Kijk (januari 2019)

Sterke buitenkant, zwakke binnenkant

Leiders als Trump, Poetin en Erdogan doen zich graag voor als sterke mannen. Maar achter hun masker van zelfvertrouwen en macht zitten gekwetste zielen die snakken naar erkenning. En dat kan vervelend uitpakken. Zeker als hun volgelingen kritiekloos gaan meelopen.

Terwijl iedereen dacht dat hij ruimschoots rijp was om achter de geraniums te gaan zitten, dook hij plotseling weer op. Silvio Berlusconi, 82 inmiddels, drukte via zijn partij Forza Italia een fors stempel op de Italiaanse verkiezingen van maart vorig jaar. Zijn beloften: hogere pensioenen, lagere belastingen en meer inkomen voor iedereen (kosten: 100 miljard euro). En het favoriete thema waar Berlusconi het op het elke partijbijeenkomst over had, was nog steeds hijzelf.

Uiteindelijk kwam Forza Italia niet in de Italiaanse regering, maar alleen met Berlusconi’s zegen kon die worden gevormd. Vanwege een veroordeling wegens corruptie had hij afgelopen jaar hoe dan ook de post van premier niet mogen opeisen. Dit jaar loopt die beperking af. Wie weet wat Berlusconi, die zegt dat hij volgens zijn artsen 120 kan worden, dan voor politieke trucs gaat uithalen.

Silvio Berlusconi is een narcist. Hij voldoet aan alle kenmerken van deze karaktereigenschap, die zich vooral uit in superioriteitsgevoel, manipulatief gedrag en gevoeligheid voor kritiek. En hij is niet de enige narcist in de hoogste kringen van de politiek. Of het nu Noord-Korea is, het Midden-Oosten of de Verenigde Staten betreft: telkens weer komen er leiders bovendrijven die haast struikelen over hun ego. Ze kunnen veel bereiken. Maar ze kunnen ook levensgevaarlijk worden.

Innerlijke leegte

Narcisme is een verwarrend etiket. In het alledaagse spraakgebruik plakken we het op mensen die nogal ingenomen zijn met zichzelf en hun plannen proberen uit te voeren zonder rekening te houden met de bezwaren van anderen. Ze zijn overoptimistisch en nemen makkelijk risico’s omdat ze denken dat alles ze toch altijd lukt.
Maar het zit ingewikkelder in elkaar.

Jerrold Post, Amerikaans hoogleraar psychiatrie, schrijft dat narcisme voortkomt uit een ‘gewond zelf’. In de kern is er een tegenstelling tussen een sterke buitenkant en een zwakke binnenkant. Narcisten worden in beslag genomen door fantasieën over succes en macht. Maar vanbinnen zijn ze heel fragiel en hebben ze een constante behoefte aan waardering en aandacht. Dit komt voort uit diepe onveiligheid in de jeugd, soms in combinatie met torenhoge verwachtingen van ouders. Mensen om hen heen, inclusief hun partners, zien ze als verlengstukken van zichzelf die alleen nuttig zijn om hun verlangens mee te bevredigen. Echte loyaliteit is zeldzaam. De vele vrouwen en minnaressen die Berlusconi met gebroken harten heeft achtergelaten, zullen dat kunnen beamen.

Dit soort narcisten zijn volgens Post onbevredigbaar. Ze hebben enorme ambities, maar niets kan hun verlangen naar succes, aanbidding, geld en macht vervullen. Ook seksueel zijn ze vaak grenzeloos. Maar ze blijven zich leeg en extreem onzeker voelen. Kritiek of een nederlaag leidt tot hevige gevoelens van schaamte of woede. En door hun idee dat ze recht op macht hebben, nemen ze vaak risico’s die zo groot zijn dat ze zich in het verderf kunnenen storten.

Toch komen narcisten vaak intelligent en charmant over. Ze kunnen een fantastische energie uitstralen en hebben het vermogen om een ander het gevoel te geven dat hij of zij ook belangrijk is en in het succes mag delen. Wanneer diegene vervolgens gedumpt wordt, komt dat meestal als een totale verrassing.

Recht voor zijn raap

Deze uitleg van Post past goed bij de definitie in het psychiatrische handboek DSM-5 (voluit: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition) uit 2013. Maar een groeiende groep psychiaters in de wereld zegt dat de overmaat aan hokjes en etiketten in dit boek een verkeerd beeld geeft van het onderliggende fenomeen. Volgens hen is narcisme geen aparte ziekte, maar veel meer een karaktertrek; een schaal waarop sommige zieke mensen – zoals psychopaten – heel hoog scoren, maar waar iederéén zich op bevindt. De volgende DSM zal deze lijn gaan volgen.

Daarmee verschuiven de grenzen tussen de verschillende geestesziektes ook een beetje. “Gebrek aan invoelend vermogen hoort meer bij de psychopaat, weten we tegenwoordig”, zegt Arvid Buit, die leidinggevenden coacht. “De topmanagers die ik spreek, scoren allemaal bovengemiddeld op de schaal van narcisme. Maar ze zijn meestal juist heel erg invoelend, heel sensitief. Ze kunnen anderen goed motiveren om zich in te zetten voor het grote doel. Is dat manipulatie? Het is vooral niet wederkerig. Dat wil zeggen dat ze er geen behoefte aan hebben om zonder reden aardig te doen.” Dus wel invoelend, maar niet meevoelend, zou je kunnen zeggen. Je kunt nog zo hard voor ze gezweet hebben, als ze je werk niet goed vinden, dan zeggen ze dat ook, zonder eromheen te draaien. “Dat kan heel gezond zijn voor een bedrijf, vooral in crisistijd.”

Buit deelt narcisten in twee categorieën in. Aan de ene kant zijn er de depressieve narcisten, die je voornamelijk in de wetenschap en de kunst tegenkomt. “Het liefst hebben ze niets met anderen te maken. Ze denken dat ze alleen beter af zijn.” Daarnaast zijn er de angstige narcisten. “Die hebben geleerd dat ze bijzonder zijn, maar tegelijkertijd hebben ze enorm veel onveiligheid ervaren in de wereld.” Buit noemt Pim Fortuyn als voorbeeld van zo’n type narcist: “Zijn moeder verheerlijkte hem, zijn vader was er niet, en buitenshuis werd hij uitgekotst. Je proeft in interviews een eindeloos verdriet om het gebrek aan persoonlijke banden en liefde in zijn leven. Zulke narcisten zijn helemaal niet gevoelloos. Integendeel, ze hebben veel te veel gevoel.”

Maar bij boosheid en kritiek kunnen ze echt razend worden, zonder enig mededogen voor hun tegenstander te tonen. Dat is de beruchte narcissistic rage. “Ik zie dat terug in de woede van Louis van Gaal bijvoorbeeld, of bij een voetballer als Zlatan Ibrahimovic. Een diepe woede, alsof hun enorm onrecht is aangedaan.”

Dwangmatig liegen

Gepolijst narcisme, zoals hij het noemt, vindt Buit overigens niet erg. “Sterker nog, in Nederland hebben we er te weinig van. Hier dúrven leiders geen belangrijke keuzes te maken. Mark Rutte zou een beetje narcisme wel kunnen gebruiken.” Maar in de wereldpolitiek is er eerder een overschot aan narcisme, en dan niet zelden in de psychopatische verschijningsvorm. Het is daarom uitermate belangrijk dat we dat gaan begrijpen, vindt Jerrold Post.

Jaren geleden richtte hij voor de CIA het Center for the Analysis of Personality and Political Behavior op. Dat maakt profielen van leiders in binnen- en buitenland, om te kunnen doorgronden hoe en waarom ze handelen. Post zelf publiceerde enkele jaren geleden het boek Narcissism and politics. Als we narcisme beter begrijpen, zegt hij daarin, kunnen we er ook beter op reageren. Dan weten we bijvoorbeeld dat de Noord-Koreaanse leider Kim niet zal buigen voor dreiging. Integendeel, onder invloed van stress worden zijn schaamte en woede alleen maar erger.

Wat Post vooral bestudeert, is taalgebruik. “Narcistische leiders gebruiken taal niet om te communiceren,” schrijft hij, “maar vooral voor hun eigen welbevinden of om waardering te verdienen. Een narcistische leider lijkt vooral tegen zichzelf te praten. Hij heeft geen oog voor objectieve feiten en kan ineens, heel subtiel, gaten in zijn geheugen vertonen.”

Het ultieme voorbeeld hiervan, vindt Post, is Donald Trump. In zijn eerste twee jaar in het Witte Huis heeft Trump al bijna 7000 keer gelogen, blijkt uit een telling van The Washington Post. De ene dag kan hij vrouwen beledigen en vervolgens twitteren: “Niemand heeft meer respect voor vrouwen dan ik.” Hij kan de meest onsamenhangende speech geven, met cijfers die niet kloppen, en de volgende dag op een persconferentie vertellen hoe mooi het was en dat hij “het grootste applaus kreeg” dat een president ooit ontving.

Of Trumps leugenachtigheid en feitenloosheid uit zijn narcisme voorkomen of eerder uit een andere stoornis, daarover zijn de wetenschappers het nog niet eens. Maar waar niemand aan twijfelt, is dat Berlusconi een narcist is, zegt Buit. “Hij staat zo hoog op de schaal en is zo megalomaan dat het bijna lachwekkend is.” “Ik ben de Jezus Christus van de politiek”, zei Berlusconi in 2006. “Ik offer me voor iedereen op.” En hij meent het. Hij denkt werkelijk dat hij de vader des vaderlands is – misschien omdat hij in zijn jeugd zijn vader een paar jaar moest missen, vanwege de oorlog?

Berlusconi denkt echt dat Italië het beste af is zolang hij maar in het centrum staat. En dat zal hij blijven doen, tot aan zijn laatste snik. Letterlijk zelfs. Al in de jaren zeventig liet Berlusconi een mausoleum met een granieten sarcofaag voor zijn stoffelijke resten bouwen. Daaromheen moet een cirkel komen met de lichamen van 36 familieleden en zakenrelaties, in eeuwige aanbidding voor hun grote leider.

Een narcist kan niet zonder een cirkel van getrouwen, schrijft Post. Hij heeft mensen om zich heen nodig om zijn grootsheid te weerspiegelen en zijn eigenwaarde te ondersteunen. Wanneer zo iemand werkelijk de macht krijgt om mensen aan te stellen of te ontslaan, kan hij zich steeds meer gaan omringen met jaknikkers. Dat zijn vaak mensen die ook een innerlijke leegte voelen. Met dit verschil dat zij die leegte niet opvullen door zichzelf te aanbidden, maar een ander.

En daar wordt het levensgevaarlijk, stelt Post. Narcisme kan immers zeer kwaadaardige vormen aannemen. Denk maar aan Hitler, die zich diep vernederd heeft gevoeld, in zijn persoonlijke leven en ook als soldaat door de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog. Toen hij zich met kritiekloze aanbidders had omringd, kon hij zijn wraakzuchtige plannen zonder enige tegenspraak tegenspraak uitvoeren.

‘Saddam is Irak!’

Een recenter voorbeeld is de Iraakse leider Saddam Hoessein, die Post voor en tijdens de Golfoorlog van 1991 uitgebreid heeft onderzocht. Saddam was het prototype van de kwaadaardige narcist. In 1982 was Saddam verwikkeld in een bloedige strijd met Iran. Zijn hoofdstad werd gebombardeerd en de Iraniërs wilden alleen stoppen als Saddam zou aftreden. Hij vroeg zijn ministers om raad. Iedereen riep: “Irak is Saddam, Saddam is Irak!” Saddam glimlachte en zei: “Dat is heel mooi, maar we moeten open en eerlijk over alle alternatieven praten.” Toen stond de minister van Gezondheid voorzichtig op en zei: “Misschien moet u een stap opzij doen tot de oorlog voorbij is en daarna terugkomen.” De volgende dag werd deze man thuis afgeleverd, in een zwarte bodybag en in stukjes gehakt.

Saddam was een van de meest getraumatiseerde leiders ooit. Hij werd geboren in een hutje van modder. Toen zijn moeder zwanger van hem was, verloor ze haar man en haar oudste zoon. Ze probeerde zelfmoord en abortus te plegen. Gedurende zijn eerste levensjaren werd Saddam door zijn nieuwe stiefvader misbruikt, en vervolgens voedde een oom hem vanaf zijn tiende op met dromen van macht en een glorieuze toekomst. Hoe Saddam die dromen in praktijk bracht, hebben we allemaal kunnen zien.

Zoals gezegd: een beetje narcisme kan gezond zijn voor een leider. Het kan hem helpen om moeilijke beslissingen te nemen en riscio’s aan te durven. Maar bij de extremere vorm krijgen de risico’s de overhand. En echt fout loopt het wanneer de leider volgelingen krijgt die afhankelijk van hem worden en kritiekloos in zijn fantasieën gaan geloven. Dan kun je beter zo snel mogelijk je spullen pakken.

Donald Trump: gevaarlijke narcist?

In 1987 verscheen er een lovende biografie van Donald Trump, geschreven door Trump zelf, samen met Tony Schwartz. Vorig jaar bekende Schwartz dat het hele boek één grote leugen is. Trump noemde hij een ‘menselijk zwart gat’, iemand zonder echte vrienden en alleen geïnteresseerd in aandacht, macht en geld. Tienduizenden psychologen tekenden een verklaring dat Trump op psychologische gronden onbekwaam zou zijn voor het presidentschap. Een aantal van hen schreef mee aan het boek The dangerous case of Donald Trump, waarin ze zijn psyche analyseerden. De conclusie van de meesten: Trump lijdt aan een kwaadaardige vorm van narcisme. Over dit boek wordt nog steeds gedebatteerd, want Amerikaanse psychiaters mogen geen uitspraken doen over de geestelijke gesteldheid van publieke figuren die ze niet zelf hebben behandeld. Maar de schrijvers zeggen dat het hun plicht is om te waarschuwen als een patiënt een gevaar voor zijn omgeving vomt.

Beruchte narcisten

De depressieve Joodse koning Herodes de Grote (73-4 v.Chr.), bekend van het kerstverhaal, wees mannen aan om te laten doden als hij stierf, uit angst dat anders niemand zou rouwen.

Hendrik VIII (1491-1547), koning van Engeland, was beroemd om zijn intelligentie, egoïsme en wreedheid. En om zijn zes vrouwen, van wie hij er twee liet onthoofden.

Napoleon Bonaparte (1769-1821) krikte zijn minderwaardigheidsgevoel op met glorieuze dromen, een lange reeks minnaressen én de verovering van heel Europa.

Winston Churchill (1874-1965) dacht dat hij voorbestemd om Groot-Brittannië te leiden en offerde tienduizenden soldaten op aan veel te gewaagde operaties.

Nazi-propagandaminister Joseph Goebbels (1897-1945) was idolaat van Adolf Hitler en zag zichzelf als degene die het Duitse volk op briljante wijze bespeelde.

De Amerikaanse president John F. Kennedy (1917-1963) was een ijdele seksmaniak, maar had het geluk dat hij over verstandige adviseurs kon beschikken.

Saparmurat Niazov (1940-2006), president van Turkmenistan, vernoemde januari naar zichzelf en beloofde iedereen die zijn autobiografie drie keer las een plaats in de hemel.

De Libische leider Muammar Gaddafi (1942-2011), gedood tijdens de Arabische Lente, kon zich niet voorstellen dat zijn volk ooit niet meer van hem zou houden.

Narcisten in de sport

De ‘sterke mannen’ uit de wereldpolitiek zuchten volgens sommige psychologen onder een buitengewoon breekbaar ego. Maar narcistische leiders vind je niet alleen maar in de politiek. Drie voorbeelden van narcisten in de sport.

1) Zlatan Ibrahimović

Deze voetballer is een depressieve narcist. Had een eenzame, traumatische jeugd, met een gekke moeder en een alcoholist als vader. Is topscorer, maar ook agressief en arrogant. Zei: “Ik ben het noorden, het zuiden, het oosten, het westen. Ik ben Zlatan Ibrahimović.”

© Shaun Clark/Getty Images

2) Maria Sjarapova

Zelfs in de niet van onderlinge sympathie overlopende tenniswereld geldt de Russin als een ijskonijn. Ze mijdt persoonlijk contact met collega’s, op wie ze neer lijkt te kijken. En toen ze in 2016 in een dopingaffaire belandde, probeerde ze het zo voor te stellen dat zij het slachtoffer was.

© TATIANA CC BY-SA 2.0

3) Lance Armstrong

Zevenvoudig Tourwinnaar die al zijn overwinningen achteraf kwijtraakte vanwege doping. Spon een web van leugens en vertrapte mensen die kritisch durfden zijn. Zelfs toen hij zijn dopinggebruik bekende bij Oprah Winfrey toonde hij geen emotie. Met een tevreden glimlach vertelde hij over zijn eigen geslaagde plan.

© Ezra Shaw/Getty Images

Dit artikel stond in Kijk 1 (2019). Koop dit nummer in de winkel of hier:

KIJK 1/2019




8 x bekeken
Gebruikte Tags:

These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Facebook
  • Twitter



De meest onderschatte kracht in de geschiedenis De nieuwe geest van het kapitalisme




Reageren?



(optioneel)
(optioneel)





Terug naar frankmulder.info