Als de overheid harde keuzes blijft uitstellen zullen jonge boeren vertrekken en zal het platteland verder verloederen. Die noodkreet van jonge boeren klinkt tijdens een debat. Oud-landbouwminister Cees Veerman: ‘We moeten de boeren helpen en niet doen alsof een nieuwe melkrobot een krimp kan voorkomen.’

‘Jonge boeren vragen om kaders’, zegt Merel Straathof, bestuurslid van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). ‘Als je niet weet of je over een aantal jaar nog kunt bestaan, is het te riskant om in je bedrijf te investeren.’ Straathof is zelf boerendochter en is nu melkveehouder in Twente.
De opgaves zijn enorm, met de Europese deadlines over waterkwaliteit, klimaat en stikstof die dichterbij komen, zegt ze. ‘Die deadlines zijn het probleem niet, maar er is nu helemaal geen aanpak, geen beleid. Als de sector de doelen niet haalt dan is de kans groot dat er keihard gesaneerd moet worden. Dat risico is voor mij als melkveehouder zo groot dat ik niet weet of ik nog wel door kan gaan met mijn bedrijf. Wij als jonge boeren hebben duidelijke keuzes nodig, ook al zijn ze pijnlijk, maar de overheid stelt ze uit.’
Boeren moeten investeren om aan de eisen te gaan voldoen, om een stal te veranderen of grond bij te kopen voor extensivering. ‘Maar ik kan niet investeren als ik geen vergunning krijg, zoals de natuurvergunning. En dat blijft zo zolang er geen antwoord komt op cruciale vragen. Hoeveel landbouw wil Nederland in de toekomst? Hoeveel milieugebruiksruimte mag die landbouw innemen? En welke sectoren blijven en welke moeten wijken? Als dat niet duidelijk wordt, ga ik het niet lang meer volhouden. De bedrijfsrisico’s zijn te groot.’ Straathof doet haar uitspraken op een debat van discussieplatform Foodlog in Ede, waar een brede groep mensen uit de landbouw aanwezig is om te praten over de inrichting van Nederland. En wat de rol van landbouw daarin is.
Wanneer we daar geen keuze in maken, zegt Straathof, dan blijven niet alleen de vergunningen uit maar wordt ook de grond onbetaalbaar. ‘Voor extensivering van de landbouw, zoals meer grasland per koe of meer rustgewassen op de akkers, heb je meer land nodig. Maar met de huidige prijzen kunnen jonge boeren daar helemaal niet meer aan komen. Die kunnen nooit zoveel bieden als gevestigde boeren die meer liquide middelen hebben, of grote boeren die kiezen voor intensieve teelten. Zo wint het recht van de sterkste, ook omdat langjarig pachten moeilijk is geworden. Jonge boeren moeten gaan rekenen en velen kiezen ervoor om het bedrijf van hun ouders dan toch maar niet over te nemen. Sommigen gaan zelfs het land uit.’
Dit wordt volmondig beaamd door Cees Veerman, voormalig minister van Landbouw en voormalig bestuursvoorzitter van de Wageningen University. Zijn eigen akkerbouwbedrijf in de Hoeksche Waard wordt door zijn zoons maar deels voortgezet. Eén van hen vertrekt zelfs naar het buitenland. Uitstel van keuzes vergroot de problemen, beaamt hij. ‘Alleen al de prijzen worden naar ongekende hoogten gestuwd. Boerenland kost tegenwoordig wel 70.000 of zelfs 100.000 euro per hectare. Daar kan niemand op boeren.’
We moeten erkennen dat ons landgebruik uit balans is, zegt Veerman. ‘Wat het landschap en de natuur kunnen verdragen is uit balans. Al jaren. De problemen met mest of stikstof zijn alleen maar het symptoom. Je kunt niet doen alsof je met innovatie of ander voer toch alle dieren in Nederland kunt houden. Dan houd je boeren iets voor wat niet kan. Dat is niet fatsoenlijk. De veestapel zal krimpen, dat is onontkoombaar. De 25 miljard die de vorige minister hiervoor aanbood, was een onvoorstelbaar hoog bedrag. Dit had de BBB nooit moeten schrappen.’
Hij snapt heel goed waar de weerstand van boeren vandaan komt. ‘Politici riepen op tot een halvering van de veestapel. Maar ze beseften niet dat dit gaat over mensen die keihard werken en tobben, die enorme financiële risico’s dragen met maar weinig winst, en die ondertussen zien dat allerlei toeleveranciers en adviseurs veel meer verdienen dan zij. Als je je zo opstelt, wordt een boer recalcitrant. Maar het omgekeerde is ook niet fatsoenlijk: doen alsof we kunnen doorgaan op de huidige voet. De grenzen ontkennen. Dan laat je boeren ook in hun hemd staan.’
Veerman pleit voor een gebalanceerde discussie, met meer nuance. ‘Als we zo tegenover elkaar blijven staan, gebeurt er niets, en waar dat toe gaat leiden is veel erger: verdere vergrijzing en Verelendung van het platteland. We laten mensen in grote verwarring voortmodderen. Er stoppen tien boeren per dag. De chaos regeert. De paniek en de droefheid in de ogen – die Remkes in Groningen zag – zie ik ook bij boeren.’
De melkveehouderij verdwijnt langzaam maar zeker uit haar gemeente, ziet Gerdien Kleijer, adviseur in Ede. ‘We hebben ze nodig om voor het graslandschap te zorgen. Niemand kan die taak overnemen. Maar boeren kunnen geen vergunning krijgen. En ook pluimveebedrijven niet, die hun kippen buiten willen laten lopen.’ Met de huidige regels voor mest en stikstof moet iedereen op de rem. ‘Behalve grote kippenstallen met luchtwassers, die krijgen wel een vergunning.’ Of akkerbouwers die intensief telen. ‘Maar wil je die wel in dit gebied? De landbouw die we eigenlijk willen, wordt weggejaagd door het nationale beleid. Als gemeente sta je met lege handen. Er is een keuze nodig: wat voor landbouw past waar.’
Een structuurvisie – of Agrarische Hoofdstructuur waar Veerman en anderen al jaren voor pleiten – moet aanwijzen welke landbouw het beste past bij welke regio’s en grondsoorten zoals zand, veen en klei. Dat kun je vervolgens vastleggen in bestemmingsplannen. ‘Er is jarenlang een idee geweest dat je alles moest overlaten aan de economie. Dat was de tijdgeest. Eigenlijk is er, sinds minister Pronk, geen beleid voor ruimtelijke ordening meer geweest’, zegt Veerman. Hijzelf heeft dat tij ook niet kunnen keren. ‘Nu zien we het resultaat in de prijs voor landbouwgrond die door het dak gaat.’
Opvallend genoeg waren ook de boeren altijd tegen dit structuurbeleid. De Land- en Tuinbouworganisatie LTO vreesde dat dit het areaal voor landbouw zou beperken en de keuzevrijheid van boeren zou verminderen, en daarmee de waarde van hun grond.
Volgens Veerman is dit niet meer dan logisch. ‘Je moet de kalkoen nooit laten meepraten over het kerstmaal. Je moet scenario’s kiezen, zonder de LTO erbij, over wat we willen met het veenweidegebied, de vruchtbare klei en de arme zandgronden. Niet in het parlement, want daar heeft iedereen vastgeroeste posities! Je kunt dat veel beter doen met een staatscommissie die buiten de politiek staat.’
De oud-minister geeft de Deltacommissie, waar hij in 2007 voorzitter van werd, als voorbeeld. ‘We moesten onderzoeken hoe Nederland zou kunnen blijven bestaan met een zeespiegelstijging van één tot anderhalve meter. Er zaten mensen in uit allerlei vakgebieden. We hebben de discussie maatschappijbreed gevoerd. We hebben wel zestig van dit soort zaaldiscussies gehad. We zijn naar wetenschappers en vakbonden gegaan, we hebben lespakketten gemaakt. Alles binnen een half jaar. Toen pas zijn we naar het parlement gestapt. Maar daar hadden ze allemaal al ‘uit’ de samenleving gehoord wat er moest gebeuren. Ze stemden meteen in met een nieuwe wet en met een bijdrage van één miljard per jaar. Eén miljard! Politici volgen het volk. Het zijn tegenwoordig vaak eendagsvliegen, die bang zijn om weggestemd te worden. Dus trek het uit de directe belangen en bedenk één of twee scenario’s van hoe het zou kunnen. Willen we landbouw, tuinbouw, veehouderij houden? Hoeveel natuur moet erbij komen? Hoe verdelen we de druk over het land? En hoeveel melkveehouderij is er minimaal nodig, voor het beheer van het land en de productie van mest voor de akkerbouw? En intensieve veehouderij, kan dat nog?’
Zo’n visie op hoofdlijnen moet vergezeld gaan van een transitieproces op lokaal niveau. ‘Je moet dan op lokaal, regionaal gebied met vertrouwelijke gesprekken starten waarin boeren de ruimte krijgen om eerlijk te vertellen wat ze zouden willen. Is er wat te schuiven? Welke ondersteuning is er nodig? Zo komen we tot kleine stapjes, dat is echt wezenlijk. We moeten boeren gaan helpen om de transitie te maken. En niet doen alsof een nieuwe melkrobot of een andere innovatie een krimp kan voorkomen.’
Krimp kan ook iets moois zijn, zegt Straathof van het NAJK. ‘Krimp kan nieuwe mogelijkheden geven voor de toekomst. Als de één stopt, krijgt de ander meer kansen om te blijven en om door te gaan. Als we toekomstperspectief willen voor de blijvers, moeten we krimp accepteren. Dat is pijnlijk. Maar niets doen vergroot de pijn alleen maar.’
Ook bij dit debat zitten ‘kalkoenen’ in de zaal. Zoals Jan Venneman van Agractie, een actieorganisatie, die als een wesp gestoken reageert op de woorden van de jonge boeren over krimp en een structuurvisie. Net als een paar andere belangenbehartigers noemt hij bekende argumenten over ‘voedselzekerheid’ of ‘het economische belang’ van hun sector. Daar lijken de moderator en de rest van de zaal echter niet veel geduld meer mee te hebben. Want waar zitten onze voedselzekerheid en ons economische belang echt in? Niet in de hoeveelheid asperges of kaas die we exporteren, maar in de kennis daaromheen.
‘Welke kennis is er nu meer nodig in de wereld dan kennis over hoe je al deze knelpunten kunt oplossen in een stadsdelta?’ zegt Louise Vet, voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) binnen de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. ‘Als wij hier een manier vinden om daaruit te komen, dan hebben we pas een waardevol exportproduct. In de jaren zestig hadden wij een centrale rol in de Groene Revolutie die de landbouw wereldwijd efficiënter heeft gemaakt. Nu moeten we een centrale rol nemen in de nieuwe landbouwrevolutie, hoe je op een duurzame manier de stad kan voeden.’
Meer melk en kippen produceren past niet in deze visie. Dat Agractie en LTO daar anders over denken, maakt Straathof niet zo veel uit. ‘Dan ontken je de opgaven waar we aan moeten voldoen. Bijvoorbeeld de methaanreducties. Die moeten nu eenmaal worden gehaald. Dat is onmogelijk zonder krimp. Dat moet je onder ogen zien. Als we dat moment blijven uitstellen, dan zijn de risico’s voor mij als ondernemer te groot om nog door te kunnen gaan.’
Hete hangijzers in het voedselsysteem
De landbouw moet fundamenteel anders, maar hoe? Midden in een gepolariseerde discussie pellen De Groene Amsterdammer en Foodlog de narratieven af om te zien welke waarden eronder liggen. Welke gaan ons helpen aan een duurzaam voedselsysteem?

Geef een reactie