Koeien liegen niet over zwerfstroom

Verschillende boeren zien een onverklaarbare stress bij hun dieren. Er lopen ongewenste stromen door de grond, zeggen ze. Onzin, zeggen de autoriteiten. Maar wat als de boeren toch gelijk hebben?

Stal van veehouder André van den Oudenrijn. Hij vermoedt dat de autoriteiten hem tegenwerken omdat hij lastig is voor de energietransitie. Ooltgensplaat, Goeree-Overflakkee, november 2024 © Arie Kievit / ANP

Er is iets goed fout met de koeien van André van den Oudenrijn. De dieren geven heel weinig melk, soms wel een derde minder dan normaal. De boer roept advies in, verandert de voersamenstelling, stuurt z’n beesten naar buiten, haalt ze weer binnen, koopt nieuwe koeien, maar niets helpt. Ze zijn vaker ziek, baren vaak doodgeboren kalfjes en drinken veel te weinig water. Soms steken ze hun bek niet in de waterbak, maar lepelen heel voorzichtig het water op. En het vreemdste: als oude dieren naar de slacht gaan, worden hun organen vaak afgekeurd.

Ook op Goeree-Overflakkee, maar dan een kilometer verderop, zit Cor Bos, een geitenhouder met 750 dieren. Hij zit met zijn handen in het haar. Zijn geiten staan voortdurend in de vluchtmodus. Ze willen vaak niet liggen, hebben diarree en geven minder melk. Jonge geitjes zijn soms ineens door het dolle heen. Daarbij steken ze hun pootjes door het hek of vliegen tegen de muur op, waarbij ze zich flink verwonden.

In de Betuwe bouwt een melkveehouder een nieuwe stal, een vrijeuitloopstal. Maar zodra die opengaat, doen zijn koeien anders dan anders. Ze gaan niet liggen, en dat is erg, want alleen liggend maken ze melk aan. Het vreemde is dat het gedrag alleen optreedt tussen april en oktober, en alleen als de zon schijnt. De koeien blijven dringen aan de kant van het hek, bij de melkmachine. Als de schemering invalt, verspreiden ze zich door de stal, uitgeput. Verrassend detail: dit voorjaar is het probleem ineens weg en liggen de koeien rustig in de hele stal. Dat is pas gek, en vooral onbevredigend, vindt de boer, want wie zegt dat het niet ineens weer kan gebeuren?

Een paardenhouder in het oosten van het land wéét dat er iets aan de hand is met zijn dieren. Hij wil liever anoniem blijven, maar hij zegt dat hij zijn paarden kan lezen. Hij kent elke nuance in hun houding en in hun gedrag. Dat is zijn vak. Hij verkoopt wedstrijdpaarden en die moeten absoluut optimaal zijn, zonder enige afwijking. Afgelopen maand zette hij een paar paarden op een andere locatie, en na twee dagen waren ze normaal.

Er zijn veel meer boeren die deze klachten herkennen. Ze komen niet graag in de openbaarheid, uit vrees voor negatieve aandacht van collega’s of zelfs van de verschillende inspectiediensten. Een boer wil liever zelf zijn zaakjes op orde krijgen. Maar de dieren hebben stress en de boeren vermoeden een externe oorzaak. Ligt het aan de voeding, het weer of de stal? Of ligt het aan geheimzinnige aardstralen, zoals wichelroedelopers vertellen die hun diensten aanbieden?

In zijn loods in het Brabantse Someren, midden in De Peel, zit elektrotechnisch ingenieur Johan van Bommel te sleutelen aan diverse zelfgebouwde apparatuur. Hij vertelt over spanningsfilters en het verschil tussen hoge en lage frequenties. Het is zeer complexe materie, en daarom pakt hij zijn laptop erbij voor een uitgebreide presentatie over elektrische installaties op boerenbedrijven. We praten de hele middag. Over melkmachines, ventilatoren met vermogensregeling, zonnepanelen en transformatoren. Afgewisseld met beelden van dieren met stress: koeien die hun bek niet in het water durven steken of dieren die in paniek naar één kant van de stal rennen als de machines aan gaan.

Van Bommel houdt zich bezig met een bijzondere combinatie van vakgebieden: dierenwelzijn en elektrotechniek. Dat komt door zijn omgeving. Hij is opgegroeid in een familie van varkenshouders, maar ging zelf de kant op van elektriciteit, installaties en onderhoud van machines in de voedselindustrie. In 2016 stuitte hij op een nieuw fenomeen. ‘Ik werd bij een koeienbedrijf geroepen waar onverklaarbare dingen gebeurden. De koeien reageerden niet normaal en gaven veel te weinig melk. De melkmachine-adviseur zei dat de boer er niks van kon en dat het bedrijf beter door iemand anders gerund kon worden.’ Maar Van Bommel ontdekte iets vreemds. Hij mat een elektrische stroom door de installatie die er niet hoorde te zijn, en hij ontdekte dat er een verband was met het gedrag van de dieren. ‘Deze stroom kwam van buiten het bedrijf. Nadat ik de stroom had verwijderd, gingen de koeien normaal gedrag vertonen en kwam de melkproductie op niveau.’

Via via begonnen steeds meer boeren hem te benaderen. In tien jaar tijd heeft hij op wel tweehonderd locaties problemen met stroom gevonden, zegt hij. ‘Ik ben fulltime bezig gegaan met het bestuderen van diergedrag en de effecten van stroom. Ik word er niet rijk van, want deze onderzoeken kosten me hartstikke veel tijd, maar ik kan niet anders. Die boeren worden anders gewoon in de steek gelaten.’

Het fenomeen waar Van Bommel op is gestuit, heeft een naam: zwerfstroom. Dat is een stroom die via de aarding van een installatie een ongewenst pad gaat volgen, bijvoorbeeld naar de constructie, of de grond in. Het is bekend dat dit vaak gebeurt bij apparaten die energie converteren, denk aan omvormers, vermogensregelaars, accusystemen of windmolenparken. Zo houdt de Gasunie rekening met zonneparken, omdat de leidingen daar extra onderhoud nodig hebben. ‘Maar dat het ook gevolgen kan hebben voor levende wezens, dat beseft bijna niemand. In stallen, waar veel elektronica staat, kan het heel makkelijk uitkomen bij koeien, die met hun poten op vochtige ondergrond staan en uit waterbakken drinken. Ik meet in stallen steeds vaker stromen van zonnepanelen, die soms niet eens op het eigen bedrijf staan. Die komen dan de stal in via het stroomnet of via de grond.’

In de landen om ons heen is er veel meer over bekend. ‘Boeren in België, Frankrijk en ook Amerika kunnen hier gewoon informatie over krijgen. Dat is trouwens heel oppervlakkig, ik ben niet blij met de kwaliteit ervan. Maar in Nederland doen we alsof het helemaal niet bestaat.’

Johan van Bommel koppelde zijn metingen van de zwerfstroom op Van den Oudenrijns bedrijf aan data over het drinkgedrag van de dieren © Arie Kievit / ANP

Op het weidse Goeree-Overflakkee bevindt zich de ligboxenstal van André en Marjo van den Oudenrijn met daarin meer dan tweehonderd koeien. Die hadden vergelijkbare klachten als hierboven, maar dan in het kwadraat. Zij hadden ook al bedacht dat het iets te maken zou kunnen hebben met elektriciteit. ‘Daarom besloten we in 2022, samen met een paar deskundigen, om alles in de stal nog eens goed te aarden. We hebben alles verbonden met elkaar en de hele installatie met een aardpen van 57 meter diepte in de grond geslagen.’ Maar, wat schetste hun verbazing: ‘Het werd nog erger! De koeien gingen nog minder melk geven.’

Het jaar erna kwamen er een paar zonnepanelen op het dak te liggen, en bij de buren ook. ‘Vanaf toen ging echt alles fout. Niemand wist de oorzaak te vinden en een oplossing te geven.’ Totdat ze in de zomer van 2023 op het spoor kwamen van een eigenwijze techneut, Johan van Bommel.

Van Bommel wist al snel zwerfstroom te meten en te koppelen aan data over drinkgedrag van dieren. Hij probeerde verschillende methoden om de stroom om te leiden. Hij ontdekte een verband met de rioolwaterzuivering in de buurt en met de windmolens die achter het bedrijf staan. In april 2024 koppelde Van Bommel de hele stroomhuishouding in de stal los van het net door middel van een scheidingstransformator. Vanaf die dag was alles anders, zegt Van den Oudenrijn. ‘In één klap. Heel veel koeien werden die maand in één keer tochtig, de kippen gingen eieren leggen en zelfs onze hondjes werden loops. En langzaam ging de melkproductie weer omhoog.’

Helemaal verholpen is het probleem nog niet, zegt Van den Oudenrijn. ‘Ik zie dat mijn koeien zich vreemd gedragen op momenten dat de windmolens achter mijn bedrijf in- of uitschakelen. De windmolens hebben een tijdje geleden grote accu’s gekregen.’ Ook Van Bommel ziet dit verband: ‘Het is heel waarschijnlijk dat de stroom die daar de grond in gaat, naar dit bedrijf wordt getrokken, doordat hier de aarding zo goed is.’ Maar dit is lastig hard te maken voor de buitenwereld. ‘Als de beesten eenmaal weer op krachten zijn, is hun stressdrempel een stuk hoger. Je kunt dus niet direct het effect van ingrepen zien.’ Maar Van den Oudenrijn weet zeker dat zijn koeien zonder de windmolens nog veel meer melk zouden geven.

Wat is zwerfstroom?

Zwerfstromen of lekstromen zijn stromen op plaatsen buiten het bedoelde circuit. Als bijvoorbeeld een draad verkeerd geïsoleerd is, kan er een stroom door de aardedraad lopen en dan slaat de aardlekschakelaar af. Maar er zijn ook complexere oorzaken.

Officieel is de netstroom een stroom elektronen die vijftig keer per seconde heen en weer schiet volgens een mooie golfvergelijking. Bij een driefasenaansluiting komen er drie mooie stroomgolven je huis in. Maar het verbruik van die drie fasen is niet gelijk en dat leidt tot verschillen. Die stromen door de nuldraad terug naar het transformatorhuisje van de netbeheerdeer, waar ze deels de grond in verdwijnen. Maar de aarde is geen lege put. Alle elektronen moeten uiteindelijk terug naar de bron, desnoods via de aarding van een ander apparaat of een hoogspanningsmast. Ze kiezen een ongewenst pad; dat heet lekstroom, aardstroom of zwerfstroom. Ze kunnen zomaar veranderen, net als een waterbed: als je hier drukt, stroomt het ergens anders heen.

Er is nog een reden dat gewone installateurs met een spanningsmeter deze stromen niet vinden: de mooie wisselstroom van 50 Hertz loopt door talloze opladers, omvormers, transformatoren en vermogensregelaars. Die veranderen de stroom, waardoor er talloze kleine golfjes ontstaan van veel hogere frequenties. Die hebben deels een ander gedrag en zijn vaak moeilijker te meten. Hoe hoger de frequentie, hoe groter de kans dat de ene stroom een volgende opwekt, in een naastgelegen aardekabel bijvoorbeeld. Zo werkt elektromagnetisme. Maar voor zulke frequenties bestaan geen installatienormen.

Een standaard installateur let op veiligheid en checkt of alle apparaten goed met elkaar en met de aarde verbonden zijn. Hoe beter de aarding, hoe minder kans op een schok. Maar die goede aarding kan dan weer stromen van buiten aantrekken. En als dat bij een stal gebeurt, met koeien, kan het zomaar gebeuren dat ze niet meer willen drinken.

De Groene blijft het dossier zwerfstroom volgen. Tips? Mail naar groene@groene.nl

Het hele gebeuren trekt een zware wissel op de familie. ‘We leven echt in een hel’, zegt Marjo, de boerin, aan de keukentafel. Dat komt niet alleen door de stroom, maar vooral door de ontkenning van het probleem door de autoriteiten. Het is niet alleen de netbeheerder, Stedin, die hen niet gelooft. Het is ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit nvwa. Sterker nog: de nvwa stelt dat de problemen te wijten zijn aan wanbeheer door de boer. ‘We kregen zelf de schuld van de toestand van onze dieren’, zegt Van den Oudenrijn. ‘Ons bedrijf zou zijn vervuild, het voer was niet goed, de dieren schuurden zich te veel aan de relingen, en nog veel meer.’ Als er iemand is die alles, maar dan ook alles heeft uitgeprobeerd om stress bij zijn koeien aan te pakken, is het wel Van den Oudenrijn. ‘Maar we worden telkens verplicht tot allerlei nieuwe maatregelen, en bij elke inspectie komen ze met nieuwe eisen.’

Maar het was wel heel opvallend dat de geitenhouder verderop met vergelijkbare problemen kampte. Daarom besloot de gemeente Goeree-Overflakkee het probleem aan te kaarten bij de provincie Zuid-Holland. Ze zetten een aantal deskundigen bij elkaar om te zien of de metingen van Van Bommel hout snijden en of zwerfstroom een oorzaak kan zijn. ‘Jazeker’, zeiden twee hoogleraren. ‘Misschien’, zei een installateur die gespecialiseerd is in bliksemafleiding, maar zelf geen zwerfstromen kon aantonen. Ze kwamen tot een gezamenlijke conclusie: zwerfstroom is moeilijk aan te tonen, maar ook niet uit te sluiten, maar de vreemde symptomen wijzen op een externe oorzaak en daarom is er uitgebreider onderzoek nodig.

De provincie had echter op eigen initiatief een derde bedrijf gevraagd om mee te kijken in Ooltgensplaat. Dat was het keuringsbedrijf dnv, het vroegere Kema-keur. Dat bedrijf schreef een veel sceptischer rapport. Dat bleek pas goed toen het na het hele traject de conclusies mocht komen vertellen aan een publiek van overheden, netbeheerders en windmolenexploitanten. Die hoorden daar van dnv dat het effect van zwerfstromen ‘natuurkundig niet bewezen’ was en dat hier misschien wel sprake was van ‘kwakzalverij’. Na een storm van protest van betrokkenen heeft de provincie deze conclusie later weer genuanceerd, maar het kwaad was al geschied. Het nieuws dat er geen zwerfstroom in Ooltgensplaat is, vond zijn weg naar verschillende partijen. Ook de windmolenbranche verwijst nog steeds naar deze foutieve conclusie en beweert nog steeds dat er geen verhalen bekend zijn van zwerfstroom door windmolens.

De patstelling is compleet. Van Bommel en Van den Oudenrijn weten zeker dat autoriteiten hen tegenwerken omdat ze lastig zijn voor de energietransitie. Dat maakt hen soms cynisch en dat helpt niet altijd om mensen te overtuigen. Bovendien krijgen ze soms gezelschap van mensen die ongenuanceerd tegen windmolens zijn, wat de verwarring nog groter maakt. Hun punt is namelijk niet dat windmolens slecht zijn. Hun punt is dat er een veel breder, multidisciplinair onderzoek van het rijk moet komen.

Onlangs vroeg de sgp aan de minister van Klimaat en Groene Groei of ze een multidisciplinair onderzoek wil instellen omdat de provincie zelf aangeeft dit niet te kunnen. Haar antwoord kwam eind mei en was negatief. Onafhankelijk onderzoek heeft immers aangetoond dat het probleem in Ooltgensplaat niet te maken heeft met zwerfstroom? En bovendien zegt haar eigen nvwa dat het te maken heeft met problemen van de boer zelf. Andere boeren met het probleem kent ze niet. Zaak gesloten.

Het heeft er alle schijn van dat de lage melkproductie van Van den Oudenrijns koeienverband houdt met de rioolwaterzuivering en de windmolens in de buurt van zijn bedrijf © Arie Kievit / ANP

Ondertussen zijn er in Nederland nog steeds heel veel dieren ziek en daar is nog steeds geen verklaring voor gevonden. Tenzij Van Bommel toch gelijk heeft. Hij is alleen een selfmade onderzoeker. Hij koppelt een indrukwekkende kennis over koeien, drinkgedrag, hormonen, voedingsconversie, tussenkalftijd, klauwziektes, melkgedrag, ziektes en stress aan kennis over elektriciteit en installaties. Maar hoe verifieer je de kunde van iemand die de enige is in zijn soort?

Nu ken ik heel toevallig een van de weinige techneuten in Nederland die al dertig jaar geleden onderzoek deed naar zwerfstromen. Dat is Johannes Mulder – mijn eigen vader. Voordat hij meebouwde aan de lithografiemachine van asml werkte hij jarenlang aan de elektronenmicroscoop bij Philips. ‘Daar liepen we tegen precies hetzelfde probleem aan’, zegt hij. ‘De elektronenmicroscoop had last van elektromagnetische verstoringen. Ik heb toen zelf onderzoek gedaan en ontdekt dat er zwerfstromen door de grond en door het gebouw liepen. Soms zelfs in kabels die niet aangesloten waren. Ik heb eindeloos met meetapparatuur door de fabriek gelopen, op zoek naar velden en stromen. Ze maakten grappen over mij, met mijn “wichelroedes”, maar uiteindelijk kon iedereen het zien: ik wist de stromen uit de fabriek te krijgen.’ Later, bij asml, stuitte mijn vader opnieuw op heel veel onwetendheid. ‘De experts weten bijna niks van zwerfstroom. De meeste techneuten weten niet eens hoe aarding precies werkt. Ze sluiten een installatie aan op de aarde en denken dat de stroom dan weg is. Maar die gaat ergens heen.’

Mijn vader gaat mee naar Van Bommel om zijn meetmethodes en inzichten op waarde te kunnen schatten. We bezoeken hem samen in Someren, en we kijken mee met zijn metingen in Ooltgensplaat en op een boerderij die hij niet kent. Van Bommel meet de verschillen in het stroomcircuit, om te zien wat voor stromen er binnenkomen via het net, en wat er ‘weglekt’ op het bedrijf. Hij steekt zijn meetpinnen ook buiten op verschillende punten in de grond, bijvoorbeeld tussen het transformatorhuisje van de netbeheerder en de aansluiting van de boer, om de stromen door de grond te meten. We bevragen hem bij elke denkstap, bekijken zijn apparatuur, praten over ruis, calibratie, frequenties, aarding, stalen kabels in de grond, melkmachines, transformatorhuisjes, harmonische verstoringen en vermogensregelaars in windmolens. Op zijn scherm toont hij stromen van verschillende frequenties. Hij wijst naar het golfpatroon en probeert daarin ‘vingerafdrukken’ te herkennen van apparaten en installaties waar hij de frequenties van weet.

Volgens mijn vader staat buiten kijf dat Van Bommel een expert is. ‘Hij heeft een fenomeen doorgrond waar weinig mensen verstand van hebben. Als hij praat, is het voor de leek niet altijd duidelijk wat het verschil is tussen feiten of vermoedens. Maar ik kon hem niet betrappen op fouten en hij weet heel goed hoe je dit moet meten.’ Dat geldt niet voor de andere bureaus die stukken hebben geschreven over Ooltgensplaat. ‘Als ik die lees, zie ik al direct een heleboel beginnersfouten die je niet mag maken als je het over zwerfstroom hebt.’

Als ik netbeheerder Stedin mail, zegt de woordvoerder dat de problemen in Ooltgensplaat bekend zijn. Hij ziet echter geen aanwijzingen dat er een relatie is met de stroomvoorziening, en ook hij onderbouwt zijn bewering met een verwijzing naar dnv.

Als ik de nvwa mail, zeggen ze alleen dat ze niet verantwoordelijk zijn voor toezicht op elektrische effecten zoals zwerfstromen. Maar intussen blijven ze Van den Oudenrijn wel boetes geven. Volgens de nvwa heeft hij al jaren problemen en moet hij nu eindelijk beter voor zijn dieren gaan zorgen. Zo vinden ze dat hij de betonnen ligboxen groter moet maken. Het curieuze is dat dierenartsen en adviseurs het niet met de nvwa eens zijn. Er zijn drie verschillende rapporten in ons bezit die laten zien dat de maatvoering van de stallen heel gangbaar is en dat de koeien er na vele jaren van malaise tegenwoordig heel goed uitzien.

In een kort geding, dat vorige week diende, stelden de dierenartsen voor om namens de boer in dialoog te gaan met de nvwa. De juristen van de nvwa wezen dat af, ‘omdat deze casus al veel te lang sleept en we alles al heel vaak hebben uitgelegd’. De rechter stelde dat zij mogen varen op hun eigen inspecteurs, zij zijn nu eenmaal de bevoegde instantie. De uitkomst is dus onvermijdelijk dat de nvwa op zeer korte termijn opnieuw gaat inspecteren. Als ze daarbij ongezonde koeien vinden, hebben ze het recht om een deel van de dieren af te voeren. ‘Niet alleen voor het welzijn van de dieren’, zei de jurist omineus, ‘maar ook om de boer te bewegen tot verandering.’

Het is overduidelijk dat de nvwa door de hele geschiedenis de boer niet vertrouwt. ‘Ze willen iets vinden’, zegt Van den Oudenrijn, ‘dus dan gaan ze ook iets vinden. Wat kan ik daar nog tegen doen? Ik denk niet dat er voor ons nog toekomst is zo.’

Zwerfstroom is misschien complex, maar helemaal niet mysterieus, zegt Frank Leferink, hoogleraar elektromagnetisme in Twente. Hij was een van de twee hoogleraren die namens de provincie mee mochten kijken in Ooltgensplaat. Jaren geleden heeft hij ook meegekeken met mijn vader in de fabriek van Philips. Op dit moment is hij ook verbonden aan Thales, de producent voor hoogwaardige defensieapparatuur die absoluut geen last mag hebben van elektrische verstoringen. ‘Ik kan ongelooflijk boos worden als mensen het niet serieus nemen. Dit is echt heel oud nieuws, in de wetenschap wordt hier al vijftig jaar over gepubliceerd.’ Hij is jaren geleden al eens bij een boerderij geroepen in Duitsland, waar vierduizend biggen waren gestorven. ‘Daar bleken zwerfstromen te lopen, die erger werden nadat er extra aardpinnen waren geslagen. Toen we dat veranderen, was het probleem weg.’ Waar komt dat ongeloof dan vandaan? ‘Het probleem is dat er normaal gesproken alleen maar wordt gekeken naar veiligheid. Maar dat is een probleem dat pas gaat spelen bij een stroom van vijftien milliampère. Toch kun je prima een veel kleinere stroom voelen, houd maar eens een batterij van negen volt tegen je tong. Dat voel je prikken. Dieren zijn nog veel gevoeliger, in hun tong of in hun spenen. Zulke stromen zijn alleen heel erg moeilijk te meten.’ Het is alsof je een waterstroompje in een moeras wil meten. ‘Je weet niet waar het vandaan komt, uit de grond of uit een beekje. Maar zodra je de stroom gaat meten, gaat hij anders lopen.’

Waar Leferink ook ‘ongelooflijk boos’ van is geworden is hoe het provinciebestuur het hele fenomeen in de wappiehoek heeft gezet. ‘We zijn zelf uitgenodigd om mee te denken, met een paar experts, en vervolgens wordt er achter onze rug om een andere conclusie doorgedrukt. Ik vind het ongehoord.’

‘We zijn bezig met een ongekende elektrificatie’, zegt Leferink. ‘Ook boerderijen zitten bomvol elektronica. We willen windmolens en zonnepanelen. We weten dat de netvervuiling gaat toenemen en dat er bijeffecten zullen ontstaan.’ Misschien niet zo erg als in Ooltgensplaat, want dat is met al het zoute water een heel unieke plek. ‘Maar er komen problemen, en die zijn heel goed op te lossen als je ze aanpakt bij de bron. Je moet dat eerlijk onder ogen zien als je gaat elektrificeren. Anders gooi je de boer voor de bus.’

Peter Groot Koerkamp, hoogleraar agrotechnologie aan de Wageningen Universiteit en kenner van stalsystemen, neemt de getuigenissen van de boeren heel serieus. Het lijkt hem een heel logische stap om eens goed academisch onderzoek te gaan doen. ‘Het is belangrijk dat dit onderzoek multidisciplinair is. We hebben uitstekende onderzoekers die kunnen zoeken naar de correlatie tussen stromen en afwijkend gedrag bij dieren.’

Een belangrijke vraag is of ook mensen last kunnen hebben van zwerfstromen. Daar is nog weinig onafhankelijk onderzoek naar gedaan. De boeren in Ooltgensplaat en hun families weten zeker van wel: ze hebben last van tintelingen, spierpijn, slapeloosheid en nog veel meer klachten. Ze kunnen het zelfs voelen als de windmolens aan- en afschakelen.

De onderzoekers richten zich vooralsnog op dieren. Klachten van mensen zijn nu eenmaal lastig te meten, en leiden bij de buitenwereld al snel tot ongeloof. Van Bommel blijft liever bij zijn kerntaak: het verzamelen van data over diergedrag. Want dat is zijn credo: ‘Dieren liegen niet.’

Dit verhaal kwam tot stand met steun van het Fonds 1877


Geplaatst

in

door

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *