Oorlog heeft een dynamiek die ons het zicht op waarheid belemmert. Wie het evangelie serieus neemt, kan volgens mij niet anders dan kritische vragen stellen bij geweld en militarisering, midden in een tot de tanden bewapende wereld.
Een hartstochtelijk betoog van een zoekende ‘pacifist’.

Dit artikel is geschreven voor de Substack van De Ongelooflijke. Daar kun je ook meedoen met de online discussie.
“War is hell”, zei de generaal Sherman tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Oorlog is hel. Mijn Koerdische vriend Jasin kan erover meepraten. Als kind heeft hij oorlog meegemaakt in Irak en hij heeft soms nog steeds nachtmerries, van bombardementen en gifgas, van gevechten, gevaar en vluchten. Als ik hem vraag wat erger is, oorlog of onvrijheid, is hij heel duidelijk: oorlog natuurlijk. In armoede leven onder een dictator, dat was erg. Maar oorlog, dat was hel.
Toch is dit helse woord de afgelopen jaren weer gemeengoed geworden in de breedte van de politiek. Aanvankelijk met verhullende terminologie zoals ‘veiligheid’, ‘defensiesystemen’ of ‘NAVO-verplichtingen’, ‘dronetechnologie’ of ‘operationele capaciteit’. Maar intussen heeft Mark Rutte ons openlijk opgeroepen om ons voor te bereiden op een oorlog “van een omvang die onze grootouders nog hebben meegemaakt” – een oorlog met vele miljoenen doden.
Zulke woorden zijn wellicht vooral bedoeld als afschrikking, maar militaire leiders weten dat je afschrikking altijd moet kunnen waarmaken. Onze verdragsorganisatie is daadwerkelijk bereid om te escaleren, van de levering van granaten tot de inzet van troepen, van het sturen van straaljagers tot aan het gooien van kernwapens op Russische steden. Niemand wil dat natuurlijk. Maar het moet, ons afschrikkingsbeleid moet geloofwaardig zijn, omdat Oekraïne deze oorlog moet winnen, omdat we Poetin tegen moeten houden, want anders trekt hij verder en verliezen we onze vrijheid. Eenvoudig gezegd: we moeten sterker zijn dan de slechteriken, om oorlog te voorkomen.
Was Jezus naïef?
Ik ben zelf ook wel bang voor gewelddadige mannen. Maar ik hoor ook een stemmetje in mijn hoofd dat vragen stelt en dat zegt: moesten we onze vijand niet vergeven? Moesten we niet leren het kwaad ‘niet te weerstaan’? Moesten wij niet proberen om Christus te volgen? Als ik deze vragen hardop nazeg, denken mensen al snel dat ik een pacifist ben. En dat is iets heel ergs, en iets heel doms, of dan ben ik op z’n minst een ‘nuttige idioot’, heb ik zelfs een keer gehoord in De Ongelooflijke Podcast, doelend op de naïevelingen die met hun praatjes over vrede de slechteriken in de kaart spelen.
Was Jezus ook naïef? Hij heeft met zijn eigen ogen gezien hoe de Romeinen de heerschappij over zijn land verstevigden. In zijn jeugd werd het Galilese stadje Sepphoris platgebrand en werden een paar duizend opstandelingen gekruisigd in Jeruzalem. Ik denk dat Jezus donders goed begreep waar het Romeinse Rijk op neerkwam toen hij de arme en de eenvoudige mensen om hem heen vertelde, onder de rook van die nieuwe stad, dat ze hun vijand moesten liefhebben en dat ze het kwaad niet moesten ‘weerstaan’ en dat ‘wie het zwaard opneemt, door het zwaard zal vergaan’.
En dus moeten we daar iets mee, de mensen die de Bergrede serieus nemen. Nee, de Bergrede is geen set regels die je moet volgen en dat je dan oké bent. En ook niet een beleidsdocument voor staten die hun gezag vestigen op het zwaard. De Bergrede gaat over een tegenstelling tussen twee dynamieken: de dynamiek van de wereld, van het recht van de sterkste, en de dynamiek van de liefde. En Jezus zegt: de dynamiek van de wereld leidt tot de dood, kijk maar om je heen, maar er is goed nieuws: er is een alternatief, er is een uitweg, en die leidt tot het leven.

Wat ik in dit verhaal niet kan betogen is niet dat je nooit een wapen ter hand ‘mag’ nemen, dat weet ik helemaal niet. De wereld is hard en gebroken en we rommelen allemaal maar wat aan. Er is geweld om ons heen en daar moeten we mee dealen, en soms is vechten misschien wel de minste van twee kwaden. Maar ik wil wel betogen dat wie de Bergrede serieus neemt, en wie Christus daarin wil volgen, altijd en overal vraagtekens bij moet zetten, elke dag weer, telkens wanneer het lijkt alsof meer en sterkere wapens kopen echt de enige optie is.
Maar het blijft heel erg stil. Ik hoor heel weinig vraagtekens. De linkse partijen bewapenen volmondig mee. En ook veel christenen zeggen dat het ‘moet’. Er is geen alternatief.
Nietsdoen is wél een optie
Het valt me op dat de argumentatie is verschoven, sinds de invasie van Oekraïne. In die eerste maanden ging het debat over het helpen van slachtoffers, en werd er in christelijke kring gezegd dat het onze morele plicht is om het onrecht in de wereld te bestrijden. Nietsdoen is toch geen optie?
Dat vond ik een moeilijk argument. Nietsdoen zien wij doorgaans wél als optie. We doen ook niets tegen Turkije, mede-NAVO-lid, dat journalisten en Koerden oppakt, vuile spelletjes speelt in Syrië en drones leverde aan Ethiopië toen dat naar schatting meer dan een half miljoen (!) Tigrayers uitmoordde en uithongerde, terwijl wij ons bezighielden met Oekraïne. We doen ook niets tegen Xi Jinping, die op het dieptepunt van zijn campagne meer dan een miljoen Oeigoeren had opgesloten. We doen ook niets tegen Trump en Netanyahu en andere mannen die macht hebben. En waarom niet: simpelweg omdat we daartoe niet de macht hebben. We hebben de macht niet en daar voegen we ons naar. Dat klinkt laf maar er zit iets heel redelijks in: we zijn maar klein. En het is dus helemaal niet belachelijk om te denken dat we tegen Poetin ook te klein zijn, dat we níet geroepen zijn om hem uit Oekraïne te drijven, zoals we ook de Tsjetsjenen niet tegen Poetin hebben geholpen en nu ook de Soedanezen niet helpen tegen de Arabische krijgsheren. Kortom: het idee dat militair ingrijpen tegen onrecht een morele plicht is, vind ik redelijk wankel.
Maar intussen is het argument verschoven naar onze eigen veiligheid. Als Oekraïne valt, gaat Rusland door naar het volgende land, is nu de redenering. Tegenwoordig hoor ik Rutte en anderen zelfs zeggen: we moeten nu Oekraïne helpen, dat is goedkoper, want anders wordt Rusland groter en gevaarlijker en moeten we later nog veel meer geld steken in bewapening. Ik heb Oekraïners gesproken die dit hele verhaal spuugzat zijn, dat zij de kastanjes uit het vuur moeten halen voor Europa, en dat het Westen het wel prima vindt dat zij als bufferstaat doorvechten. Er zijn veel Oekraïners die willen doorvechten, maar ook Oekraïners die allereerst willen dat het bloedvergieten wordt gestopt.

Mijn punt is niet dat we niet de vrijheid van ons en anderen moeten verdedigen. Mijn punt is: onze vrijheid verdedigen door sterker te worden dan de slechteriken heeft een prijskaartje. Dronefabrieken bouwen, raketarsenalen aanvullen, wapens leveren, het kwaad willen bestrijden door afschrikking, ook nucleair, en daarbij je eigen bevolking op één lijn moeten krijgen en houden, met versimpelde vijandbeelden, wekt een dynamiek op die onbeheersbaar wordt.
Een spirituele macht
De Bergrede gaat over twee dynamieken. Het gaat er niet over dat vechten of strijden ‘immoreel’ is. Het gaat erover dat je met vechten een pad inslaat waar je steeds moeilijker vanaf komt. Elke oorlog begint met goede redenen en elke oorlog wordt verdedigd met oude argumenten uit de leer van de rechtvaardige oorlog. Die leer is sterk in theorie, maar in de praktijk kan die niet voorkomen dat de weg van oorlog en dwang altijd uit de hand loopt. Zo waren er veel mensen, ook in de christelijke politiek, die 25 jaar geleden zeiden dat het een rechtvaardige oorlog was om Amerika te helpen Irak binnen te vallen, want Saddam Hoessein was een gevaar voor de wereld. En zo stapten we een oorlog in waarvan de gevolgen niet te overzien waren. Chaos in Irak, ontelbaar veel doden.
Dat de middelen sterker worden dan de moraal zien we meestal pas achteraf. Dat we vuile allianties moesten sluiten, dat we moesten slijmen bij megalomane leiders om ze te vriend te houden, dat we burgerslachtoffers en een gigantische milieuvernietiging moesten accepteren voor de militaire noodzaak, dat we een wapenindustrie moesten optuigen die een eigen agenda kreeg en dat veel van onze wapens naderhand via de tweedehandsmarkt in andere conflictlanden terechtkwamen. En dat ons eigen denken vernauwde.
Je kunt het ook anders zeggen, zoals de Bijbel doet: er zijn spirituele machten die óns gaan beheersen als we denken dat we ze gebruiken. Oorlog is zo’n spirituele macht. Het is een geest die óns gaat beheersen, die ons gaat laten lijken op wat we bestrijden. Het beste voorbeeld vind ik onze nucleaire strategie. Hoe komt het dat wij allemaal klakkeloos accepteren dat de NAVO veel verder gaat met kernwapens dan de meeste andere nucleaire staten in de wereld, en dat wij onszelf al decennia het recht voorbehouden om kernwapens als eerste te gebruiken? Het is de beruchte first use-policy van de NAVO. Hoe komt het dat wij deze deal met de duivel himself al decennia kritiekloos goedpraten?
Een paar jaar geleden overleed Daniel Ellsberg, de befaamde klokkenluider uit de tijd van de Vietnamoorlog. Hij was nucleair strateeg geweest voor de Amerikaanse legerleiding in de Koude Oorlog. Vlak voor zijn dood sprak ik met hem, over het in zijn ogen ‘roekeloze’ militaire beleid van het Westen. ‘We denken dat we geen kernwapens gebruiken, maar dat doen we wel. We gebruiken ze op de manier waarop je een pistool gebruikt, namelijk om zonder schieten je zin te krijgen. Het first use-beleid vormt de kern van onze nucleaire strategie en vergroot onze macht in de wereld. Eigenlijk is Poetin de eerste tegenstander die hetzelfde doet, en daarmee confronteert hij ons met de kwaadaardigheid van ons eigen beleid. Kwaadaardig, omdat we, om onze zin te krijgen in de wereld, met collectieve zelfmoord dreigen.’
Oorlog is een machine. Als we in een oorlog stappen, dan worden we geleefd. Als we eenmaal wapens hebben besteld, veranderen ze de realiteit.
Zelfs een rechtvaardige oorlog is uiteindelijk een ‘kwaadaardig’ middel, schreef Tolkien in 1944 in een brief. ‘We proberen Sauron te veroveren met de Ring. Waarschijnlijk zullen we slagen. Maar de straf is, zoals je weet, dat we nieuwe Saurons fokken en langzaam mensen en elfen veranderen in orks.’
Maar is geweld dan altijd slecht? Geloof ik dan dat je een inbreker ook niet gewoon een rechtvaardige klap op zijn kop mag geven? Ik heb daar geen duidelijk antwoord op. Ik denk dat er een fundamenteel verschil is tussen die situatie, waar ik iemand in de ogen kan kijken en zelf kan kiezen om verder te slaan, klappen terug te krijgen, hulp te halen of sorry te zeggen, en anderzijds oorlog. Oorlog is een machine. Als we in een oorlog stappen, dan worden we geleefd. Als we eenmaal wapens hebben besteld, veranderen ze de realiteit. Als we eenmaal veiligheidsstrategieën en stappen van afschrikking hebben vastgesteld, dan zijn we niet meer vrij. We zijn niet meer vrij om de waarheid te spreken. Oorlog is een geest en die gaat ons overheersen.
Orde in de chaos
Verrek, ben ik dan toch een pacifist? Ook dat weet ik niet, ik geloof niet zo in -ismes. Ik weet helemaal geen manier om de Bergrede uit te drukken in een isme, in een theorie, in een leer die altijd geldig is. Ik denk dat de opdracht voor de christen (en ieder ander die de roep van liefde en vrede en vrijheid serieus neemt) is om vandáág Christus te volgen en te zoeken naar het koninkrijk van God, het rijk van vrede, dat hoe dan ook gaat komen. Dat gaat gebeuren, want dat rijk is sterker dan alle imperiale rijken van deze wereld, en op die dag zal het kwaad van zijn macht worden beroofd. Als je dat gelooft, verandert het hoe het heden eruitziet.
In het heden zitten we nog steeds met de orde van deze wereld, de orde waar het recht van het zwaard geldt. En dat is ook een orde. We mogen dankbaar zijn dat er machten zijn (staten) die het monopolie op geweld hebben verworven en, schrijft Paulus (in zijn brief aan de Romeinen), niet omdat die machten zo nobel zijn – hij verwees zelfs naar de keizer, een narcistische dictator – maar omdat het tenminste enige orde biedt tegen chaos, want dat is veel erger. Deze tekst wordt nog steeds vaak misbruikt om ons te vragen om de macht van de keizer te vergroten, of om zijn avonturen in het buitenland te steunen, of om hem beter te vinden dan de keizer van het buurland, maar Paulus legt hier alleen maar uit dat wij niet moeten proberen om de oude orde omver te werpen, omdat wij burgers zijn van een ander rijk, een rijk zonder geweld.
In het kerkelijke denken over politiek is er altijd een heel duidelijke spanning geweest tussen het respecteren van de orde in de wereld en het besef dat we hier vreemdelingen zijn. We hebben twee opdrachten tegelijk, zou je kunnen zeggen: we moeten dankbaar zijn voor de huidige orde, en we moeten ons inzetten om die orde rechtvaardiger te maken. Maar we hoeven niet te ontkennen dat deze orde fundamenteel in opstand is tegen de Schepper, honger heeft naar macht, en een totale roofbouw aan het plegen is op de schepping. Het is geen toeval dat de eerste christenen niet alleen weigerden om te rebelleren tegen de keizer, maar ook weigerden om in dienst te gaan in het Romeinse leger. Ze zagen zich, midden in de rebellie van de wereld, als geweldloze vertegenwoordigers van een ander rijk. Die dubbele houding zijn we ergens kwijtgeraakt. Is dat omdat we langzaam de westerse beschaving zijn gaan gelijkstellen aan het goede nieuws? Zoals veel oosterse christenen zijn gaan doen alsof hun beschaving het goede nieuws is? Maar onze beschaving, oost of west, is niet het goede nieuws.
Hoe moet het dan wel?
Als je stopt te geloven dat het onze opdracht is om sterker en machtiger te worden dan de slechteriken, dan betekent dat niet dat je achterover moet leunen in tijden van oorlog. Er is heel veel te doen. Allereerst, denk ik, moeten we stil worden, rouwen, bidden, het verdriet toelaten en tot inkeer komen. Dat opent ons hart, ook voor vluchtelingen die komen. En dan maakt het niet uit of ze Oekraïens zijn of moslim, het zijn medevreemdelingen, net als wij. Maar rouw doet nog meer. Als we ons werkelijk laten raken door verdriet, gaan we ook zien wat ons eigen aandeel in al dit geweld is. Aan onze eigen verslaving aan olie en gas en grondstoffen van dictators uit Rusland en heel veel andere dictators van de toekomst die we nu groot aan het maken zijn. Aan onze eigen vijandbeelden, ons eigen zwartwitdenken, wat we aan moeten gaan pakken door echt dicht bij mensen te komen die anders zijn dan wij.
Verdriet en stilte geeft ons ook de mentale ruimte om te luisteren naar onze ‘tegenstanders’. Om er niet meteen vanuit te gaan dat wij de ‘force for good’ zijn in de wereld. Ik neem de kwaadaardigheid van Poetins ideologie en bloedvergieten heel serieus. Maar is de alternatieve visie dan helemaal onzin, dat wij ook een bedreiging zijn geweest voor het Russische regime? Kan het zijn dat wij zelf hebben bijgedragen aan de angst van een deel van de wereld voor ons? Dit is niet een poging van mij om Russisch imperialisme goed te praten. Het is alleen cruciaal om in te zien dat een groot deel van de wereld – niet alleen de Russen – ons niet vertrouwt. Een groot deel van de wereld ziet hoe NAVO-landen keer op keer bereid zijn om met hun leger binnen te vallen om vijandig gezinde regimes omver te werpen: Irak, Libië, Afghanistan, Syrië en nu Venezuela.

Het is bij ons intussen mainstream geworden om te zeggen dat de VS geen kracht ten goede meer zijn, en dat we daarom een heel sterk Europees leger moeten krijgen. Nu is het op zich niet oneerlijk om de rekening te verdelen als je lang op je grote broer hebt geleund, maar wat we nu zien is dat we allemaal wapens bijkopen. En de volgende vraag dringt zich dan meteen op: is een Europees leger wél goed nieuws voor de wereld? En blijft dat ook zo als ons continent in handen komt van rechtse populisten zoals Le Pen, Meloni en Orbán? Weten we zeker dat zij onze kinderen gaan offeren om de democratie te verdedigen of wordt het toch – ik noem maar iets – regime change in Libië om moslimvluchtelingen te weren?
De wereld wordt niet veiliger als iedereen wapens gaat kopen, is de conclusie van het SIPRI in Stockholm, een toonaangevend instituut dat de wapenproductie monitort. Het SIPRI is zeker niet pacifistisch, maar zegt wel duidelijk: de wapenwedloop die we nu zien is gevaarlijk voor de wereld. In 2024 werd er maar liefst 2700 miljard aan wapens besteed in de wereld. Rusland besteedde 150 miljard dollar. China ruim 300 miljard. Maar de Verenigde Staten (1000 miljard) en Europa (700 miljard) spannen de kroon. (Dit gaat overigens niet om nominale dollars maar om de waarde van de investeringen.) Dus voordat onze militaire uitgaven drastisch omhoog gingen, liepen we qua wapenwedloop al ver voorop.
Vorig jaar sprak ik op een conferentie van het SIPRI verschillende analisten en diplomaten van buiten Europa. Die waren zeer kritisch over wat zij zagen als de arrogantie van Europeanen die er altijd van uitgaat dat zij de goeien zijn in de wereld. Een van hen was een man met een enorme staat van dienst, Sergio Jaramillo. Hij was de hoofdonderhandelaar in Colombia die het zeer bloedige conflict met de rebellengroep FARC wist te beëindigen. Van pacifisme kun je hem niet verdenken: voordat hij praatte met zijn vijanden, bombardeerde hij ze, als onderminister van Defensie. Hij is nu aan het werk om Latijns-Amerikaanse landen over te halen tot militaire steun aan Oekraïne. Maar zelfs deze ijzervreter kijkt hoofdschuddend naar ons: “Jullie hebben geen vredesstrategie. Vechten moet altijd een onderdeel zijn van een grotere strategie, waar ook diplomatie bij hoort en voorbereidingen voor vrede. Ook als het voor die vrede nog geen tijd is. Ook als je je vijand niet vertrouwt. Maar precies die hele overkoepelende strategie mis ik compleet in Europa. Er wordt geen tijd en geld voor vrijgemaakt. Niet richting Rusland en niet richting de rest van de wereld. Latijns-Amerikaanse landen weten allemaal hoe cruciaal de internationale rechtsorde voor hen is, ze zijn allemaal tegen interventies zoals die van Rusland. Hoe hebben jullie het klaar weten te spelen dat ze allemaal tegen jullie resoluties stemmen?”
Geen makkelijke antwoorden
We moeten ons meer uit evenwicht laten brengen door de Bergrede. Dat geldt net zo goed voor pacifisten, dat geldt net zo goed voor mij. Ben ik echt voor vrede of ben ik gewoon bang voor geweld? Laatst bijvoorbeeld hoorde ik op de radio dat Duitsland bezig is met een soort dienstplicht en de Bundeswehr wil uitbreiden naar een half miljoen soldaten. Ik betrapte mezelf op een soort opluchting. Ik voelde heel even iets comfortabels door mijn lijf gaan: een grote sterke oosterbuur, fijn, dat is beter dan een leger waar mijn eigen zoons in moeten. Blijkbaar zit er bij mij toch ook een spoortje angst voor conflict en offers. Die angst is niet de weg van de Bergrede. Als je de weg van Jezus loopt, moet je juist bereid zijn om alles te geven, inclusief je leven. Ik vind dat Gandhi mooi liet zien hoe dat eruit ziet, toen hij in Zuid-Afrika positie moest kiezen toen de Britse regering in oorlog kwam met de Boeren. Hij vond dat een pacifist nooit afzijdig mocht blijven in de oorlog om daarmee stiekem z’n eigen hachie te redden. Hij vond dat een pacifist zijn land moest steunen, maar geweldloos. En daarom meldde hij zich voor het veldhospitaal, dichtbij het front, wel vreedzaam, maar niet veilig.
Er zijn geen makkelijke antwoorden. Oorlog is deel van deze wereld, dat betwist ik niet, en soms weten we daar niet aan te ontsnappen.
Er zijn geen makkelijke antwoorden. Oorlog is deel van deze wereld, dat betwist ik niet, en soms weten we daar niet aan te ontsnappen. Maar wat ik bovenal weet, is dat we Jezus Christus volgen, die ons in een tijd van een repressief Romeins regime voorleefde dat je je vijanden moet vergeven en het kwaad niet moet weerstaan, die de doodstraf accepteerde en zei dat wij ook beter alles kunnen verliezen – misschien zelfs onze o zo dierbare westerse beschaving – om zo onze ziel te winnen.
Hoe ver je hierin ook wilt gaan, en wat voor theologie je ook hebt over de relatie tussen het evangelie en de staat, het geeft ons als mens op z’n minst de opdracht om oorlog niet te rechtvaardigen en bewapening niet goed te praten. Om te breken met vijandbeelden en wij-zij-tegenstellingen, om analisten uit het andere kamp uit te nodigen, om ons te verdiepen in onze tegenstanders en om te onderzoeken hoe de lobby van wapenfabrieken in elkaar zit. Om er alles aan te doen om na te gaan of het héél eventueel mogelijk is dat we ergens een denkfout maken, of er ergens een argument te vinden is om niet de oorlog te verlengen, de wapens op te nemen, het pad van de afschrikking voort te zetten. Of er ergens een aanknopingspunt is om andere machten tegemoet te komen, compromissen te sluiten, gesprekslijnen te openen, kernkoppen te deactiveren, ons first use-beleid te veranderen. En om op allerlei manieren in onze economie onze banden door te snijden met het onrecht, met onze verslaving aan grondstoffen van dubieuze regimes.

Eén ding is zeker: oorlog is hel, en een wapenwedloop gaat de wereld niet veiliger maken. Ons vertrouwen op bewapening is een deal met de hel, en misschien zien we vandaag geen opening om uit de vicieuze cirkel te stappen, maar we mogen nooit doen alsof het goed of rechtvaardig is. Het is een kwaadaardige route, zoals Tolkien zei, waarbij we Sauron proberen te verslaan met zijn eigen Ring. En uiteindelijk leidt dat tot nieuwe Saurons, en tot mensen en elfen die op orks gaan lijken.

Geef een reactie