In memoriam: Wendell Berry

Wendell Berry, de Amerikaanse boer-schrijver die deze week op 92-jarige leeftijd overleed, geloofde niet in Vooruitgang door techniek, maar in zorg voor land en gemeenschap. Vijf jaar geleden interviewde ik hem, per brief, want Berry had geen computer.

Wendell Berry, die afgelopen maandag op 92-jarige leeftijd overleed, deed zo min mogelijk met elektriciteit. Hij wilde niets te maken hebben met kolencentrales en mijnbouw die verantwoordelijk waren voor de kaalslag van zijn geliefde berglandschap in de Appalachen. Hij schreef zijn hele leven met de pen, bij daglicht.

Dat je met een computer sneller, makkelijker en meer kan doen, vond hij een kulargument. ‘Ik heb al zo vaak bewezen dat ik alleen al met een pen te snel, te makkelijk en te veel heb geschreven’, schreef hij in 1987 al in een beroemd essay in Harper’s Magazine . ‘Ik zou wél een betere schrijver willen worden. Maar daarvoor heb ik hulp van andere mensen nodig, niet van een machine.’

Het was tekenend voor hoe hij omging met techniek en vooruitgang. Berry wilde in alles zo volledig mogelijk aanwezig zijn op een plaats, zonder afleiding, verbonden met de mensen om hem heen en de otters die hij voor zijn raam zag spelen in de rivier de Kentucky.

Berry begon zijn loopbaan als schrijver. Hij maakte carrière aan de universiteit in New York, waar hij doceerde. Maar op een dag besloot hij met zijn vrouw, tot afgrijzen van zijn progressieve stadsvrienden, terug te keren naar het ‘achterlijke’ Kentucky, waar hij vandaan kwam. Niet omdat hij alles daar zo geweldig vond, maar omdat hij deze paar vierkante kilometer heel goed kende, omdat hij ervan hield.

Er was van alles mis. Er was racisme, mijnbouw en landbouwgif, de cultuur was gebroken, het land was gebroken. De humus was weggesleten door roofbouw. Toch was dit zijn thuis. Berry ging experimenteren met ecologische methodes voor bodemherstel. Zo werd hij een van de vaders van het agrarianisme, de Amerikaanse agro-ecologische beweging die pleit voor kleinschalige, gemengde landbouw.

Liefdevolle stijl

Maar ondertussen bleef hij schrijven: gedichten, romans, essays. In alles komt zijn bescheiden en vooral liefdevolle stijl terug. Liefde voor het land, liefde voor de natuur en liefde voor de gemeenschap. Zijn romans vormden een reeks, een karakterstudie van verschillende personages in telkens dezelfde plattelandsgemeenschap, Port William, dat verdacht veel lijkt op Port Royal waar hij zelf woonde, een gehucht dat er in de grote wereld niet toe doet.

In Jayber Crow, de roman die draait om de kapper van de gemeenschap, mijmert hij: ‘Port William is als een man op een bevroren helling, hard zwoegend om op zijn plek te blijven en toch langzaam naar beneden glijdend. Het moet het niet alleen opnemen tegen de lokale sterfelijkheid, armoede, onwetendheid, natuurlijke gebreken en het weer, maar ook tegen wat we Het Nieuws kunnen noemen.’ Want de grote plannen van de regering om de economie te stroomlijnen, oorlog te voeren of de bossen te kappen moeten altijd worden betaald door de gewone mensen. Maar toch is het leven er dierbaar.

Berry’s proza, en ook zijn poëzie, is vaak naturalistisch, beschouwend, soms zelfs letterlijk opgeschreven tijdens wandelingen door de bossen en de heuvels. Op het eerste gezicht kan zijn werk overkomen als een romantische verheerlijking van het plattelandsleven, maar bij nadere lezing valt vooral de doorleefde diepgang op.

Voor zijn literaire oeuvre en ook voor zijn ecologische activisme kreeg hij talloze prijzen, waaronder de National Humanities Medal en de Freedom Medal van het Roosevelt Institute.

Naasten

Drie weken nadat ik hem een brief had geschreven, kreeg ik een lang en vriendelijk antwoord op de mat. Hij legde uit dat het evangelie altijd centraal heeft gestaan in zijn denken. ‘Een stereotiepe christen ben ik misschien niet’, begon hij, ‘maar de opdracht van Jezus om onze naasten en onze vijanden lief te hebben, neem ik letterlijk en uiterst serieus.’

Met naasten bedoelde hij de hele landgemeenschap, schreef hij, dus ook de dieren, de wouden en de grond. ‘Als dat niet lukt, zullen we daar uiteindelijk de prijs voor betalen.’

Ondanks zijn bescheiden, liefdevolle stijl kon hij heel scherp en radicaal zijn. ‘Industriële verwoesting is onze ziekte’, aldus Berry. ‘Klimaatverandering, olieverslaving, vervuiling, armoede, honger en de verschillende vormen van gelegitimeerd geweld – dat zijn symptomen van deze ziekte.’ Alle energie duurzaam maken zou daar niets aan veranderen. ‘Stel dat we bijvoorbeeld een oneindige bron van goedkope, schone energie zouden vinden, dan zouden we de verwoesting van de wereld alleen maar doorzetten en versnellen, via landbouwerosie, industriële oorlog, industrieel vermaak enallerlei vormen van “ontwikkeling”.’

In vooruitgang door technische groei geloofde hij niet. Laten we eerst maar eens leren zorgen voor onze gemeenschap, voor onze grond. We hebben geen technische oplossingen nodig, maar betere relaties. Boeren die op hun land leven, maken fouten, zegt hij. Maar ze geven om hun land.

Nostalgisch

Veel mensen vinden de ideeën van Berry – die nog steeds worden uitgedragen in het door zijn dochter geleide Berry Centre – te nostalgisch. Dat is ook zeker zo in Nederland, wereldkampioen hi-tech landbouw. Critici bedoelen eigenlijk: met kleinschalige landbouw, zonder chemicaliën, kun je de wereld niet voeden. Berry hoort het al zijn hele leven, schreef hij mij, maar hij draait het liever om: een landbouw die gebaseerd is op chemicaliën, de uitholling van de bodem en de uitholling van de gemeenschap, kan nooit duurzaam de wereld voeden.

Het bijzondere van Berry is dat hij integraal denkt en zich niet houdt aan de politieke vakjes. Natuur is niet iets voor ecologen, je moet er geen hek omheen bouwen en er een ambtenaar op zetten. Leven in harmonie met de schepping is volgens hem ook leven van het land, van het bos, van de bergen. Economie is niet vies, het betekent dat we een huishouding hebben en elkaar voorzien. We moeten er dus iets aan verdienen, want alleen dan kunnen we er ook voor zorgen. De economie moet niet worden gedragen door bedrijven of overheden ver weg. Die moet worden gedragen door de plattelandsgemeenschap, door families.

En zorg voor het land heeft dus alles te maken met zorg voor je huwelijk en voor vriendschappen. Alles heeft met alles te maken en we moeten ophouden om alles in stukjes op te knippen, zoals de verschillende politieke partijen doen. Berry was dus uiterst kritisch op zowel linkse als rechtse stemmen in de politiek, die volgens hem allebei de gemeenschap ondermijnen. Wat moeten we doen? ‘We moeten de aarde leren kennen’, aldus Berry. ‘We moeten leren om samen te werken in haar processen en naar haar grenzen te luisteren. Maar nog belangrijker, we moeten leren erkennen dat de schepping vol mysterie is; we zullen haar nooit helemaal begrijpen.’

Die nederige bewondering komt terug in alles wat Berry schreef, getuige ook zijn beroemde gedicht The peace of wild things:

When despair for the world grows in me
and I wake in the night at the least sound
in fear of what my life and my children’s lives might be,
I go and lie down where the wood drake
rests in his beauty on the water, and the great heron feeds.
I come into the peace of wild things
who do not tax their lives with forethought
of grief. I come into the presence of still water.
And I feel above me the day-blind stars
waiting with their light. For a time
I rest in the grace of the world, and am free.

Luister naar de reiger, de sterren, het water, luister vooral naar grond, zegt Berry, in nederigheid en afhankelijk. ‘Alleen dan is er toekomst voor de mens op deze aarde.’


Geplaatst

in

door

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *