Het heerlijke gevoel dat je aan de goede kant staat

Het is de lievelingsdenker van Peter Thiel en J.D. Vance, maar dat moet ons niet beletten om heel serieus te luisteren naar de Franse denker René Girard. Het zondebokmechanisme leert ons waarom wij zo graag een groep aanwijzen om te beschuldigen, maar ook wat voor geweld er in onszelf verscholen ligt. Als je de bril van Girard eenmaal hebt opgezet, kijk je nooit meer hetzelfde naar de wereld, de politiek, naar geloof en naar vijandbeelden in je eigen leven.

The Scapegoat by William Holman (after) Hunt
The Scapegoat – William Holman Hunt (1854)

Ik heb een keer meegedaan aan een lynchpartij. Tienduizenden mensen juichten om de dood van één, en ik juichte mee. Het was in de Arena, bij een concert van Muse. Muse maakt meeslepende, bombastische hardrock, die je meeneemt naar een andere wereld. Ze laten je geloven in revolutie en in een nieuwe mens, die zich losrukt van macht en geld en ziet dat alles anders is dan wat de media je vertellen. Het toppunt was het nummer Animals. De gitaren brachten ons gierend en opzwepend in vervoering, zoals Muse dat alleen kan, terwijl zanger Matt Bellamy zong over ‘dieren’ die ‘consumeren als het bloed door de straten loopt’ en over kapitalisten die de planeet leegroven voor geld. Op het achtergrondscherm zagen we beurskoersen, met daarnaast een video van een gestreste bankier die gretig op zoek was naar nog meer geld. We hielden onze adem in, en we schreeuwden mee tegen deze slechterik, tot Bellamy bij de laatste strofe kwam: ‘Kill yourself. Come on, and do us all a favour.’ En jawel: op het scherm zakte de bankier in elkaar, hij stierf. Met een grote explosie dwarrelden duizenden bankbiljetten neer op het publiek, als teken van zegen door zijn dood, waarbij het publiek buiten zinnen raakte. En ik juichte mee. Wat een ontlading! We laten ons niet inpakken door al die slechteriken!

Er is weinig wat zo verheven en verlicht voelt als het besef dat je weet wie de echte slechteriken zijn in de wereld. En dat je dat in eenheid met alle goede mensen om je heen nu eens keihard uitschreeuwt. Je krijgt er kippenvel van. De goeien tegen de slechten, en wij gaan winnen. We willen niemand dood hebben, natuurlijk niet, maar ze moeten wel oprotten. Wat er gebeurt als ze dat niet vrijwillig doen, daar ga ik verder niet over.

Leugen

Wat voelt als het neerdalen van de waarheid, is in werkelijkheid het neerdalen van een leugen, zegt René Girard, een Franse denker die in 2015 overleed. Wat er gebeurt in zo’n stadion is niets meer en niets minder dan het oude, vertrouwde zondebokmechanisme: de beschuldiging van allen tegen één, waardoor alles weer op z’n plek valt, en we heerlijk worden bevrijd van alle nuances en dimensies van recht en onrecht, waarbij wij natuurlijk aan de kant van het recht zitten. Het mechanisme is al zo oud als de mensheid, het zit heel, heel diep in ons. Het is het fundament van iedere groepsvorming, of het nu gaat om een keizerrijk of om een groepje collega’s dat zich samen ergert aan een andere collega.

De theorie van Girard vormt een eenheid die ‘mimetische theorie’ wordt genoemd en die nog steeds heel serieus wordt bediscussieerd en uitgewerkt door een brede school denkers, ook in Nederland. Om de theorie goed te begrijpen, moet je een paar denkstappen volgen die soms een beetje contra-intuïtief zijn. Maar het loont de moeite. Als je eenmaal zijn bril hebt opgezet, kijk je nooit meer hetzelfde naar de wereld, de politiek, naar geloof en naar vijandbeelden in je eigen leven.

Peter Thiel naast Trump (ANP)

De laatste tijd is er weer wat aandacht voor doordat een paar ijzervreters rond Trump – met name de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance en de techondernemer Peter Thiel – zeggen dat ze door hem beïnvloed zijn. Heel kort door de bocht: ze hebben van hem geleerd hoe gevaarlijk de passies van de mens zijn, en daarom pleiten ze voor een sterke staat. Een sterke, een conservatief-christelijke staat met technologische overmacht, om al die gevaarlijke passies van mensen in toom te houden.

Dat is wel heel opmerkelijk. Als er iemand is die laat zien wat het verborgen geweld is in zo’n van bovenaf opgelegde orde, dan is het wel Girard, hij zou zich nooit hebben aangesloten bij wat voor populisme dan ook. Er zit geweld verstopt in het populisme. Maar, eerlijk is eerlijk, er zit ook geweld verstopt in antipopulisme. Sterker nog, er zit ook geweld in mij. Met andere woorden: we gaan het hebben over een theorie die vervelend en pijnlijk is voor ons zelfbeeld. En om die theorie te begrijpen bespreken we drie cruciale denkstappen van Girard.

Er is weinig wat zo verheven en verlicht voelt als het besef dat je weet wie de echte slechteriken zijn in de wereld.

Stap 1: mimetische begeerte

Girard, die in 1923 werd geboren in Zuid-Frankrijk, begon als letterkundige. Al op jonge leeftijd ging hij Franse literatuur doceren in Amerika en het grootste deel van zijn leven woonde hij in Stanford. Waar hij vooral goed in was, was lezen. Hij las Shakespeare, Proust en Dostojevski, en wat hij daar ontdekte was een inzicht dat recht inging tegen de heersende ideeën van de jaren zestig dat mensen vooral hun best moeten doen om hun diepste, authentieke zelf te zoeken. Mensen zijn helemaal niet authentiek of autonoom, zei Girard. We zijn hartstikke ‘mimetisch’, dat wil zeggen: we bootsen altijd iemand na. Mimese betekent nabootsing. Dat is hoe we leren en groot worden, schrijft hij. ‘We weten letterlijk niet wat we moeten verlangen en daarom, om dat uit te zoeken, kijken we naar de mensen die we bewonderen: we imiteren hun verlangens.’ Dat begint al met kinderen die precies dezelfde pop willen hebben, maar het gaat ons hele leven door.

Girard aan Stanford University in de jaren ‘70

De grote romanschrijvers laten ons zien dat onze diepste verlangens naar positie, bezit of een mooie partner door en door mimetisch is. Ons verlangen wordt gevoed door de ogen van mensen die wij bewonderen. En hun mimetische begeerte wordt weer versterkt door ons. Het resultaat is dat wij al heel snel rivalen worden, die elkaars begeerte aanwakkeren. Rivaliteit en conflict zit dus diep in ons menszijn gebakken, zou je kunnen zeggen.

Girard heeft veel geschreven over verlangen en begeerte en hoe dat uitwerkt in de literatuur en de psychologie, maar hij ging vooral door op één aspect daarvan: rivaliteit. We zijn nu eenmaal mimetische wezens, die keer op keer gaan verlangen wat de ander heeft en daardoor komen we keer op keer tegenover de ander te staan. ‘Onze rivaliteiten kunnen, in tegenstelling tot dierlijke rivaliteiten, zo intens en besmettelijk worden dat ze zich, mimetisch, naar hele gemeenschappen verspreiden’, zei Girard. Dat is heel natuurlijk. Toch zijn we niet continu met elkaar aan het vechten. Hoe hebben we die kracht onder controle gebracht? Zo kwam hij tot het tweede puzzelstukje in zijn theorie: het zondebokmechanisme.

Stap 2: de zondebok

Als de mimetische rivaliteit in een groep oploopt, dan moet de groep stoom afblazen. Het geweld moet eruit. Wat blijkt: geweld is in de geschiedenis heel vaak gekanaliseerd door de schuld bij iemand anders te leggen, een buitenstaander of een vreemdeling. Als je iemand letterlijk buitensluit, offert of lyncht, dan bindt dat samen. In mythen en rituelen van over de hele wereld, en in interviews met mensen uit afgelegen stammen, ontdekte Girard verhalen van geweld tegen mensen die misvormd waren, een handicap hadden, iets geks hadden of van elders kwamen. Dat geweld werd altijd achteraf goedgepraat. En dat is niet gek, zegt Girard: dit geweld brengt vrede.

In Things Hidden, een goede documentaire over Girard die op Youtube te zien is, legt hij uit dat mensapen die ruzie hebben tevreden zijn met onderwerping. Maar mensen gaan door totdat er bloed vloeit. Wat hem opviel was dat in alle oude religies die hij bestudeerde dit bloed verbonden werd met vrede en verzoening. Het was verbonden met de stichting van de groep. Het is altijd een verhaal over geweld, maar dan vanuit het perspectief van de overwinnaars, die ervan uitgaan dat hun geweld rechtvaardig was. Dit zondebokmechanisme, zei Girard in zijn baanbrekende werk God en geweld uit 1972, vormt de basis van alle religie en cultuur.

Romulus killing Remus - Collections Online | Museum Wales
Romulus vermoordt Remus – uit de werkplaats van Pieter Paul Rubens (17e eeuw)

In de hele wereld vinden we stichtingsverhalen die volgen op een moord. Rome werd gesticht door Romulus nadat hij Remus doodsloeg, en Romulus is de held. Dat de held iemand volkomen willekeurig afslachtte, wordt altijd verdoezeld door de mythe: het slachtoffer was immers gevaarlijk.

Maar Girard ontdekte een fascinerende omkering: de zondebok wordt achteraf heilig. Zondebokken werden uiteindelijk vereerd als goden, niet omdat mensen hen ineens gingen vertrouwen, maar omdat ze vrede hadden gebracht. Geweld en vrede waren twee gezichten van de vreeswekkende godheid. Dit verklaart ook waarom religies overal ter wereld een offercultus hebben. Op de een of andere manier moeten groepen de herinnering aan dat heilige geweld levend houden, door dieren of zelfs mensen te offeren. Nog in de tijd van Sophocles had Athene, de bewonderde bakermat van onze beschaving, een voorraad slaven ter beschikking om in geval van dreigend onheil van de rots te kunnen gooien. Deze pharmakoi droegen zowel schuld als heiligheid.

Uiteindelijk is dit mechanisme de basis van gemeenschapsvorming, volgens Girard. Sterker nog, ook van politieke structuren zoals het koningschap en de staat. Dat is allemaal geen product van de rede, of van een sociaal contract. Integendeel, het is een product van sacraal geweld. Sacraal geweld brengt orde en vrede. Maar, zegt Girard: sacraal geweld is wel gebaseerd op een leugen, de leugen van het schuldige slachtoffer. Onze onderlinge conflicten kunnen we alleen maar oplossen door iemand anders de schuld te geven, dat zien we in alle massabewegingen. De Joden, de kapitalisten, de communisten, de immigranten: de vijand verenigt ons.

Stap 3: de Bijbel

Maar toen ging Girard de Bijbel lezen. De rol van de bijbelse teksten zijn – na de mimetische begeerte en het zondebokmechanisme – het derde puzzelstukje in Girards theorie. Qua uiterlijk lijken de bijbelse teksten heel erg op de oude mythen en religies. Maar er is één cruciale omkering, zegt Girard. De Hebreeuwse Bijbel en de christelijke evangeliën zijn niet geschreven vanuit het perspectief van de winnaars, maar van de slachtoffers. Dat is voor het eerst in de geschiedenis, zegt hij. Het begint al bij Kaïn en Abel. Is dat niet precies Romulus en Remus? Nee, zegt Girard: de tekst vindt Abel onschuldig. Deze omkering gaat de hele bijbel door, van Jozef, Jeremia en Job naar Jezus, die door de boze meute wordt geofferd, maar door de schrijvers wordt aangewezen als het onschuldige lam van God.

De God van de Bijbel wil helemaal geen bloed zien. Dat hele idee van sacraal geweld is mythisch denken. Het is juist de mens die bloed wil zien.

Dat is ongehoord, zei Girard. De sacrale vrede is nu juist gebaseerd op collectief onrecht dat niet wordt doorzien! Maar de evangelieschrijvers onthullen tot in het pijnlijkste detail het onrechtvaardige gepruts dat voorafgaat aan de moord op Jezus. Net als in de mythen verklaren zij het slachtoffer goddelijk, maar de reden is omgekeerd: omdat hij onschuldig is.‘De bijbel is een radicale breuk met mythologie’, schrijft Girard. ‘Het rekent af met de suprematie van de menigte, die teruggaat op de wortels van de mensheid.’ Girard heeft zich op volwassen leeftijd persoonlijk tot het christendom bekeerd. Het evangelie was voor hem een openbaring, een sleutel, een onthulling van een oeroude leugen.

Wat me nu opvalt, is dat de uitleg van Girard anders is dan wat ik leerde in de Alphacursus over het verzoenende bloed van Jezus. De standaard evangelicale uitleg was – zoals ik die opvatte – dat God bloed nodig heeft om ons te kunnen accepteren. Het is altijd een theoretisch verhaal voor me gebleven dat ik moeilijk kan meevoelen. Terecht, zegt Girard: de God van de Bijbel wil helemaal geen bloed zien. Dat hele idee van sacraal geweld is mythisch denken. Het is juist de mens die bloed wil zien. Jezus geeft zichzelf als offer, niet omdat zijn Vader dat nodig heeft, maar omdat wij dat nodig hebben. Dit is precies het punt waarop de God van Israël verschilt van alle andere grillige goden in de wereld: God geeft zichzelf, uit liefde, om ons voor zich te winnen. Daarmee verlost Hij ons van het kwaad dat in onszelf zit. Het evangelie zet dus, volgens Girard, alle waarden op z’n kop. Al onze heilige ideeën over geweld, onze opvattingen over God, al onze oordelen over goed en kwaad en vijanden, al onze eenheid – het blijkt allemaal gebaseerd te zijn op leugens en een vertroebelde blik.

Een bom

Is dat fijn? Nou, dat hangt er maar vanaf, zegt Girard. Het vormt namelijk een bom onder alle orde die de mensheid ooit heeft bedacht om het geweld in te dammen. Onze veiligheid was juist gebaseerd op de eenheid van de groep tegen de boze buitenstaander. We konden het kwaad buiten de gemeenschap houden door rituelen en offers, en door het gezamenlijk aanwijzen van een scheiding tussen goed en fout, en het oordelen van mensen die buiten die lijn stonden. Maar wat als we niet meer mogen oordelen? Wat als God niet achter onze groep staat? Dan blijkt het geweld niet van de goden te komen, maar van ons. Dit verschrikkelijke inzicht is altijd verbloemd geweest, zegt Girard, en daardoor kon dat geweld eruit. Maar het christendom heeft ons beroofd van ‘sacraliteit’, zei hij. We kunnen het kwaad niet meer op anderen projecteren, en daarom moeten we nu zelf dealen met het geweld, het oordeel en de rivaliteit in ons.

Natuurlijk proberen we continu een duidelijke scheiding te maken tussen de goeien en de slechten. We proberen telkens te vertellen dat God aan onze kant staat. Ook christenen kwamen weer met vijandbeelden en met verhalen over een gewelddadige God. Maar de ontmaskering kan niet meer ongedaan worden, zegt Girard.

In toenemende mate zien we in de geschiedenis een ondermijning van het geloof in de mythen en in alle sacrale instituties, zoals het koningschap of de staat. Er komen steeds meer mensen die onrecht aanklagen en opkomen voor slachtoffers. De gevolgen zijn paradoxaal, schreef Girard in een eigen inleiding op zijn werk: “Sinds de Middeleeuwen is er overal steeds minder geweld. Onze beschaving beschermt meer slachtoffers dan ooit. Maar onze beschaving doodt ook meer slachtoffers dan ooit tevoren. De twintigste eeuw heeft een geschiedenis van doodskampen, genocides en kernwapens. Er is meer goed en meer kwaad dan ooit tevoren.”

Dresden na het Amerikaanse bombardement in 1945 (AP)

Mensen zoeken nog steeds naar zondebokken, wij zitten nog hetzelfde in elkaar. Muse weet bij een concert eenheid te smeden door ons het gevoel te geven dat wij bij de club van verlichte mensen horen die doorhebben wie de echte slechteriken zijn. Maar het mechanisme sluit zich niet meer, de context is veranderd, de eenheid die het schept is maar heel beperkt. Want er is altijd wel een groep die ‘opkomt voor de slachtoffers’. We zijn allemaal door en door christelijk geworden.

“Er is meer goed en meer kwaad dan ooit tevoren.”

Ironisch genoeg is de aandacht voor slachtoffers nu zo groot geworden dat dat op zijn beurt ook weer kan uitlopen op een vorm van dwang of vervolging. ‘We gaan door een periode van een karikaturaal “ultra-christendom”’, zegt Girard, ‘dat probeert te ontsnappen uit de joods-christelijke baan door de zorg voor slachtoffers te radicaliseren.’ Iedereen voelt zich tegenwoordig tekortgedaan, de rancune breidt zich uit. Dat is paradoxaal genoeg een voedingsbodem voor juist heel veel geweld. Als we niet heel snel leren om de andere helft van het evangelie te gaan praktiseren, zegt Girard – onze vijand vergeven, onze begeertes inperken – dan kan de wereld alleen maar veel gewelddadiger worden.

Navolging

Girard sprak prachtige woorden over vergeving en het je onttrekken aan iedere vorm van rivaliteit. Maar als mensen hem vroegen wat nou echt de weg is die voor vrede in de wereld kan zorgen, kwam hij altijd uit bij Christus. We zijn nu imiterende wezens.

“Laten we dan Christus navolgen. Dat is de enige manier om de openbaring van de Bijbel niet op iets vreselijks, maar op iets heel goeds te laten uitlopen.”

Het zijn geloofsuitspraken die Girard ook doodleuk in de mond nam op alle universiteiten waar hij eredoctoraten kreeg. Hij geloofde werkelijk dat het geweld niet meer terug in de doos gaat, tenzij we nederig afzien van rivaliteit, in navolging van Christus. Dat vond niet iedereen makkelijk te verteren, vooral niet als hij op bezoek ging in zijn eigen seculiere Frankrijk. Toch konden ze uiteindelijk niet om hem heen. In 2005 werd hij als ‘onsterfelijke’ opgenomen in de prestigieuze Académie Française. De bekende filosoof Michel Serres noemde hem bij die gelegenheid ‘de Darwin van de menswetenschappen’. Maar ook ‘de meest geweldloze denker die ik ken’. Het verstand en het hart waren voor Girard onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Afzien van rivaliteit, maar ook stoppen met aanwijzen waar het kwaad zit. Stoppen met zondebokken zoeken, of dat nu immigranten zijn, de linkse elite, de Joden of de moslims, of juist Trump, Wilders of bankiers, waar we het graag over hebben omdat dat zo fijn voelt en omdat het ons samenbindt of stemmen oplevert. Maar zij zijn niet het kwaad. Ook Thiel en Vance en rechtse populisten zijn niet het kwaad. Het kwaad, zegt Girard, zit in onszelf, telkens wanneer wij aanwijzen wie goed en wie slecht is, wie erbij hoort en wie niet. Weiger iedere vorm van rivaliteit, wijs ieder vijanddenken af, want het maakt je gevangen en het verblindt. Niemand, zegt Girard, kan zijn eigen zondebokdenken doorzien. Daar hebben we die ander voor nodig. Girard was niet links of rechts, maar vooral ‘anti-massa’, zei hij eens. Girard wantrouwde altijd het oordeel van de groep, of die nu links was of rechts.

Hoe meer we geobsedeerd raken, hoe meer we daarin vast komen te zitten.

Natuurlijk zijn er betere en slechtere leiders, dat wist Girard ook wel. Maar onze mimetische obsessie met een handjevol machthebbers vervormt ons denken. Onze obsessie geeft deze figuren macht. Hoe meer we gefascineerd zijn – of dat nu onze ex is, onze vervelende huisgenoot, of een dictator in een ander land waar we heel graag over praten op feestjes – hoe meer we geobsedeerd raken, hoe meer we daarin vast komen te zitten. We nemen de angsten van de ander niet meer serieus, of van zijn of haar achterban, en kunnen niet meer luisteren als die ander een enkele keer wél gelijk heeft. We willen alleen maar winnen. Kortom: we worden rivalen die met dezelfde middelen gaan strijden en uiteindelijk op elkaar lijken.

In onze wereld neemt de rancune toe, en ook de mogelijkheden om onszelf de hele dag met iedereen te kunnen vergelijken. De woede in brede lagen van de bevolking neemt toe, over een specifieke groep. Dat is heel gevaarlijk, zei Girard, want we zijn nu allemaal zo verbonden en zo zwaar bewapend, dat we de hele wereld met één lucifer kunnen aansteken. We zijn imiterende wezens, we kunnen niet anders. Maar imiteer dan Christus, zei Girard, daar kun je niet mee rivaliseren, want die stapte opzij. Vergeef je vijand. Oordeel niet. Maak je geen zorgen. Begeer niet wat de ander heeft. Geef je rivaal de ruimte. En vertrouw nooit op het oordeel van de groep. Want als de groep iemand unaniem de schuld geeft, waarschuwde Girard, kun je ervan uitgaan dat de groep het mis heeft.


Meer Girard?

  • Luister naar aflevering #292 van De Ongelooflijke Podcast met Haroon Sheikh over de duistere denkbeelden achter Big Tech, waarin Girard ook aan bod komt.
  • Of bezoek de lezing die Frank Mulder morgenmiddag (vrijdag 12 juni) geeft over Girard en Jacques Ellul, op de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *