Praten met het Kwaad

in: Trouw (3 januari 2015)

Er kan heel veel bloed vloeien voor het zover is, maar uiteindelijk is praten met terroristen onvermijdelijk.

Een recensie van een nieuw boek, uit onverdachte bron: de man die Tony Blair adviseerde bij al zijn militaire operaties.

Blader terug: Napoleon is overal
Blader verder: Met pijn in het boerenhart
Terug naar overzicht
Gebruikte Tags: ,
49 x bekeken
These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Facebook
  • Twitter

Zijn er in de wereld vijanden waar je met goed fatsoen niet mee kunt onderhandelen? Het is weer een prangende vraag geworden, sinds de wereld het apocalyptische geweld ziet van bewegingen als Al Qaeda en IS. Als hun doel echt alleen maar bestaat uit het zaaien van angst en terreur, kunnen we toch weinig anders dan bombarderen? Praten zou betekenen dat we zwichten voor manipulatie.

De Britse diplomaat Jonathan Powell, in zijn nieuwe boek Talking to Terrorists, heeft de kwestie-IS nog niet opgenomen in zijn analyse. Maar wel honderden andere terreurbewegingen, en dat werpt er wel een heel interessant licht op. Praten met terroristen is niet alleen moreel toegestaan, zegt hij, het is zelfs onvermijdelijk. Als regeringen zich dat maar wat sneller zouden realiseren, zouden ze een hoop bloedvergieten kunnen voorkomen.

Natuurlijk wil niemand in eerste instantie in gesprek gaan met terreurgroepen. Na 9/11 bezwoer George Bush dat hij nooit zou praten met terroristen wier doel de dood is. Dick Cheney was nog stelliger: we praten niet met het kwaad, zei hij, we vernietigen het. Maar datzelfde had Teddy Roosevelt een eeuw eerder al gezegd, toen Amerika werd opgeschrikt door anarchistische terreur.

De Britten zeiden het over de terroristen in hun koloniën, de Turken over de PKK, de Spanjaarden over de ETA en de Colombianen over de FARC. Maar aan het eind van het liedje zijn ze allemaal, openbaar of in het geheim, met elkaar in gesprek. Zoals een Britse politicus verzuchtte: “Alle terroristen komen uiteindelijk altijd, op uitnodiging van de regering, op de borrel in een duur Londens hotel.”

Het betoog is zo krachtig omdat het uit totaal onverdachte hoek komt. De auteur is geen pacifist, sterker nog: hij was als adviseur betrokken bij alle militaire besluiten van premier Tony Blair. Maar toen hij tien jaar lang hoofdonderhandelaar was geweest namens Blair in Noord-Ierland, tot 2007, had hij ontdekt dat terrorisme nooit uit te bannen is met geweld alleen.

Nu werkt Powell als bemiddelaar in conflicten wereldwijd. Hij neemt de lezer mee langs tientallen onderhandelingen, in heden en verleden. Hij vertelt hoe je contact moet leggen, een neutrale locatie moet kiezen, betrouwbare tussenpersonen moet vinden en vooral je eigen achterban moet meekrijgen. Het is niet alleen een handboek voor professionals, maar ook een razend interessante blik achter de schermen van de wereldpolitiek, inclusief achterkamertjes, rokerige café's, verlaten jungles, scheldpartijen, parallelle besprekingen en premiers die ondertussen tegen de media alles ontkennen, want “wij praten nooit met terroristen”.

Het bekendste argument tegen onderhandelingen is Chamberlain, de Britse premier die de illusie had dat hij vrede kon sluiten met Hitler. Maar de fout van Chamberlain was niet dat hij praatte, vindt Powell. De fout was hij naïef geloofde in Hitlers beloften. We moeten ons niet laten manipuleren, schrijft de Brit, maar we moeten wél praten. Veel politici pleiten voor “één laatste militaire krachtsinspanning, dán hebben we ze eronder.” Het is een illusie. Geweld verzwakt de aanhang voor de beweging niet, en zelfs als de beweging militaire klappen krijgt, zoals de IRA en de ETA gebeurde, dan nog is ze niet uit te roeien. Dit geldt voor alle terreurbewegingen wereldwijd. Een veelgenoemde uitzondering vormen de Tamil Tijgers in Sri Lanka. Maar, zegt Powell, onthoud wat de prijs daarvan is: een extreem vuile oorlog, met extreem veel bloedvergieten, en een blijvende wrok bij de bevolking.

In zijn boek analyseert Powell de netwerken en strategieën die zijn opgezet om tussen alle krachten en gevoeligheden door te kunnen laveren. Hij vertelt verhalen van grote moed. Zoals toen hijzelf bij een eerste gesprek op het terrein van de vijand moest begeven, alleen en ongewapend, om opgehaald te worden door bebaarde terroristen, die hem een uur lang rondreden in een geblindeerde auto, waarna hij bij een van de IRA-leiders thuis werd afgeleverd. Hij vertelt over successen, maar vooral ook over mislukkingen, van hemzelf en van vele anderen.

Dat je moet praten betekent namelijk niet dat het makkelijk gaat worden. Onderhandelingen zijn een strategische puzzel en bovendien, zoals Powell laat zien, een psychologische. Terroristen zijn opgejaagde mensen, die hun familie missen en vaak totaal afgesloten zijn van de buitenwereld. Het kweken van persoonlijk vertrouwen is de helft van het proces.

Het boek is onmisbaar voor iedereen die werkt aan internationale conflictoplossing, en wie weet, ook voor terroristen zelf. Powell vertelt dat hij bij guerilla's in het oerwoud van Mindanao een exemplaar zag liggen van zijn vorige boek, over het vredesproces in Noord-Ierland.

De grote vraag is nu of terrorisme niet zozeer buiten alle beddingen is getreden dat er geen menselijk gesprek meer mee mogelijk is. Het is terreur om de terreur, zonder politieke eisen. Powell gelooft daar niet in. De eerste terreurgolf, het anarchistische geweld aan het eind van de negentiende eeuw, was minstens zo apocalyptisch. We weten het niet meer, maar zowel een Russische tsaar (in 1881) als een Amerikaanse president (1901) werden gedood bij een aanslag. En ook de twee volgende terreurgolven – de antikoloniale en de nieuw-linkse – werden in die tijd gezien als “extreem kwaad”.

Powells punt is: de eisen van de terroristen verschuiven altijd. Het begint met de eis van de totale omkering van de wereldorde, maar in de loop der tijd worden de voorwaarden aardser en beginnen zelfs terroristen te smachten naar erkenning en successen. De beurt is nu aan de Taliban, zegt Powell. Ondanks de totaal mislukte aanpak van de VS vertonen de hardliners tekenen van matiging, en lijken ze open te staan voor het delen van de macht in Afghanistan.

Al Qaeda is een mondiaal fenomeen, dat geen duidelijke politieke eisen heeft en daarmee onverzadigbaar lijkt, erkent Powell. Maar er zijn wel degelijk nationale onderdelen te onderscheiden, die wél gemotiveerd worden door lokale zorgen en lokale eisen. Gedeeltelijk zijn dat zorgen waar iets aan te doen valt. Er zijn eerder akkoorden gesloten met gewapende moslimbewegingen, zoals de MILF in de Filipijnen en de GAM in Indonesië.

Dat er een akkoord gaat komen met Al Qaeda – en dus ook IS – kan Powell niet bewijzen. Maar hij maakt wel erg aannemelijk dat uitschakeling op een andere manier nog veel onwaarschijnlijker is.

Helaas laat de geschiedenis zien dat alle betrokken partijen waarschijnlijk nog heel veel bloedvergieten nodig hebben voor ze dat zullen erkennen.

Jonathan Powell: Talking to Terrorists, How to End Armed Conflicts

Bodley Head, Random House, 408 p., € 20,95.

Geen reacties





(optioneel veld)
(optioneel veld)
Beantwoord de vraag om te bewijzen dat je geen robot bent die viagra verkoopt.

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.


Blader terug: Napoleon is overal
Blader verder: Met pijn in het boerenhart
Terug naar frankmulder.info