden vanachter zijn laptop. Hij schreef bevlogen teksten, totdat hij een roeping voelde om bomen te planten en te gaan luisteren naar de natuur. Hij dook in zenboeddhisme en wicca, totdat hij werd gegrepen door een stem die hij heel hard probeerde niet te horen. Hij wist dat het Christus was, vertelde hij in een interview, en hij wist dat hij daar wél voor wilde buigen, tot verbazing van zijn linkse vrienden. Maar ook als christen was hij tegendraads: hij werd oosters-orthodox.

In zijn boek Tegen de machine probeert hij al die wegen met elkaar te verbinden: wat hebben globalisering en milieu, magie en geloof, technologie en thuis met elkaar te maken? Hij doet dat telkens opnieuw vanuit een ander gezichtspunt, waarbij hij een heleboel interessante schrijvers en denkers voor ons afstoft. Die kijken allemaal weer met een andere bril naar het revolutionaire pad dat het Westen heeft gevolgd. En of ze dat nu modernisering, verwestersing, kapitalisme of de Grote Ontworteling noemen, Kingsnorth vat het allemaal samen met het woord Machine. ‘Omdat het voélt als een machine. Er wordt een technologisch machts- en controlenetwerk uitgerold over de hele wereld dat zijn weerga niet kent en ons meeneemt richting een strikt gecontroleerde toekomst, waarin mens en natuur zich voegen naar de behoeften van dit netwerk.’

Monster

Op Substack schreef Kingsnorth de afgelopen jaren essays waarin hij op zoek ging naar de wortels van dit fenomeen. Hij kreeg al snel tienduizenden betalende volgers, dus blijkbaar raakte hij een snaar, niet alleen in christelijke kring maar ook bij liberale en conservatieve lezers. Van al die essays heeft hij nu dit boek gemaakt. Hij kan goed vertellen, al vind ik het in het Nederlands soms wat houterig overkomen, en hij legt heel goed de gewelddadige wortels bloot van de consumptiemaatschappij die we vaak heel normaal vinden.

Kingsnorth praat niemand naar de mond: er zit niets minder dan een monster achter de machine. Of het nu gaat om het milieu, om de brexit, om hulp aan kinderen die in transitie willen, om ChatGPT of om economisch groei: er is een machine die álles wil uithollen, alle culturen wil vernietigen, de mens zelf wil beheersen.’ Kingsnorth heeft het bewust over een ‘wil’: ‘De crisis van de moderne wereld is geen crisis van technologie, politiek, of broeikasgassen, het is een geestelijke strijd. De Machine representeert onze ultieme rebellie tegen de natuur: tegen de werkelijkheid zelf.’ En zo verdwijnt de ruimte voor alles wat sacraal is.

De radicaliteit van Kingsnorth vind ik wel een verademing. Je hoeft het niet met hem eens te zijn, maar door heel kritisch te kijken naar de wortels van allerlei dingen die wij als normaal beschouwen, trekt hij ons denkraam een heel een stuk verder open.

Op een gegeven moment begint zijn uitleg wel wat eendimensionaal te worden. Zijn alle bouwstenen van de Machine zo slecht? Of is de machine ook opgebouwd uit goede stenen die verkeerd worden gebruikt? Onze cultuur is niet alleen gebouwd op rebellie, maar ook op christelijke bevrijding. Bevrijding juist van wat het sacrale, dat ook duister kan zijn. Ik weet niet of we daar naar terug moeten verlangen. Ik zie veel onkruid in onze samenleving, maar er staat ook veel graan tussen.

Maar ons hart loopt gevaar, zegt Kingsnorth. De analyses die hij geeft zijn heel gezond voor mijn wereldbeeld, dat gepokt en gemazeld is in het burgerlijke protestantisme en in het vertrouwen op de verzorgingsstaat. Hoe redden we ons hart in een tijd van techniek en macht? Heel praktisch wordt Kingsnorth niet. Hij is eerder een dichter. We moeten gaan regendansen, zegt hij. ‘Regendansen op je smartphone tot die aan gruzelementen is. Regendansen tegen de mythes van de tijd. Regendansen tegen de valse goden. Regendansen met een lach op je gezicht. Wat heb je te verliezen? Word weer mens.’

Paul Kingsnorth, Tegen de machine. Een zoektocht naar menselijkheid in een tijdperk van technologie (uitgeverij KokBoekencentrum)


Geplaatst

in

door