Kiezen voor de lijdende knecht

in: overig - Tenachon (december 2012)

Voor bijbelkenners zijn het bekende woorden: de lijdende knecht brengt ons genezing. Maar soms kennen we woorden zo goed, dat we vergeten hoe radicaal ze zijn. Een tijdschrift over joodse wijsheid wijdt een themanummer aan de lijdende knecht.

Blader terug: De stamtafel: Moeten wij op Fac…
Blader verder: Om onze rijkdom hoort geen hek
Terug naar overzicht
Gebruikte Tags: , , , , ,
142 x bekeken
These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Facebook
  • Twitter

 

 

Het zijn bekende woorden: de lijdende knecht die ons genezing brengt. Maar soms kennen we woorden zo goed, dat we vergeten hoe radicaal ze zijn. Het werk van René Girard (Frans - Amerikaans letterkundige, antropoloog en filosoof, geboren 1923, wonend in de VS) kan ons helpen om weer versteld te staan van de lijdende knecht, die alles op z'n kop zet.

 

Mythen doorprikken

 

De publicaties van Girard draaien eigenlijk steeds om hetzelfde: het doorprikken van drie moderne mythen. Die mythen zijn: de mens is autonoom, de rede redt ons van geweld, en de bijbel is achterhaald.

 

De eerste mythe, de mens is autonoom, is een romantische leugen, zegt Girard. Lees de romans van grote schrijvers als Dostojevski, als Proust. Al hun personages kampen met jaloezie en begeerte. Deze schrijvers wisten het: de mens is helemaal niet autonoom, de mens verlangt wat een ander verlangt. De mens is ten diepste een grote na-aper die altijd wil kopiëren en concurreren. Dat begint al bij het kleine kind dat uit dertig legosteentjes kan kiezen, maar precies het blokje van het andere kind wil. Onze begeerte is 'mimetisch', oftewel nabootsend.

 

Deze mimetische nabootsing kun je op een ander niveau uitleggen als: we worden gevormd door de blik van anderen. Denk aan een feestje. Je zit op de bank en dan komt er een belangrijk persoon binnen. Ieder woord, iedere knipoog leg je op een weegschaal. Als hij naar je kijkt, voel je je iemand, en je lijkt niet te bestaan als hij dat niet doet. En je weet dat de rest van de kamer met je meekijkt.

 

We willen graag de ander zijn. Maar die ander wil dat ook bij ons, en zo raken we in rivaliteit verzeild. Hoe dichter we bij elkaar komen, des te meer gaat de ander in de weg staan van ons verlangen. In de woorden van Girard: ons model, onze voorbeeldfiguur, kan tegelijk ons 'obstakel' worden. Legoblokjes kunnen we uiteindelijk delen, maar een geliefde of een topfunctie niet.. Hoe dichter we bij elkaar komen, hoe groter de haat kan worden. Dat kan tot geweld leiden.

 

Uitlaatklep

 

Samenlevingen hadden vroeger een uitlaatklep voor dit soort geweld. Dat was meestal een mens, die de schuld van alle ellende kreeg en uiteindelijk door de hele gemeenschap werd gelyncht, waardoor de lucht opklaarde en de gemeenschap weer samen verder kon. Door de zondebok te vernietigen, geloofden mensen zich van het kwaad te ontdoen.

 

Graag vertel ik een persoonlijke waarneming over een klein voorbeeld van dit zondebokmechanisme. Vorig jaar lag ik op een strand aan een meertje bij mij in de buurt. Mooie mannen en vrouwen bij elkaar, zo cool mogelijk en zo min mogelijk kleren aan. Niet omdat ze allemaal daadwerkelijk baantjes willen gaan trekken, nee: de meeste mensen zitten daar van achter hun zonnebril vooral naar elkaar te loeren. De mimetische begeerte is te snijden, zou je kunnen zeggen.

 

Op een gegeven moment ontstond er onrust. Een paar meiden scholden een oude man uit, een "viezerik", zeiden ze. "Rot op hier!" riepen ze. Waarom? "Hij zit zichzelf hier af te trekken!" De man stond direct op en was binnen vijf tellen verdwenen. Tot zover was het niet interessant, de kans is groot dat de man werkelijk aan de kwalificaties voldeed. Maar het opvallendste was: iedereen begon ineens met elkaar te praten. De meiden kregen bijval, omstanders bemoeiden zich ermee, iemand riep de man nog na: "Wegwezen hier!", en het hele strand zat rechtop, opgelucht lachend. En het gekke was: ik voelde die opluchting ook. Ineens hoorde ik erbij. Wij begrijpen elkaar, dacht ik, hier zitten de mensen die oké zijn. We zijn niet zoals die viezerik. Het was ineens gezellig op het strand.

 

Een zondebok brengt eenheid. Flarden van herinneringen aan dit mechanisme ontdekte Girard in alle oude culturen, door mythes, rites en taboes te analyseren. Hij ontdekte dat iedere orde begonnen is met een moord - een moord die vrede bracht. En het opvallende is: door de vrede die volgde op de uitdrijving hebben mensen geweld altijd geassocieerd met het heilige. Zondebokken werden uiteindelijk vereerd als goden, niet omdat mensen hen toch goed gingen vinden, maar omdat geweld en vrede twee gezichten waren van de vreeswekkende godheid. Met offers - eerst mensenoffers, later dierenoffers - werd de herinnering aan dit geweld levend gehouden, en bleef de godheid op afstand.

 

Nog in de tijd van Sophocles had Athene, de bewonderde bakermat van onze beschaving, een voorraad slaven ter beschikking om in geval van dreigend onheil van de rots te kunnen gooien. Hele naties zijn gebouwd door iedereen te verenigen rond een gezamenlijke vijand, vaak een minderheid in eigen land. De 'vreedzame orde' van onze beschaving, en van de religies, is dus de tweede mythe die Girard doorprikt. Onze orde is niet redelijk en vreedzaam, ze is gebouwd op geweld en uitsluiting.

 

Slachtofferperspectief

 

Tijdens zijn onderzoek stuitte Girard echter op één bron die hij niet in zijn zondeboktheorie kon persen: de bijbel. Heel vaak wordt daarin het perspectief gekozen van het slachtoffer. Dat is bijzonder, want meestal vertellen mythes een gebeurtenis achteraf, waarbij de meerderheid de schuld op de verliezer schuift. Opvallend van Bijbelteksten is, dat daarin de meerderheid vaak schuld heeft! Jozef wordt verkocht door zijn broers - maar het vertelperspectief kiest voor Jozef en houdt vol dat hij niets heeft gedaan. Job wordt in de steek gelaten, door iedereen, zelfs door zijn vrienden en door zijn vrouw - maar God blijft achter hem staan. En ook veel Psalmen zijn geschreven vanuit het perspectief van de zondebok, op de vlucht, gekwetst door de leugens van de menigte, in de steek gelaten door zijn vrienden. De lijdende minderheid, dat is het perspectief waar in de loop voor de bijbel steeds meer voor wordt gekozen. Die - zo belooft Jesaja - zal zelfs de redding van de wereld betekenen.

 

Girard ziet een eenheid tussen de Tenach en het Nieuwe Testament. Het toppunt van de bijbelse ontmaskering is volgens hem de kruisdood van Jezus. Een boze menigte, vage beschuldigingen, rivaliteit tussen de partijen, de uitdrijving. Het zondebokmechanisme in pure vorm - Pilatus en Herodes werden zelfs vrienden, zegt de tekst.

Maar dat is ongehoord, aldus Girard. De sacrale vrede was nu juist gebaseerd op collectief geweld tegen het slachtoffer dat werd goedgepraat en niet werd doorzien. Het collectieve geweld tegen Jezus werd door zijn volgelingen echter meteen als onrechtvaardig bestempeld. Ze zeiden dat hij goddelijk was, niet omdat hij kwam straffen, zoals de oude goden, maar omdat hij de straf kwam dragen. Ongeacht wat je daar precies van vindt, heeft dit idee historisch gezien gewerkt als een bom onder de bestaande religies. Het betekende een ondermijning van het mechanisme zoals dat al eeuwen functioneerde, want als God de plaats van de zondebok kiest – en als een groep mensen dat ook nog gaat geloven – gaat hét samenbindende effect verloren. Dan kun je het kwaad niet meer buiten je gemeenschap plaatsen.

 

Zijn ontdekking heeft Girard er uiteindelijk toe gebracht zich christen te noemen. Girard erkent dat het officiële christendom alsnog in de huid is gekropen van de oude offerreligies, compleet met een gewelddadige God en het zich afzetten tegen zondebokken, vaak de Joden. Maar de ontmaskering van dit mechanisme kan niet meer ongedaan worden, schrijft hij.

 

Paradox

 

De gevolgen zijn paradoxaal en zijn nog steeds in ontwikkeling. Door de bijbel heeft de mensheid oog gekregen voor het gelijk van het slachtoffer. Voorheen werden slachtoffers gezien als zondig, maar men heeft geleerd medelijden te hebben. Het gevolg is echter dat mensen tegen elkaar opbieden wie het grootste slachtoffer is. Steeds meer mensen voelen zich tekortgedaan. Dat zien we bij moslims die protesteren tegen Amerika, bij Grieken die boos zijn op Angela Merkel, maar ook bij hardwerkende Nederlanders die vinden dat de regering te veel doet voor migranten.

 

Filosofen als Nietzsche en Scheler voorspelden het al. De ongelijkheid neemt af en vaste grenzen vervagen, maar daardoor neemt de wrok juist toe. Het wordt steeds makkelijker - en dat is ook waar de economie ons toe oproept - om onszelf met anderen te vergelijken. En dus om rivalen van elkaar te worden. De oude neiging om dit onbehagen op zondebokken te projecteren, hebben we nog steeds, alleen: we scheppen daar geen orde meer mee. Er zijn nu altijd mensen die opkomen voor de zondebok, met een beroep op rechtvaardigheid. Het geweld 'sluit' zich niet meer zoals vroeger, aldus Girard, en het risico op escalatie neemt toe. De twintigste eeuw heeft daar veel voorbeelden van laten zien.

 

Alternatief

 

Is er een alternatief? Girard was geen theoloog en schreef niet over persoonlijk geloofsleven. Hij was sociaal wetenschapper en verklaarde wat hij zag. We moeten zelf onderzoeken wat we met zijn theorie kunnen. Daarom wil ik twee dingen aanstippen die voor mij belangrijk zijn in mijn geloofsleven: op zoek gaan naar God in de lijdende knecht, en afzien van rivaliteit.

 

Wat betreft dat eerste punt in mijn zoektocht: God maakt zichzelf kenbaar aan de wereld in de lijdende knecht. Ik denk dat dat geen eenmalige gebeurtenis is, maar een eigenschap van God. Hij is te vinden bij mensen die zijn buitengesloten, die arm zijn. Dat leer ik ook uit de bijbel.

 

In het boek Hier en nu schrijft Henri Nouwen: "Ik was van Noord-Amerika naar Zuid-Amerika gekomen om de armen te helpen, maar hoe langer ik bij de armen was, hoe meer ik ging beseffen dat er nog een andere missie was, de missie van zuid naar noord. Toen ik naar het noorden terugkeerde, was ik er diep van overtuigd dat het mijn voornaamste taak zou zijn de armen van Latijns-Amerika te helpen hun rijke broeders en zusters in de Verenigde Staten en Canada te bekeren. Sinds die tijd heb ik ontdekt dat overal waar Gods Geest waait er sprake is van een omgekeerde missie. De armen worden gezonden naar de rijken, de gehandicapten naar de 'normaal' begaafden, de homoseksuelen naar de heteroseksuelen, de stervenden naar de levenden. Mensen die door de wereld als marginaal worden beschouwd, zijn door God uitgekozen om een blijde boodschap te brengen."

Wat is die blijde boodschap? Ik ben een keer naar India gegaan om daar meer over te leren. Niet om 'de mooie kanten van armoede te zien' of iets dergelijks. Armoede is wreed, en open riolen stinken, waar ter wereld je ook bent. Maar ik wilde juist iets leren van God door met de ogen van de armen te kijken. Zo merkte ik bijvoorbeeld dat ik een stuk minder aardig en sterk werd als mijn privacy, rust en reinheid wegvallen, en als er niet continu lekker eten en drinken voorhanden is. Ik ergerde me veel vaker dan in mijn Nederlandse huis, omdat ik steeds omringd was door mensen in kleine ruimtes, en op straat door kinderen die iets van me wilden. Ik ontdekte dat ik zonder mijn structuren en zekerheden maar een kwetsbaar persoontje ben.

 

Arme mensen weten dat al, die hebben niet zo'n overdreven gevoel van hun eigen belangrijkheid. Die staan daardoor veel meer open voor God. Ik heb heel veel mensen gezien die tijd nemen om te bidden, die erop vertrouwen dat God geeft wat ze nodig hebben. Ik kwam ook mensen tegen die door hun hindoeïstische familie werden geslagen omdat ze de bijbel lazen en met kastelozen omgingen, maar nog steeds vol liefde, zonder wrok, over die familie spraken.

 

Dit was maar één van de aspecten van het goede nieuws dat de armen voor ons hebben. Ik zie arme mensen niet meer als mensen die ik allereerst moet helpen, maar mensen die ik nodig heb om God te ontmoeten. Ik wil aan hun kant staan. Dat is soms pijnlijk, want het kost me mijn imago. Ik woon in een achterstandswijk in Utrecht en daar heb ik veel mensen leren kennen die psychiatrisch zijn, geen verblijfsvergunning hebben of gewoon vreemd zijn. Het is niet ingewikkeld om vrijwilligerswerk voor ze te doen. Maar nodig ik ze uit op mijn verjaardag? Ja, ik probeer het wel. Maar mijn verjaardagen zijn niet meer zo 'cool' als vroeger, toen er vooral succesvolle mensen kwamen. Ik denk wel dat er meer liefde is.

 

Overigens heb ik dit jaar ook mensen niet uitgenodigd. We hebben wat zwakker begaafde buren die heel hard praten, altijd hun poes meenemen, een beetje asociaal zijn en zichzelf continu herhalen. Dat vinden mijn andere vrienden vast niet leuk. Ik moet nog veel oefenen. Op een dag komt het grote feestmaal van God op de Sion (zie Jesaja 25, met olie en wijn) en het zou zo maar kunnen dat God ze naast me zet. Ik probeer maar zo te leven alsof dat feestmaal al is begonnen.

 

Hoe zit het met het tweede punt in mijn zoektocht: hoe af te zien van rivaliteit? Wie solidair wil zijn met de outcasts loopt het risico de tegenpartij te gaan hatenMijn solidariteit met armen kan omslaan in afgunst ten opzichte van rijken. De bijbel geeft mij een alternatief voor deze wrok, namelijk liefde.

 

James Alison, een priester-theoloog die erg geïnspireerd is door Girard, past deze opdracht van liefde toe op vergeving. Als homo - midden in de katholieke kerk - werd hij wel gedwongen daarover na te denken. Hij was boos op de kerk. En hij wilde wel vergeven, maar vergeven kan heel goed samengaan met wrok, zegt hij. Het kan een masker zijn voor rancune en - dat zag Nietzsche al - een vlucht in de slachtofferstand waardoor je je beter gaat voelen dan die ander. Alison ontdekte echter dat vergeving ook meer kan zijn - en dat zag Nietzsche niet - als je identiteit niet ten eerste slachtoffer is, maar kind van God, een insider, een persoon die zelf vergeven is en niets hoeft te bewijzen. Alison ziet Jezus als lijdende knecht van God. Hij had de kracht om zelf te verliezen, hij had daarvoor geen andere slachtoffers nodig. Die houding maakt werkelijk vrij - zo vrij, dat zelfs de dood hem niet vast kon houden, aldus Alison. Ook wij, als ons onrecht wordt aangedaan, hoeven we niet meer na te denken over: "Hoe kom ik van die slechteriken af?" maar: "Ik ben vrij en ik ben kind van God, wat zal ik nu gaan doen?"

 

Hoop

 

Grenzen vervagen, machten wankelen en de gevaren in de wereld lijken eerder toe dan af te nemen. Girard heeft geen naïef toekomstbeeld, en ik denk dat zijn visie goede bijbelse papieren heeft. Het is moeilijk te begrijpen, maar God geeft het geweld soms alle ruimte om uit te razen. In de tussentijd kunnen we volgens mij alleen maar zorgen voor mensen die buiten de boot vallen, in lijn met de bijbelse opdracht: niets anders dan "recht doen en trouw betrachten en nederig de weg gaan van onze God" (Micha 6:8). Als we dat doen, zijn we bestand tegen de verlangens en de rivaliteiten om ons heen waar we zelf ook zo makkelijk in verstrikt raken. De eerder genoemde Alison verwoordt het kernachtig: "We moeten onze identiteit niet ontlenen aan de massa. Onze identiteit krijgen we van de Ene die er echt toe doet."

 

 

 

 

Vragen:

  • Sommige mensen vinden Girards wereldbeeld pessimistisch. Bent u het daarmee eens?

  • Werpt zijn theorie een nieuw licht op de bijbel?

  • In het begin van het stuk staat: "We worden gevormd door de blik van de ander." Herkent u dat bij uzelf?

  • Hoe kunnen we kiezen voor mensen die zijn gemarginaliseerd, in ons eigen leven, maar ook als geloofsgemeenschap?

Geen reacties





(optioneel veld)
(optioneel veld)
Beantwoord de vraag om te bewijzen dat je geen robot bent die viagra verkoopt.

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.


Blader terug: De stamtafel: Moeten wij op Facebook?
Blader verder: Om onze rijkdom hoort geen hek
Terug naar frankmulder.info