Veel betoverende beloftes van AI komen voort uit de oude droom van mensen om goden te worden. Een recensie.
Het is heel moeilijk om de leeuw te beschrijven die je opeet. Die gedachte bekruipt me wel eens in gesprekken over kunstmatige intelligentie. We blijven al gauw steken in voorbeelden over hoe fijn AI is (ze kunnen er borstkanker mee opsporen!) of hoe negatief (deepfakes!), maar het is heel lastig om een goed zicht te krijgen op wat er nu echt gaat veranderen in onze relaties, onze maatschappij en onze zingeving.
John Lennox doet een aardige poging in zijn boek 2084. Hij is hoogleraar wiskunde en wetenschapsfilosofie geweest in Oxford, en is onder meer bekend om zijn debatten over geloof en wetenschap, zoals ooit met de spraakmakende atheïst Richard Dawkins. Hij weet hoe mooi wetenschap en techniek kunnen zijn, maar weet ook dat ze gevaarlijk kunnen worden.
Kunstmatige intelligentie gaat veel verder dan die leuke chatbot waar we vragen aan kunnen stellen. Het brengt een ongekende automatisering op gang in arbeid, farmacie, media, wetenschap en oorlogvoering. En vooral, zegt hij, in de manier waarop overheden hun burgers controleren. Een perfecte politiestaat is nu een peulenschil geworden, zegt hij – vandaar ook de titel van het boek: die verwijst naar 1984, de roman van George Orwell (uit 1948) over totalitaire dictatuur. Kijk naar de manier waarop China alles en iedereen scant, volgt, controleert en bestraft, vooral als je tot een minderheid zoals de Oeigoeren behoort.
Een belangrijk deel van het boek is gewijd aan de zoektocht naar artifical general intelligence (AGI), de computer die niet alleen maar kan rekenen, maar ook kan begrijpen, en daarmee de mens definitief voorbijstreeft in intelligentie en bewustzijn. Transhumanisten geloven dat we daarmee zelfs de dood kunnen overwinnen. Zelfs de bekende Israëlische filosoof Harari sluit zich daar schoorvoetend bij aan in zijn Homo Deus. Harari ziet de gevaren, maar vindt toch dat er geen alternatief is en dat de mens en de machine zullen (moeten) samensmelten.
Lennox laat duidelijk zien dat dit denken voortkomt uit een reductionistisch, materialistisch wereldbeeld, van mensen die geloven dat al het leven uiteindelijk uit niets meer bestaat dan atomen en algoritmes. Het komt voort uit het oude project van de Verlichting om heer en meester te worden van de natuur, en zelfs van de mens. We willen als goden zijn.
Lennox zet de transhumanistische Homo Deus recht tegenover de Homo Deus uit de Bijbel: de God die mens werd. Jezus deed geen greep naar de goddelijkheid, maar legde zijn goddelijke macht af, en omarmde het menszijn. Ook deze Homo Deus belooft ons een nieuw hart, een nieuw bewustzijn en een leven na de dood. Maar dat alles via liefde en kwetsbaarheid, in plaats van hoogmoed en dominantie.
Het lastige van dit boek is dat Lennox continu schakelt tussen inzicht en informatie. De ene keer komt hij met mooie ideeën, maar een pagina verder raak je de weg weer kwijt door allerlei brokjes info, die allemaal heel interessant zijn maar ook een beetje willekeurig. Waarom zegt hij zo weinig over wat het doet met onze relaties, onze economie en onze natuur? Retorisch is het ook niet zo sterk, want ook Bijbelteksten gebruikt hij als brokjes informatie, als bewijs voor het een of ander. Het is een beetje modernistisch, alsof hij met zijn 82 jaar nog steeds tegenover Dawkins staat te verdedigen dat het veel wetenschappelijker is om christen te zijn dan atheïst.
Wat ik vooral leer van Lennox is dat er twee krachten tegenover elkaar staan: de God die mens wilde worden, en de mens die God wil worden. En dat je dat ook anders kunt noemen: de weg van Christus en de weg van de anti-Christus, die de wereld wil vormen naar zijn beeld. Dat mag best eens wat vaker gezegd worden, want de mensheid is met vuur aan het spelen op dit moment.
Maar wat moet je daar vervolgens mee? Hoe moeten we leven, werken, kerk zijn, hoe moeten we in de tussentijd techniek gebruiken en ontwikkelen, hoe blijven we de baas over de telefoon, hoe blijven we God zoeken, hoe ga je om met surveillance, wat kunnen kleine mensen tegenover grote machten, en hoe beginnen we in het klein aan recht in een wereld van dominantie? Net als hij daar aankomt, stopt het boek. Dan is Lennox toch weer de theoreticus die vooral heel veel boeken heeft gelezen maar dat niet zo goed kan verbinden aan het leven van alledag.
Maar gelukkig is er een oplossing. Je neemt je smartphone, je surft naar de website van het Vaticaan en je downloadt de nieuwste encycliek van de paus, Magnifica Humanitas. Ook Leo XIV schrijft over AI dat we voor de keuze staan om de weg te gaan dominantie of de weg van liefde. Het is een analytisch sterk en vlammend betoog, vol profetisch inzicht, over techniek, AI, het evangelie en de taak van de kerk in een wereld vol onrecht, genoeg om een avond lang in te verdwijnen en daarna je hele leven om te gooien, en dat alles helemaal gratis.
John Lennox, 2084. Een hoopvol perspectief op AI, uitgeverij KokBoekencentrum, €34,99
