Het innerlijke kind regeert de wereld

Het geweld dat we onszelf en anderen aandoen, komt voort uit pijn uit onze kindertijd, stelde de Pools-joodse therapeut Alice Miller begin jaren tachtig. Aan de stapel zelfhulpboeken over het innerlijke kind is te zien dat haar idee nog altijd springlevend is.

Beeld: Dick Tuinder

Sigmund Freud wist het mooi te vertellen: alle mentale problemen, ziektes en afwijkingen die hij tegenkwam in zijn spreekkamer, kwamen voort uit allerlei onbewuste verlangens die we als kind al in ons hebben. Seksualiteit, doodsdriften en oedipusfantasieën in de kindertijd zadelen ons op met levenslange problemen, zei hij, en daarmee werd hij de vader van de psychoanalyse. Op de sofa kon je namelijk al die psychische complexen ontrafelen en grip krijgen op jezelf.

Maar dat is een grote misleiding, stelde Alice Miller, een psychoanalytica die in 2010 op 87-jarige leeftijd overleed. De mentale ellende in ons leven komt niet voort uit onbewuste complexen, het is het gevolg van daadwerkelijk geweld, misbruik en verwaarlozing. ‘Freuds hele theorie beschermt de ouders en geeft de schuld aan het kind’, schreef ze boos. Maar het zijn de ouders die hebben gefaald. Om hen te beschermen, verzon Freud ‘een leugen die nog steeds enthousiast wordt omarmd.’ In 1988 gaf Miller haar lidmaatschap van de Internationale Psychoanalytische Vereniging op.

Miller werd in één klap bekend met het boek Het drama van het begaafde kind, dat in 1981 in het Engels een hit werd, en direct daarna ook in het Nederlands. Het is maar een dun boekje, dat niet eens zo heel soepel is geschreven maar toch leest als een trein. Miller komt niet met methodes en stappenplannen en ze spreekt de lezer nergens uitleggerig toe. Ze schrijft met autoriteit en overtuigingskracht: er is geen twijfel, zo zit het. Het boek wordt voortgestuwd door een onderdrukte woede. Al die complexen, eenzaamheid, depressie, minder- of meerderwaardigheidsgevoelens die je leven teisteren, die komen niet voort uit jouw tekortkomingen, die komen voort uit daadwerkelijk geweld, en dat is jou aangedaan door je ouders! En als je datzelfde je eigen kinderen niet wil aandoen, moet je het nu onder ogen komen en dan ben je vrij.

Kinderen hebben van kleins af aan al een diepe, diepe behoefte om erkend en geliefd te worden, legt Miller uit. Als onze ouders dat kunnen bieden, kunnen we gezond hechten en gezond autonoom worden. Maar als onze ouders dat niet bieden, en ons in plaats daarvan gaan slaan, misbruiken of gewoon inzetten voor hun eigen behoefte aan liefde of aandacht, op hun voorwaarden, dan ontwikkelen we allerlei houdingen en mechanismen om die liefde toch maar te verdienen of de pijn van afwijzing te verdoven.

‘Elk kind moet in de eerste levensmaanden kunnen beschikken over de moeder, het moet haar kunnen gebruiken, door haar weerspiegeld worden’, schrijft Miller. ‘De baby kijkt in het gezicht van zijn moeder en vindt zichzelf daarin terug, mits de moeder inderdaad het kleine, unieke, hulpeloze wezentje aankijkt, en niet haar eigen verwachtingen, angsten, plannen die ze voor het kind smeedt op het kind projecteert. In dat laatste geval ziet het kind in het gezicht van zijn moeder niet zichzelf, maar zijn moeder die in nood verkeert. Zelf wordt het niet weerspiegeld, en het zal zijn hele latere leven tevergeefs naar zo’n spiegel zoeken.’

Dan denken we dat we autonoom zijn, maar we raken dan verstrikt in ongezonde patronen. We storten onszelf op hard werken, op alcohol of op een partner die slecht voor ons is, allemaal surrogaten die ons de vader- en moederliefde beloven die we tekortgekomen zijn. Of we storten ons op ons kind, want dat is nog zo kneedbaar en kan onze behoefte aan liefde vervullen. Zo blijft de cyclus van misbruik bestaan. Of we ontwikkelen neuroses, grootheidswanen of depressie om maar geen pijn te hoeven voelen. En als we dan volwassen zijn, verbazen we ons over onze problemen. Er moet iets mis met me zijn, dokter, want mijn ouders hielden zo van me!

Het is mede te danken aan de titel dat het boek zo gretig werd gekocht. Milller zegt: jij bent niet zwak en dom. Je bent juist enorm gevoelig en begaafd! En omdat je je ouders zo goed kon aanvoelen zit je nu vast in allerlei trucs en strategieën om hun liefde niet kwijt te raken. Het is niet gek dat we de zwaarste gevallen vaak terugzien als sociaal werker of als therapeut, schrijft ze. Die zijn namelijk van jongsaf aan getraind om de behoeften van andere mensen feilloos aan te voelen. Maar het gevolg is ‘de ontwikkeling van een “alsof-persoonlijkheid”, oftewel een onecht zelf, omdat het ware zelf zich niet kan ontwikkelen.’ Dat resulteert in ‘gevoelens van leegte, zinloosheid, ontheemd zijn’.

Er is maar één manier om hiervan af te komen, zegt ze: je moet de pijn van vroeger erkennen, doorvoelen en verwerken. Je moet de leugen doorzien en daadwerkelijk rouwen om wat er verloren is gegaan en niet meer zal terugkomen. Als je dat niet doet, zul je precies hetzelfde doen bij anderen en dan vooral bij je eigen kinderen. Zo blijft het een cyclus van geweld op geweld op geweld op geweld, niet alleen in de binnenkamer, maar ook in de wereld daarbuiten. Het drijft mensen ertoe ‘het leven van anderen en van zichzelf te verwoesten, huizen van buitenlandse burgers in brand te steken, wraak te nemen en dat dan nota bene ook nog “patriottisme” te noemen, teneinde de waarheid voor zichzelf te verbergen en de vertwijfeling van het gemartelde kind niet te voelen’.

Miller maakt van haar hart geen moordkuil, dat is wel duidelijk. Ze heeft een gekwetst hart en in haar leven heeft ze veel geweld gezien. Ze werd in 1923 als Alicja Englard geboren in een orthodox-joodse familie in Polen. Ze schrijft over haar autoritaire ouders, maar ze heeft ook veel meegemaakt in de oorlog. Zij wist aan de nazivervolging te ontkomen door een Arisch persoonsbewijs te bemachtigen, maar verloor bijna haar hele familie. Ze kreeg een relatie met een Poolse man, met wie ze na de oorlog naar Zwitserland vertrok om sociale wetenschappen te studeren. Zo werd ze psychoanalyticus, een vak dat ze twintig jaar lang praktiseerde. Ondertussen leerde ze steeds meer over de gevolgen die gebeurtenissen in de kindertijd hebben op het heden, zowel bij haar patiënten als in haar eigen leven. ‘Pas in 1973’, zegt ze in een interview, ‘toen ik spontaan was begonnen met schilderen, ontdekte ik de waarheid over mijn kindertijd: de wrede, strikte opvoeding door mijn moeder en de incest die tot mijn vierde jaar plaatsvond.’ En toen pas vielen, zei ze, de schellen van de ogen.

Het drama van het begaafde kind vond een goede voedingsbodem. In de psychologie kwam net de ‘transactionele analyse’ op, die uitging van een ‘ouderdeel’ en een ‘kinddeel’ in ieder van ons. Maar haar onomwonden veroordeling van het werkelijke onrecht dat ons als kind is aangedaan, maakte veel los. Ze kreeg duizenden reacties en getuigenissen uit de hele wereld. Die waren weer voedingsbodem voor nieuwe boeken, zoals Gij zult niet merken (1981) en Eva’s ontwaken (2001), waarin ze voortbouwde op hetzelfde thema: het kwaad van lichamelijke straffen, en de leugens die we onszelf vertellen omdat we graag willen dat onze ouders goed zijn.

‘Ik las het boek als puber al’, zegt Freek van Voorst, hulpverlener in de jeugdzorg in Arnhem. ‘Ik vond het ergens in de kast bij mijn ouders. Het maakte meteen veel indruk. Ik kon mijn eigen situatie nog helemaal niet doorzien, maar het bracht me al wel bij het belangrijke inzicht dat kinderen extreem sensitief zijn voor wat er non-verbaal gebeurt in een relatie. Denk aan de vader die piloot is en dan vraagt aan zijn zoontje wat hij later wil worden. Politie, zegt zijn zoontje. Maar dan ziet hij een microscopisch kleine teleurstelling in de ogen van zijn vader, en daarom zegt hij snel dat hij toch piloot wil worden. Kinderen voelen dat feilloos aan.’

Dat hoeft niet slecht te zijn, het is de manier om te leren wat goed en fout is. En ook moet het kind leren dat zijn moeder iemand anders is, met andere verlangens, en soms zelfs even helemaal weg is. ‘Dat kan als de relatie veilig is. Als we ons niet veilig kunnen hechten, dragen we daar de rest van ons leven de gevolgen van. Dat is na het boek van Miller door veel nieuw onderzoek bevestigd. Ik denk bijvoorbeeld aan Bessel van der Kolk, die liet zien dat sommige volwassenen veel meer klappen kunnen opvangen dan anderen. Wie niet gezond gehecht is en geen veiligheid en rust in zichzelf kan vinden, ontwikkelt in pijnlijke situaties veel makkelijker een trauma. Dat gaat over heel veel mensen. Groot onderzoek wijst uit dat ongeveer een derde van de mensen niet veilig gehecht is.’

In de jeugdzorg komen veel ouders langs met een probleemkind. ‘Maar het grootste probleem is bijna altijd dat het de ouders confronteert met hun eigen pijn, precies zoals Miller schrijft. Zoals ze zeggen: als een moeder in paniek raakt van het huilen van haar kind, heb je eigenlijk twee huilende kinderen in de kamer. Of neem een kind dat uit de band springt en niet wil leren. Zo’n kind was ik. Mijn vader kon daar niet mee omgaan, hij ontplofte werkelijk. En dan kreeg ik straf. Dat vond ik toen belachelijk, maar hij was iemand die na de oorlog opgroeide en de hoop van zijn ouders moest zijn. Hij had er alles aan gedaan om het doel van zijn ouders te halen: academisch succes hebben. Hij zag echt iets héél verwerpelijks in mij, iets wat hij in zichzelf had moeten verwerpen. Dus ik moest naar de therapeut, terwijl hij eigenlijk vastliep.’

Als je dan bij therapie leert dat je problemen niet door jou komen, maar hun wortels hebben in je kindertijd, dan is dat heilzaam, zegt Van Voorst. ‘Het ontschuldigt heel erg. Dat is wel de eerste stap om verder te komen. Maar je moet niet bij dat beeld blijven. Miller gaat ervan uit dat je alles uit je kindertijd moet herbeleven en doorvoelen. Maar dat kan ook wel hardvochtig worden: alsof het mogelijk is om alle pijn te doordenken en te overwinnen. Je ziet veel mensen die eindeloze hulptrajecten hebben gehad en dan tóch, in een nieuwe groep, teleurgesteld ontdekken dat het nog altijd niet perfect is. “Ik ben nog zo verlegen, en dat komt door de relatie met mijn vader, ik moet toch nog maar een therapie zoeken.” We varen allemaal scheef in het leven, daar moet je ook mee leren omgaan. Alleen een kind denkt dat je alles kunt oplossen.’

Miller was een kind van haar tijd, zegt Nelleke Nicolai, gepensioneerd psychotherapeut en psychiater uit Rotterdam. ‘Zij is deel van de opstand tegen de patriarchale samenleving. Het was deel van de kritiek op de Duitse, autoritaire stijl van opvoeden, de “zwarte pedagogiek” zoals ze dat noemden. Ze heeft het dan echt over het slaan en het opsluiten van kinderen. Voor haar verklaarde dat het autoritaire en het sadistische in de Duitse cultuur, waar zij als joods meisje slachtoffer van was geweest. Miller verklaarde de gruwelen uit de nazitijd, zelfs het karakter van Hitler, uit deze zwarte pedagogiek, die volgens haar pure mishandeling was. Ze wees op wat wij nu intergenerationeel trauma zouden noemen.’

Nicolai heeft haar boeken meermaals gelezen. ‘Maar op een gegeven moment gaat de toon je wel tegenstaan. Ze blijft steeds hameren op hetzelfde punt, op het onrecht dat het kind is aangedaan. Ze probeert daarboven te staan, maar dat lukt niet helemaal. Vergeving is taboe voor haar. Daardoor blijft ze vastzitten in de polariteit van dader en slachtoffer.’

Dat werd nog sterker doordat Miller verhuisde naar Frankrijk, waar ze correspondeerde met haar lezers. Ze begon in 2005 nog een website, waar ze de laatste vijf jaar van haar leven brieven en reacties publiceerde. ‘Dat bevestigde haar in haar rol. Ze sprak mensen niet in de behandelkamer, waar ze complexe situaties moest begrijpen, maar ze werd een soort redder op afstand. Dat versterkte haar in haar eigen gelijk. En het is waar: erkennen dat je ouders fouten hebben gemaakt, en dat je tekortgekomen bent, en daar verdrietig om durven zijn, is een cruciale stap. Het risico is dat je gaat denken dat alle woede en wraakzucht die je in jezelf hebt, terug te voeren is op je ouders. Dat zag ik ook terug in de bekende uitzending van Oprah Winfrey met allemaal mensen die het contact met hun “toxische ouders” hebben verbroken. Contact verbreken moet soms in situaties van voortdurend misbruik. Maar in veel gevallen houdt het je gevangen als je vast blijft zitten in het schema van dader en slachtoffer.’

Wrang genoeg is Alice Miller daar zelf nooit uitgekomen, met grote gevolgen voor haar eigen kinderen. Acht jaar na haar dood, in 2018, publiceerde haar zoon Martin, ook psychotherapeut, Het ware ‘drama van het begaafde kind’, waarin hij hun pijnlijke familiegeschiedenis onthulde. Hij zei dat zijn ouders elkaar hadden leren kennen in Warschau. Zijn vader verhuurde haar een kamer, maar ontdekte toen dat ze joods was en dreigde haar aan te geven bij de Gestapo. Ze wist haar leven alleen te redden door hem te verleiden. Het werd een relatie en een huwelijk, maar gelukkig werd het niet. Martin werd geslagen door zijn vader. Zijn moeder gaf hem daar vervolgens zelf de schuld van. Ze was koud en hardvochtig, schreef hij, en dat kwam volgens Martin allemaal door wat er in de oorlog was gebeurd. Ze projecteerde op hem het beeld van de vervolger die ze kapot moest maken. De vrouw die zo veel mensen hielp om de patronen te doorzien en te verwerken, kon het trauma van haar eigen autoritaire ouders en de vervolging door de nazi’s niet in de ogen zien.

Er zijn tegenwoordig stapels boeken, therapieën en instituten die hun hele methode ophangen aan het innerlijke kind, het gewonde kind, het gekwetste kind, of zelfs het goddelijke kind, als een deel van onszelf dat aandacht nodig heeft. ‘Blijkbaar resoneert dat sterk in onze tijd’, zegt Susan Bögels, hoogleraar Family Mental Health aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is al 25 jaar bezig met haar eigen methode voor mindful opvoeden, waarin het innerlijke kind ook een rol speelt. ‘Soms kunnen onze eigen kinderen het kind-in-ons triggeren. Daar moeten we dan eerst voor zorgen, voordat we rustig kunnen reageren.’

In een nieuw boek, Parenting Ourselves, gaat ze verder met het inzicht dat je naast een kind ook een puber en een ouder in jezelf hebt. ‘Soms word je overmand door buitenproportionele emoties, zoals angst, schaamte of boosheid. Dat is je innerlijke kind. Als ik het belastingformulier moet invullen, word ik gewoon weer een kind dat in paniek raakt en denkt dat het alleen niet lukt. Mijn neiging is dan om het te vermijden, maar dat versterkt de hulpeloosheid alleen maar. Wat ik nodig heb, is het bange kind in mezelf toespreken, als beschermende ouder. Die naast me zit en zegt dat we het samen gaan doen en me iets lekkers belooft als het klaar is.’

Wat we vroeger tekortgekomen zijn, kunnen we nooit meer terugkrijgen, zegt Bögels. ‘Zelfs niet als onze ouders het nu wel zouden geven. Het heeft nooit meer het effect wat het in onze kindertijd gehad zou hebben. Wat we wel kunnen doen, is ervoor zorgen dat de ouder in ons kan luisteren naar het tekortgekomen kind en ervoor kan zorgen.’

Miller heeft het vaak over seksueel of fysiek geweld. ‘Maar ze benoemt nog een andere vorm van geweld, en dat is verwaarlozing’, zegt psychiater Nelleke Nicolai. ‘Pas zag ik op een terras een jongen die zich had bezeerd. Zijn ouders gaven hem geen aandacht en stuurden hem weg, want ze waren bezig op hun telefoon.’

Het is een gewoonte die snel om zich heen grijpt, ziet Nicolai: bij je kinderen op je telefoon zitten. ‘Ouders beseffen niet wat het gevolg daarvan kan zijn. Als ouders wel aanwezig zijn, maar niet bereikbaar, dan geeft dat het kind het gevoel dat het niet meetelt, dat het er niet toe doet. Je kunt misschien nog beter een trauma hebben, dat is tenminste nog iets. Maar je verwaarloosd voelen is heel niksig. Het heeft veel psychopathologische effecten, zoals verslaving of depressie.’

Ook verwennen kan een vorm van verwaarlozing zijn, zegt Bögels. ‘Het kost echt tijd en aandacht om kinderen te disciplineren. Maar wanneer ouders dat niet kunnen bieden, of begrenzen moeilijk vinden omdat ze vroeger zelf te veel zijn begrensd, geeft dat ook onveiligheid. Juist door grenzen leert een kind zijn emoties en gedrag te beheersen. Die onbegrensdheid in de opvoeding kan veel problemen gaan geven en is een voedingsbodem voor narcisme. Als ik naar jongeren kijk, zomaar een week met het vliegtuig op examenreis naar een ander land, of nachtenlang doorfeesten… Dat was vroeger ondenkbaar. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. Het leidt tot overprikkeling en burn-out, niet alleen van de kinderen, maar ook van de planeet.’

Kinderen verwaarlozen heeft gevolgen op wereldschaal, zei Miller al. Volgens haar is het geweld in de kindertijd de wortel van alle vormen van nationalisme en dictatuur. Ze onderzocht de levensverhalen van historische figuren en ontdekte dat velen van hen hun kindertijd alleen konden overleven door het contact met hun gevoel door te snijden. ‘Elke dictator verloochent het lijden van zijn kinderjaren en probeert het met behulp van zijn grootheidswaan te vergeten’, schrijft ze.

Iemand die daar veel onderzoek naar heeft gedaan, is de Amerikaanse hoogleraar psychiatrie Jerrold Post. Jaren geleden richtte hij voor de CIA het Center for the Analysis of Personality and Political Behavior op, om profielen te maken van leiders in binnen- en buitenland en ze zo beter te kunnen begrijpen. Opvallend veel van de leiders lijden aan een ernstige vorm van narcisme, schreef hij in het boek Narcissism and Politics. Post leeft niet meer, maar legde een paar jaar geleden in een telefoongesprek uit hoe dat werkt. ‘Narcisten worden in beslag genomen door fantasieën over succes en macht. Maar van binnen zijn ze heel fragiel en hebben ze een constante behoefte aan waardering en aandacht. Dit komt voort uit diepe onveiligheid in de jeugd, soms in combinatie met torenhoge verwachtingen van ouders.’ Post analyseerde de kinderlevens van Kim Jong-un, Benyamin Netanyahu en Donald Trump en kon heel duidelijk aanwijzen waar hun narcistische trekken vandaan komen. ‘Ze zien mensen om hen heen, inclusief hun partners, als verlengstukken van zichzelf die alleen nuttig zijn om hun verlangens mee te bevredigen. Maar ze zijn onbevredigbaar. Niets kan hun verlangen vervullen naar succes, geld, seks en macht. Ze blijven zich leeg en extreem onzeker voelen. Kritiek of een nederlaag leidt tot hevige gevoelens van schaamte of woede. En door hun idee dat ze recht op macht hebben, nemen ze vaak risico’s die zo groot zijn dat ze zich in het verderf kunnen storten.’

Toch komen narcisten vaak intelligent en charmant over. ‘Ze kunnen een fantastische energie uitstralen en hebben het vermogen om een ander het gevoel te geven dat hij of zij ook belangrijk is en in het succes mag delen. Wanneer diegene vervolgens gedumpt wordt, komt dat meestal als een totale verrassing.’

Het is belangrijk om narcisme beter te begrijpen, zei Post. ‘Dan kunnen we er ook beter op reageren. Dan weten we bijvoorbeeld dat narcisten niet zullen buigen voor dreiging. Integendeel, onder invloed van stress worden hun schaamte en woede alleen maar erger.’ Cruciaal element in het narcistische systeem is de kring van aanhangers. ‘Een narcistische leider heeft mensen om zich heen nodig om zijn grootsheid te weerspiegelen en zijn eigenwaarde te ondersteunen. Dat zijn vaak mensen die ook een innerlijke leegte voelen. Met dit verschil dat zij die leegte niet opvullen door zichzelf te aanbidden, maar een ander.’ Zijn grootsheid straalt in feite af op de rest. En als hij zondebokken aanwijst, wijzen ze mee.

Daarom moeten we niet wachten tot de leiders een keer naar de psychiater gaan om hun ware gevoel te gaan doorleven en ophelderen, schreef Miller al in 1981. We moeten bij onszelf beginnen, om te voorkomen dat wij ons voegen in het koor van de gekwetste mensen die hun toorn verplaatsen naar onschuldigen. ‘De toekomst van de democratie is afhankelijk van deze stap van de enkeling. Een beroep op liefde en verstand is zinloos. Het is niet mogelijk haat met argumenten te bestrijden.’ Dat kan alleen als we echt aandacht hebben voor ons innerlijke kind, en de pijn die het nog steeds heeft, om er vervolgens als volwassene de verantwoordelijkheid voor te nemen.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *