‘De kans op een kernoorlog ligt dichter bij 1 dan 0’

De wederzijdse afschrikking tussen kernmogendheden was relatief stabiel, zegt de Japanse hoogleraar en oud-diplomaat Michiru Nishida. Maar nu landen niet meer openstaan voor overleg en compromis groeit de kans op nucleaire escalatie.

Dreigen om de ander en de rest van de wereld op te blazen is nog steeds een belangrijke pijler onder de huidige wereldorde. Afgelopen jaar nog verklaarde Pakistan dat het ‘de halve wereld’ mee ten onder zou nemen als het door India existentieel zou worden bedreigd. Zo hebben ook de Verenigde Staten en Rusland allebei nog steeds grofweg duizend kernraketten op high alert op elkaar gericht staan, in de hoop dat een directe oorlog daarmee voor de ander onaantrekkelijk genoeg blijft. China, Israël, Noord-Korea, Frankrijk en Engeland doen feitelijk hetzelfde, door nucleaire afschrikking te gebruiken als essentieel onderdeel in hun veiligheidsbeleid. Er is geweld en oorlog, er zijn invasies en proxy-conflicten, maar het machtsevenwicht dat kernwapens bieden kun je nog steeds een wereldorde noemen.

Alleen staat die orde wel op barsten. Niet alleen doordat steeds meer landen openlijk beginnen te dromen van hun eigen kernwapen, maar ook doordat de grote machten niet meer met elkaar praten. Bijna alle verdragen voor wapenbeheersing zijn opgezegd, één voor één, regelmatige ontmoetingen en openheid zijn verdwenen. Bij elkaar wakkert dit de onzekerheid over de acties en motieven van de ander alleen maar verder aan, zegt Michiru Nishida, nucleair expert en hoogleraar aan de Nagasaki Universiteit en verbonden aan onderzoeksinstituten in Japan en de Verenigde Staten. Hij is adviseur van de Japanse regering en nam eerder ook deel aan onderhandelingen over kernwapenbeheersing.

‘Een nucleaire wereldorde gebaseerd op afschrikking is niet inherent stabiel’, zegt Nishida. ‘Je kunt het wel relatief stabiel maken, met heel veel inspanning. Dat is wat men deed in de Koude Oorlog, door afspraken over transparantie en over het aantal wapens, en door regelmatig overleg. Maar langzaam maar zeker is dat allemaal aan het verdwijnen. We bewegen nu van stabiele afschrikking naar instabiele afschrikking. En dat is heel zorgelijk.’

Michiru Nishida

Welke ontwikkeling baart u het meest zorgen?

‘In Japan maken we ons het meest zorgen over de groeiende bereidheid van China om anderen hun wil op te leggen. We hebben geen problemen met hun economische macht, dat zou ons allebei welvaart kunnen brengen. China is niet per definitie een vijand. De Chinezen waren jarenlang gematigd in hun militaire ambities, ze hadden de les geleerd van de Sovjet-Unie die bezweek onder haar eigen militaire gewicht en ze hadden een relatief klein nucleair arsenaal dat alleen bedoeld was ter afschrikking.

Maar die voorzichtigheid hebben ze de laatste jaren van zich afgeschud. Ze dagen de status quo steeds meer uit met militaire middelen. Ze willen Taiwan inlijven en mogelijk ook Japanse eilanden waar ze een claim op leggen. Hun houding wordt agressiever en intussen zijn ze ook overgegaan op het produceren van meer kernwapens, zonder daar transparant over te zijn. Ze lijken dat te doen om zich te presenteren als supermacht en de VS te laten zien dat Taiwan niet te verdedigen is.’

Met andere woorden: de wereld heeft er weer een wapenwedloop bij.

‘Ja, dit begint wel op een nieuwe wapenwedloop te lijken. In Amerika wordt er steeds openlijker voor gepleit om niet alleen Rusland voor te blijven, maar meer kernwapens te hebben dan China en Rusland samen. En vergeet niet dat daar ook regionale wapenwedlopen bijkomen, zoals tussen India en Pakistan. Het is moeilijk te zien wat daar werkelijk gebeurt, achter de schermen, maar een jaar geleden escaleerden de spanningen flink en was er een korte oorlog. Het lijkt nu redelijk stabiel, de landen lijken goed te begrijpen waar de rode lijnen van de ander liggen. Maar stabiliteit kan er zomaar voor zorgen dat ze minder gaan opletten en zich laten verleiden tot een onbedoelde nucleaire escalatie.’

Gaan technologische ontwikkelingen nog een verschil maken?

‘Technologische innovaties kunnen de wereld flink uit balans brengen. Technologie ontwikkelt zich niet in de hele wereld gelijk. Landen die technologisch sterker worden, kunnen verleid worden om te denken dat ze militair sterker zijn en dus wel een oorlog kunnen beginnen. Als ze AI gebruiken voor cyberoorlog, kunnen ze misschien in het idee gaan geloven dat je nucleaire commandocentra van de ander kunt vernietigen zonder kernwapens te hoeven gebruiken. Alleen dat idee al vergroot weer de zenuwen bij de partijen die achterlopen.’

Vindt u het niet beter voor de wereld als democratische landen militair en technologisch sterker zijn?

‘Maar als we sterker worden, kan dat ook leiden tot een idee van superioriteit. Het idee dat je een oorlog kunt winnen, is gevaarlijk in dit tijdperk van kernwapens. Als wij denken dat we onaantastbaar zijn en slechte regimes kunnen elimineren, dan kunnen we ook te ver gaan. We hadden een balans in de afschrikking. Als nu één van de kernmachten op technologisch gebied veel sterker wordt, of althans denkt sterker te zijn, dan maakt dat de wereld instabieler en minder voorspelbaar.’

De wereld in wanorde
Kan de ‘oude’, op regels gebaseerde wereldorde inderdaad worden afgeschre­ven, nu brute machts­politiek de boventoon voert? En zo ja, wat komt er dan voor in de plaats?
In deze interviewserie gaat De Groene in gesprek met schrij­vers en denkers die houvast kunnen bieden in deze tijd van geopolitieke turbulentie. Dit is aflevering 11.

Afgelopen jaar schreef Michiru Nishida mee aan een paper voor het Amerikaanse Carnegie Endowment for Peace waarin de knoop van de nucleaire wanorde wordt ontrafeld. In Rethinking Nuclear Abolition laten Nishida en zijn co-auteurs helder zien hoe de vicieuze cirkel van onzekerheid werkt. Wie de ander niet vertrouwt, voelt zich bedreigd, en wie zich bedreigd voelt, is geneigd om te investeren in militaire capaciteit. Maar wat de een ziet als defensieve actie, ziet er voor de tegenstander offensief uit. En zo wordt het vertrouwen nog kleiner.

De ruimte in de politiek om iets ‘toe te geven’ aan een tegenstander wordt kleiner, zien de auteurs. Dat gebeurt in dictaturen, waar wordt gesproken over een existentiële strijd tegen een kwaadaardige vijand. Maar ook in democratieën is steeds minder ruimte om een opponent iets te gunnen. In het machtsevenwicht van de Koude Oorlog was het essentieel om de vijand, ook al was dat het evil empire, ruimte te bieden. Sterker nog: de grootmachten erkenden zelfs dat de ander capaciteit nodig had om terug te kunnen slaan na een aanval. Daardoor werd ook een raketschild, hoe vreedzaam dat ook klinkt, gezien als ondermijning voor de stabiliteit van vreedzame afschrikking. Er waren mechanismen en verdragen die leidden tot wapenbeheersing, gesprekken en afspraken over monitoring. Dat alles nam aan het eind van de Koude Oorlog veel onzekerheid weg.

Gepensioneerde Chinese militairen kijken toe terwijl voor het eerst een kernraket met wereldwijd bereik wordt getoond, op de tachtigste verjaardag van de overwinning op Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tiananmenplein, Beijing, september 2025 © Kevin Frayer / Getty Images

Maar die hele transparantie en voorspelbaarheid is geërodeerd. Dit stimuleert het denken onder leiders en generaals dat je altijd moet uitgaan van de slechtste intenties van de tegenstander, en dat je je daartegen moet wapenen. De vraag die centraal staat is niet langer ‘hoe kunnen we een oorlog voorkomen?’, maar ‘hoe moeten we oorlogen winnen?’

Dit wordt nog versterkt door het militair-industrieel complex in de verschillende landen. De defensie-industrie wordt niet betaald om oorlog te voorkomen, maar vooral om te winnen. Dit alles leidt, zeggen de onderzoekers, tot een ‘instabiele competitie, die zinloos, verspillend en extreem gevaarlijk is. Iedereen zegt dat het voor de afschrikking is, maar als een tegenstander hetzelfde zou doen, zou dat op een offensieve manier worden geïnterpreteerd.’ Het leidt tot ‘nucleaire overkill’: een overmaat aan wapens, die uitstijgt boven wat we werkelijk ‘nodig’ hebben om onze tegenstanders af te schrikken.

De verschillende wapenwedlopen grijpen op elkaar in. China reageert op de VS, India wil China bijbenen en Pakistan volgt India weer. Hoe kan dit ooit stabiel worden, met zo veel partijen?

‘Dat is inderdaad de moeilijkste uitdaging waarvoor we nu staan. We hebben geen bipolaire wereld meer, maar tripolair of misschien wel multipolair. We hebben nieuwe concepten nodig om de afschrikking, waar al die landen aan werken, stabiel te maken. Maar er is geen dialoog meer. Met het beëindigen van het Start-verdrag is ook de directe communicatie over nucleaire strategie tussen de VS en Rusland verdwenen. Er is geen raamwerk meer om te begrijpen wat de ander aan het doen is. En dat maakt de ander onvoorspelbaarder en gevaarlijker. Een onbedoelde nucleaire escalatie wordt zo waarschijnlijker.’

Wat vindt u van onze houding als Navo? Is dat een stabiliserende kracht in de wereld?

‘Vanuit het perspectief van Japan is de Navo een belangrijke bescherming. We delen de waarden en de opvattingen van het Westen en voor ons is de Navo vooral een defensieve kracht. Maar vanuit het Russische perspectief is dat anders. Zij zien de Navo als agressieve macht, die zijn invloedssfeer tot aan de Russische grens wil uitbreiden. En het mondiale Zuiden deelt die opvatting voor een groot deel.’

Verschillende voormalige generaals en presidenten vinden dat de Navo zou moeten stoppen met haar first use-doctrine, die zegt dat we bereid zijn als eerste een kernwapen in te zetten.

‘Vanuit een bepaald perspectief kun je beargumenteren dat dat beter zou zijn voor de wereld. Maar let op, in de wereld van afschrikking is alles altijd dubbel. De Navo dreigt met first use, maar wel als laatste redmiddel, omdat het de ultieme garantie is tegen een massale conventionele aanval van Rusland op Europa. In die optiek zou een zogenaamde non first use-verklaring het Westen verzwakken. En wie weet vergroot dat de kans dat Rusland een oorlog durft te beginnen tegen een Navo-land.

Ik wil maar zeggen: er is geen goed antwoord. Je moet het gevaar onderkennen van het first use-principe, maar je moet ook het gevaar zien van non first use. Iedereen die eendimensionaal praat over kernwapens, vertrouw ik niet.’

U bent lid van de Japanse delegatie naar de conferentie over het non-proliferatieverdrag in New York, vanaf eind april. Hoe gaat dat?

‘Na de Koude Oorlog waren we vooral bang voor schurkenstaten die een kernmacht wilden worden, zoals Iran, Syrië en Noord-Korea. Nu zijn daar nog bondgenoten van het Westen bijgekomen die eigenlijk ook kernwapens willen. Ze hebben steeds minder vertrouwen in de nucleaire paraplu die Amerika biedt. Denk aan Zuid-Korea, Polen of Saoedi-Arabië, of later eventueel Turkije, Indonesië of Egypte. Als zij kernwapens gaan maken, zou dat niet direct een bedreiging zijn voor het Westen, maar wel voor Rusland en China. Amerika helpt verschillende bondgenoten met nucleaire technologie, zoals Australië met kernonderzeeërs en Saoedi-Arabië met verrijkingsfaciliteiten.

Aan de ene kant kun je zeggen: dan hoeven de landen zelf geen kernwapenstaten te worden. Maar aan de andere kant schaadt dat het vertrouwen van andere landen, die daardoor ook gaan nadenken over eigen verrijkingsinstallaties. En vergeet niet de digitalisering waar de hele wereld mee bezig is, die heel veel energie kost. Die moet volgens veel mensen worden opgewekt door kleine modulaire kerncentrales. Maar wat niet wordt meegenomen in die afweging is op hoeveel plekken er dan verrijkt uranium zal komen en hoe moeilijk de monitoring en de transparantie dan worden.

Het belangrijkste voor nu is dat we de logica en de normen van het non-proliferatieverdrag in ere herstellen, ongeacht de verschillende ideeën van de lidstaten over kernwapens. Uiteindelijk wordt de wereld alleen veiliger als staten stoppen met de wedloop.’

Zou het helpen als de Fransen ons zouden meenemen in hun nucleaire paraplu, zoals Emmanuel Macron pas weer benoemde? Nederland zou wel intensiever met Frankrijk willen samenwerken op nucleair gebied.

‘Ten eerste is het niet echt een nucleaire paraplu die Frankrijk biedt. Ze zeggen alleen dat ze in hun strategie Europese belangen meewegen, en dat ze dat altijd hebben gedaan. Hun werk is dus eerder complementair aan de Amerikaanse paraplu. Maar in het algemeen geldt: een nucleaire paraplu is enerzijds stabiliserend. In ruil voor dekking van de afschrikkingsmacht van een kernmogendheid beloven andere landen niet zelf kernwapens te ontwikkelen. Anderzijds kan het door tegenstanders worden gezien als bedreiging, die moet worden gepareerd met nog meer wapens. Alles wat te maken heeft met kernwapens heeft een tweeledig effect.’

Uw universiteit in Nagasaki heeft een onderzoekscentrum voor afschaffing van kernwapens. Gelooft u daar dan wel in?

‘Afschaffing van kernwapens zou het beste zijn voor de wereld, absoluut. Maar het gaat niet gebeuren, in elk geval niet op korte termijn. Daarom moeten we ook nadenken over de één na beste optie: laten we onze afschrikking stabieler maken. Onze afschrikking is fundamenteel instabiel. We moeten weer praten over wapenbeheersing, over vermindering. En iedereen die dat wil, moet begrijpen hoe gevaarlijk het ook is om stapjes terug te doen, voor zwakkere staten die dan ineens een prooi worden voor anderen. Die risico’s moet je begrijpen als je voor vermindering bent.

Maar de meeste mensen kijken maar naar de helft van het verhaal. De vredesbeweging heeft het alleen over ontwapening, de rest alleen over de noodzaak van meer afschrikking. Ik pleit ervoor om beter naar elkaars argumenten te luisteren en het eens te worden over een tussenstap: stabiele afschrikking, als tussenstap naar afschaffing.’

U heeft veel begrip voor mensen die voor kernwapens pleiten, en u spreekt steeds in enerzijds en anderzijds. Komen we zo ooit verder? Het risico op een kernoorlog is op termijn toch veel groter dan het risico van afbouwen?

‘Op lange termijn zijn kernwapens geen oplossing. Eén fout kan catastrofaal zijn. Maar hun werking is complex en dubbel. Het is niet onredelijk om te betogen dat nucleaire afschrikking heeft geholpen om directe oorlog tussen kernmachten te voorkomen. Er is sinds Hiroshima en Nagasaki geen aanval met een kernwapen meer geweest.’

Maar wel veel bijna-ongelukken en bijna-lanceringen.

‘Dat is helemaal waar. Zelfs in de Koude Oorlog, toen het relatief stabiel was. De wereld is intussen veel instabieler en we hebben veel meer kernmachten, die veel minder vertrouwen in de ander hebben. Dus de kans dat het een keer uitloopt op een kernoorlog ligt, op de lange termijn, in elk geval dichter bij één dan bij nul. Daarom zullen we moeten gaan praten met elkaar en onze intenties en risico’s eerlijk op tafel moeten leggen. Er is geen andere optie.’


Geplaatst

in

door

Tags: